Passé composé met avoir

Passé composé met avoir

1 / 24
next
Slide 1: Slide
New lesson editorFransMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 2

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

Passé composé met avoir

De titel dekt beide delen van de les: regelmatige werkwoorden met avoir en de vormen van avoir, être en faire in de passé composé.

Lesdoel

Ik kan de passé composé maken met avoir bij regelmatige werkwoorden en ik kan het voltooid deelwoord van avoir, être en faire correct gebruiken.

This item has no instructions

Wat is de passé composé?

  • De passé composé gebruik je voor een handeling in het verleden.

  • Vaak gaat het om iets dat afgerond is.

  • In het Frans maak je deze tijd meestal met een hulpwerkwoord + een voltooid deelwoord.

  • In deze les werken we vooral met avoir als hulpwerkwoord.


Digitale leeromgeving

Leg kort het verschil uit met de tegenwoordige tijd: je spreekt niet over wat nu gebeurt, maar over wat al gebeurd is.

De basisformule

onderwerp + avoir + voltooid deelwoord


Voorbeelden:

  • J'ai parlé.

  • Tu as regardé.

  • Nous avons dansé

Benadruk dat leerlingen eerst het juiste onderwerp zoeken, daarna de juiste vorm van avoir, en pas dan het voltooid deelwoord toevoegen.

Vormen van avoir

Meervoud

  • j'ai

  • tu as

  • il/elle/on a

  • nous avons

  • vous avez

  • ils/elles ont

Enkelvoud

Laat zien dat 'j'ai' een samentrekking is van 'je ai'. Dit is een kernslide, omdat de gebruiker expliciet extra oefening met avoir wil.

Regelmatige werkwoorden op -er

  • Neem het hele werkwoord: parler

  • Haal -er weg: parl-

  • Voeg -é toe: parlé


Voorbeelden:

  • j'ai parlé

  • elle a aimé

Noem dat veel veelgebruikte werkwoorden in het Frans op -er eindigen. Houd de focus op het patroon en niet op uitzonderingen.

Zo bouw je een zin

  • Kies het onderwerp

  • Zet avoir in de juiste vorm

  • Maak het voltooid deelwoord

  • Zet alles samen


Nous avons regardé un film.

Gebruik eventueel nog een tweede voorbeeld hardop: 'Tu as fini tes devoirs.'

Welke formule past bij de passé composé met avoir?

A

onderwerp + avoir + voltooid deelwoord

B

onderwerp + être + infinitief

C

onderwerp + avoir + infinitief

D

onderwerp + werkwoord + avoir

Toetst de basisformule uit slides 2-3. Afleiders sluiten aan bij veelgemaakte fouten: infinitief laten staan of het hulpwerkwoord verkeerd plaatsen.

Het werkwoord avoir

Ook avoir zelf kan in de passé composé staan.

Digitale leeromgeving

Formule:

avoir + eu


Voorbeelden:

  • j'ai eu

  • nous avons eu

  • elles ont eu

Maak duidelijk dat 'avoir' hier twee rollen heeft: het is hulpwerkwoord én het hoofdwerkwoord van de zin.

Voorbeelden met avoir

  • J'ai eu un cadeau. — Ik heb een cadeau gekregen / gehad.

  • Tu as eu raison. — Jij had gelijk.

  • Ils ont eu peur. — Zij waren bang.

  • Nous avons eu cours. — Wij hadden les.

Benadruk dat 'eu' altijd hetzelfde blijft; alleen de vorm van avoir verandert mee met het onderwerp.

Het werkwoord être

Ook être kan in de passé composé staan.


Formule:

avoir + été


Voorbeelden:

  • j'ai été

  • elle a été

  • nous avons été

Leg uit dat leerlingen hier vaak denken dat ze als hulpwerkwoord ook 'être' moeten nemen, maar in deze les gaat het om de vorm van het werkwoord être zelf: 'a été'.

Voorbeelden met être

  • J'ai été à Paris.

  • Elle a été malade.

  • Nous avons été contents.

Je kunt kort benoemen dat de betekenis van être afhangt van de context: locatie, toestand of eigenschap in het verleden.

Het werkwoord faire

Ook faire heeft een vaste vorm in de passé composé.


Formule:

avoir + fait


Voorbeelden:

  • j'ai fait

  • tu as fait

  • elles ont fait

Noem dat 'fait' onregelmatig is en dus uit het hoofd geleerd moet worden.

Voorbeelden met faire

  • J'ai fait mes devoirs.

  • Tu as fait du sport.

  • Nous avons fait un gâteau.

  • Ils ont fait une promenade.

Laat leerlingen het patroon horen: onderwerp + vorm van avoir + fait.

Vergelijk de drie vormen

Veelgebruikte onregelmatige vormen

  • parler → parlé

  • danser -> dansé

  • regarder -> regardé


Regelmatige vorm

  • avoir → eu

  • être → été

  • faire → fait

Deze vergelijking helpt leerlingen zien wat ze kunnen afleiden en wat ze echt moeten memoriseren.

Wat is de juiste passé composé van être?

A

a été

B

est eu

C

a fait

D

est fait

Toetst het onderscheid tussen hulpwerkwoord en voltooid deelwoord bij être. Veel leerlingen kiezen foutief een vorm met être als hulpwerkwoord.

Veelgemaakte fouten

  • Verkeerde vorm van avoir kiezen

  • Het voltooid deelwoord vergeten

  • eu, été en fait door elkaar halen

  • je ai schrijven in plaats van j'ai

  • De infinitief laten staan: j'ai parler ❌

Geef mondeling telkens de correcte vorm erbij: 'j'ai parlé', 'elle a été', 'nous avons fait'.

Stappenplan om te controleren

  1. Zoek het onderwerp.

  2. Kies de juiste vorm van avoir.

  3. Maak of herken het voltooid deelwoord.

  4. Lees de zin terug als een handeling in het verleden.

Dit stappenplan vormt de afronding van de inhoudelijke lijn van de les en geeft leerlingen houvast voor het oefenen dat later in de les kan volgen.

maken opdracht 17 blz 33

maken opdracht 19 blz 35



This item has no instructions

Waar let jij op als je een zin controleert?

Bespreek dat leerlingen kunnen noemen: juiste vorm van avoir kiezen, voltooid deelwoord toevoegen, niet het infinitief laten staan, en eu/été/fait niet verwarren.

Welke zin is helemaal correct?

A

Je ai parler

B

Nous avons fait

C

Elle a être

D

Ils ont finié

Herneemt slides 15-16. Afleiders zijn directe veelgemaakte fouten uit de les.

Wat heb je vandaag het best geleerd?

Reflectie zonder fout/goed. Laat leerlingen benoemen wat ze echt meenemen, bijvoorbeeld de formule of eu/été/fait.

Wat vond je nog lastig in deze les?

Reflectie zonder fout/goed. Mogelijke antwoorden: vormen van avoir, verschil tussen eu/été/fait, voltooid deelwoord maken.

Begrippenlijst

passé composé - een Franse verleden tijd voor afgeronde handelingen

hulpwerkwoord - werkwoord dat helpt om een tijd te vormen

avoir - Frans werkwoord voor 'hebben' en vaak hulpwerkwoord in de passé composé

voltooid deelwoord - vorm zoals parlé, fini, vendu, eu, été, fait

regelmatig werkwoord - werkwoord dat een vast patroon volgt

onderwerp - degene of datgene dat de handeling doet

infinitief - het hele werkwoord, zoals parler of faire

This item has no instructions