Suboptimale situaties (Economie vwo), les 3: Terugblik quiz

SAMENWERKEN · SUBOPTIMAAL

Quiz

Terugblik: Suboptimale situaties

1 / 15
next
Slide 1: Slide
New lesson editorEconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblikquiz met twaalf vragen over zelfbinding, normen, reputatie, binding en flexibiliteit, beroving, collectieve goederen en externe effecten.

Items in this lesson

SAMENWERKEN · SUBOPTIMAAL

Quiz

Terugblik: Suboptimale situaties

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Mitsjol / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

Waarom is een prijsgarantie van A zelfbinding?

A

A en B leggen samen een hoge prijs vast

B

A kan niet meer onderbieden terwijl B een hoge prijs vraagt

C

De overheid dwingt A tot een hoge prijs

D

A hoopt dat B zijn prijs ook verhoogt

Zelfbinding: A legt zichzelf vast en geeft de optie op om B te onderbieden. Het tweede antwoord is een kartel, het derde dwang. Verwachte fout: zelfbinding zien als een afspraak tussen beide partijen.

Nieuwe keten N kiest toetreden of niet (niet: N 0, G 8). Na toetreden kiest G oorlog (G 3, N -1) of delen (G 5, N 2). Uitkomst?

A

N blijft weg, want G voert zijn dreiging uit

B

N treedt toe en G start een prijzenoorlog: -1 en 3

C

N blijft weg, want dat levert N 0 en G 8 op

D

N treedt toe en G deelt de markt: N 2 en G 5

Terugredeneren: G kiest delen (5 is meer dan 3), dus N krijgt bij toetreden 2 tegen 0. De dreiging met een prijzenoorlog is niet geloofwaardig. Verwachte fout: denken dat N wegblijft uit angst voor de dreiging.

Wat doet een sociale norm met de pay-offs?

Goed antwoord: een sociale norm telt schaamte af bij het overtreden van de norm, waardoor de pay-offs in de matrix veranderen en daarmee de dominante strategie en het evenwicht. Fout: zeggen dat een norm de spelers dwingt; ze verandert de pay-offs, de keuze blijft vrij.

Vul in

Door reputatie verandert de pay-off van slecht leveren in een herhaald spel, zodat goed leveren de beste keuze wordt.

reputatie
pay-off
goed leveren
zelfbinding
sociale norm

Reputatie, pay-off, goed leveren. Verwachte fout: sociale norm; die komt uit ongeschreven regels, reputatie uit eerder gedrag in het spel.

Land A en B sluiten een handelsverdrag en leggen invoerheffingen tien jaar vast. Wat verliest A?

A

Flexibiliteit om bij een crisis eigen sectoren te beschermen

B

Het vertrouwen van B in de afspraak

C

De zekerheid dat B zich aan de afspraak houdt

D

De mogelijkheid om te exporteren naar B

Binding geeft zekerheid en vertrouwen, maar kost flexibiliteit. Verwachte fout: zekerheid als verlies noemen.

Zet op volgorde: hoe G toetreding voorkomt

1

De kosten zijn verzonken

2

G bouwt extra capaciteit

3

Een prijzenoorlog loont voor G

4

N blijft weg

Volgorde uit de slide Geloofwaardige dreiging. Verwachte fout: N blijft weg te vroeg zetten; die keuze volgt pas als de dreiging geloofwaardig is.

Noem één manier om beroving te voorkomen.

Goed antwoord: een langlopend contract met vaste prijs, overname van de afnemer of leverancier, of een goede reputatie van de afnemer. Fout: 'meer investeren'; dat vergroot juist het verlies.

Welke situatie is een collectief goed waar meeliftersgedrag dreigt?

A

Brood bij een bakker: je betaalt per brood

B

Een abonnement op een streamingdienst

C

Dijkonderhoud door buurtbewoners: iedereen profiteert

D

Een huurauto die je per uur betaalt

Bij een collectief goed is niemand uit te sluiten, dus loont niet bijdragen. Bij de andere voorbeelden betaalt de gebruiker en kan hij worden uitgesloten. Verwachte fout: de bakker kiezen omdat het een markt is.

Een chemiebedrijf loost afval met schade voor buren. Welke maatregel internaliseert dit negatieve externe effect?

A

Een subsidie op lozen ter grootte van de schade

B

Een boete voor de buren bij klachten

C

Een heffing op lozen ter grootte van de schade

D

Een verbod om de uitstoot te meten

Internaliseren betekent dat de veroorzaker de schade zelf draagt, bijvoorbeeld via een heffing. Een subsidie op lozen maakt het erger. Verwachte fout: de buren belasten of de schade verbergen.

Bijdragen kost 9 en levert A en B elk 6 op. Wat klopt?

A

Niet bijdragen is dominant, bijdragen door beide is beter

B

Bijdragen is dominant, want 12 is meer dan 9

C

Niet bijdragen is dominant en ook optimaal

D

Bijdragen is dominant, want 6 is meer dan 0

Voor A: draagt B bij, dan bijdragen 12 min 9 is 3 tegen niet bijdragen 6; draagt B niet bij, dan -3 tegen 0. Niet bijdragen is dominant: 0 en 0, terwijl 3 en 3 voor beiden beter is. Verwachte fout: 12 tegen 9 vergelijken, wat het collectieve en niet het individuele belang is.

Kartelleden spreken een boetebeding af bij prijsverlaging. Wat is het effect?

A

Meer flexibiliteit: leden kunnen sneller van prijs wisselen

B

Minder binding: leden houden zich minder aan de afspraak

C

Geen effect: de dominante strategie blijft hetzelfde

D

Meer binding: afwijken loont minder, flexibiliteit daalt

Een boetebeding verlaagt de pay-off van afwijken en bindt de leden, ten koste van flexibiliteit. Verwachte fout: denken dat de dominante strategie niet verandert; de pay-offs veranderen wel.

Vul in

Bij een berovingsprobleem zijn de kosten verzonken, omdat de investering specifiek is voor één partner.

berovingsprobleem
verzonken
specifiek
collectief
extern

Berovingsprobleem, verzonken, specifiek. Verwachte fout: extern; externe effecten hebben met derden te maken, beroving met een partner.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

SAMENWERKEN · SUBOPTIMAAL

Goed gedaan!

Je kunt nu uitleggen hoe zelfbinding, normen, reputatie, binding, beroving, meeliften en externe effecten de uitkomst van een spel veranderen. Kijk de vragen die je fout had na en zoek het begrip op in les 1.

This item has no instructions