Passé composé met avoir
Passé composé met avoir
De titel dekt beide delen van de les: regelmatige werkwoorden met avoir en de vormen van avoir, être en faire in de passé composé.
Lesdoel
Ik kan de passé composé maken met avoir bij regelmatige werkwoorden en ik kan het voltooid deelwoord van avoir, être en faire correct gebruiken.
This item has no instructions
Wat is de passé composé?
De passé composé gebruik je voor een handeling in het verleden.
Vaak gaat het om iets dat afgerond is.
In het Frans maak je deze tijd meestal met een hulpwerkwoord + een voltooid deelwoord.
In deze les werken we vooral met avoir als hulpwerkwoord.
Leg kort het verschil uit met de tegenwoordige tijd: je spreekt niet over wat nu gebeurt, maar over wat al gebeurd is.
De basisformule
onderwerp + avoir + voltooid deelwoord
Voorbeelden:
J'ai parlé.
Tu as regardé.
Nous avons dansé
Benadruk dat leerlingen eerst het juiste onderwerp zoeken, daarna de juiste vorm van avoir, en pas dan het voltooid deelwoord toevoegen.
Laat zien dat 'j'ai' een samentrekking is van 'je ai'. Dit is een kernslide, omdat de gebruiker expliciet extra oefening met avoir wil.
Regelmatige werkwoorden op -er
Neem het hele werkwoord: parler
Haal -er weg: parl-
Voeg -é toe: parlé
Voorbeelden:
j'ai parlé
elle a aimé
Noem dat veel veelgebruikte werkwoorden in het Frans op -er eindigen. Houd de focus op het patroon en niet op uitzonderingen.
Zo bouw je een zin
Kies het onderwerp
Zet avoir in de juiste vorm
Maak het voltooid deelwoord
Zet alles samen
Nous avons regardé un film.
Gebruik eventueel nog een tweede voorbeeld hardop: 'Tu as fini tes devoirs.'
Welke formule past bij de passé composé met avoir?
onderwerp + avoir + voltooid deelwoord
onderwerp + être + infinitief
onderwerp + avoir + infinitief
onderwerp + werkwoord + avoir
Toetst de basisformule uit slides 2-3. Afleiders sluiten aan bij veelgemaakte fouten: infinitief laten staan of het hulpwerkwoord verkeerd plaatsen.
Het werkwoord avoir
Ook avoir zelf kan in de passé composé staan.
Formule:
avoir + eu
Voorbeelden:
j'ai eu
nous avons eu
elles ont eu
Maak duidelijk dat 'avoir' hier twee rollen heeft: het is hulpwerkwoord én het hoofdwerkwoord van de zin.
Voorbeelden met avoir
J'ai eu un cadeau. — Ik heb een cadeau gekregen / gehad.
Tu as eu raison. — Jij had gelijk.
Ils ont eu peur. — Zij waren bang.
Nous avons eu cours. — Wij hadden les.
Benadruk dat 'eu' altijd hetzelfde blijft; alleen de vorm van avoir verandert mee met het onderwerp.
Het werkwoord être
Ook être kan in de passé composé staan.
Formule:
avoir + été
Voorbeelden:
j'ai été
elle a été
nous avons été
Leg uit dat leerlingen hier vaak denken dat ze als hulpwerkwoord ook 'être' moeten nemen, maar in deze les gaat het om de vorm van het werkwoord être zelf: 'a été'.
Voorbeelden met être
J'ai été à Paris.
Elle a été malade.
Nous avons été contents.
Je kunt kort benoemen dat de betekenis van être afhangt van de context: locatie, toestand of eigenschap in het verleden.
Het werkwoord faire
Ook faire heeft een vaste vorm in de passé composé.
Formule:
avoir + fait
Voorbeelden:
j'ai fait
tu as fait
elles ont fait
Noem dat 'fait' onregelmatig is en dus uit het hoofd geleerd moet worden.
Voorbeelden met faire
J'ai fait mes devoirs.
Tu as fait du sport.
Nous avons fait un gâteau.
Ils ont fait une promenade.
Laat leerlingen het patroon horen: onderwerp + vorm van avoir + fait.
Vergelijk de drie vormen
Veelgebruikte onregelmatige vormen
parler → parlé
danser -> dansé
regarder -> regardé
Regelmatige vorm
avoir → eu
être → été
faire → fait
Deze vergelijking helpt leerlingen zien wat ze kunnen afleiden en wat ze echt moeten memoriseren.
Wat is de juiste passé composé van être?
a été
est eu
a fait
est fait
Toetst het onderscheid tussen hulpwerkwoord en voltooid deelwoord bij être. Veel leerlingen kiezen foutief een vorm met être als hulpwerkwoord.
Veelgemaakte fouten
Verkeerde vorm van avoir kiezen
Het voltooid deelwoord vergeten
eu, été en fait door elkaar halen
je ai schrijven in plaats van j'ai
De infinitief laten staan: j'ai parler ❌
Geef mondeling telkens de correcte vorm erbij: 'j'ai parlé', 'elle a été', 'nous avons fait'.
Stappenplan om te controleren
Zoek het onderwerp.
Kies de juiste vorm van avoir.
Maak of herken het voltooid deelwoord.
Lees de zin terug als een handeling in het verleden.
Dit stappenplan vormt de afronding van de inhoudelijke lijn van de les en geeft leerlingen houvast voor het oefenen dat later in de les kan volgen.
maken opdracht 17 blz 33
maken opdracht 19 blz 35
This item has no instructions
Waar let jij op als je een zin controleert?
Bespreek dat leerlingen kunnen noemen: juiste vorm van avoir kiezen, voltooid deelwoord toevoegen, niet het infinitief laten staan, en eu/été/fait niet verwarren.
Welke zin is helemaal correct?
Je ai parler
Nous avons fait
Elle a être
Ils ont finié
Herneemt slides 15-16. Afleiders zijn directe veelgemaakte fouten uit de les.
Wat heb je vandaag het best geleerd?
Reflectie zonder fout/goed. Laat leerlingen benoemen wat ze echt meenemen, bijvoorbeeld de formule of eu/été/fait.
Wat vond je nog lastig in deze les?
Reflectie zonder fout/goed. Mogelijke antwoorden: vormen van avoir, verschil tussen eu/été/fait, voltooid deelwoord maken.
Begrippenlijst
passé composé - een Franse verleden tijd voor afgeronde handelingen
hulpwerkwoord - werkwoord dat helpt om een tijd te vormen
avoir - Frans werkwoord voor 'hebben' en vaak hulpwerkwoord in de passé composé
voltooid deelwoord - vorm zoals parlé, fini, vendu, eu, été, fait
regelmatig werkwoord - werkwoord dat een vast patroon volgt
onderwerp - degene of datgene dat de handeling doet
infinitief - het hele werkwoord, zoals parler of faire
This item has no instructions