SAMENWERKEN · SUBOPTIMAAL
Examentraining
Suboptimale situaties: zo pak je examenvragen aan
SAMENWERKEN · SUBOPTIMAAL
Examentraining
Suboptimale situaties: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Michielverbeek / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
SAMENWERKEN · SUBOPTIMAAL
Wat ga je kunnen?
Ik kan pay-offs aanpassen, een spelboom terugredeneren en het nieuwe evenwicht bepalen bij zelfbinding, normen, reputatie, beroving, meeliften en externe effecten.
This item has no instructions
SAMENWERKEN · SUBOPTIMAAL
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wie zijn de spelers, wat kunnen ze kiezen en wie kiest eerst?
2. Zoek: de pay-offs en let op wie A en wie B is, en welke getallen kosten zijn.
3. Pas aan: trek schaamte, boete of reputatiekosten alleen af bij de keuze waar ze bij horen.
4. Bepaal: zoek de dominante strategie of redeneer een spelboom terug, van rechts naar links.
5. Beargumenteer: noem het begrip, de pay-offs en het effect op de uitkomst.
This item has no instructions
SAMENWERKEN · SUBOPTIMAAL
Zondagsopenstelling van twee winkeliers
Vraagtype 1: pay-offs aanpassen
Situatie: winkeliers A en B kiezen of ze zondag open of dicht zijn. Dicht-dicht geeft 5 en 5, open-open 3 en 3.
Open terwijl de ander dicht is geeft de opener 8 en de ander 1.
Een sociale norm of reputatie telt een bedrag af bij één keuze.
Pas eerst de pay-offs aan en zoek dan opnieuw de dominante strategie.
Matrix: dicht-dicht 5 en 5, A dicht en B open 1 en 8, A open en B dicht 8 en 1, open-open 3 en 3. Zonder norm is open dominant (8 is meer dan 5 en 3 is meer dan 1), evenwicht 3 en 3. Image credit: LessonUp Studio (eigen afbeelding), CC0
Winkeliers: dicht-dicht 5 en 5, open-open 3 en 3, alleen open 8 voor de opener en 1 voor de ander. Schaamte 4 bij open. Evenwicht?
Beide open, 3 en 3
Beide open, -1 en -1
Beide dicht, 5 en 5
Eén open en één dicht, 4 en 1
Schaamte 4 bij open: open-open wordt -1 en -1, alleen open levert de opener 4 en de ander 1. Voor A: is B dicht, dan dicht 5 tegen open 4; is B open, dan dicht 1 tegen open -1. Dicht is dominant, evenwicht dicht-dicht 5 en 5. Verwachte fout: de schaamte vergeten af te trekken (3 en 3) of ook bij de ander af te trekken.
Een verkoper wint 6 door slecht te leveren, tegen 4 bij goed. Slecht leveren kost daarna 2 jaar lang 3 aan klanten. Wat kiest hij?
Slecht leveren, want 6 is meer dan 4
Goed leveren, want slecht levert netto 3
Goed leveren, want slecht levert netto 0
Slecht leveren, want reputatie telt niet mee
Reputatiekosten 2 keer 3 is 6, dus slecht leveren geeft 6 min 6 is 0 en goed leveren 4. Rekent zonder rente. Verwachte fout: de reputatiekosten vergeten, of maar één jaar meetellen (netto 3).
SAMENWERKEN · SUBOPTIMAAL
Cao-onderhandeling zonder stakingskas
Vraagtype 2: zelfbinding en dreiging
Situatie: W verhoogt het loon (6 en 6) of niet. Zo niet, dan staakt de bond (W 3, B 1) of niet (W 8, B 2).
Redeneer terug: eerst wat de bond doet, dan wat W kiest.
Een stakingskas betaalt leden bij staken: dat verhoogt de pay-off van staken.
Dat is zelfbinding: de dreiging wordt geloofwaardig doordat de keuze verandert.
Spelboom: W eerst. Zonder stakingskas kiest de bond niet staken (2 is meer dan 1), dus W verhoogt niet (8 is meer dan 6): 8 en 2. De dreiging met staken is niet geloofwaardig. Image credit: LessonUp Studio (eigen afbeelding), CC0
W verhoogt het loon (6 en 6) of niet. Dan kiest de bond staken (W 3, B 1) of niet staken (W 8, B 2). Wat is het evenwicht?
W verhoogt niet en de bond staakt niet: 8 en 2
W verhoogt het loon: 6 en 6
W verhoogt niet en de bond staakt: 3 en 1
W verhoogt het loon en de bond staakt niet: 6 en 6
Terugredeneren: de bond kiest niet staken (2 is meer dan 1), dus W krijgt bij niet verhogen 8 en bij verhogen 6. W verhoogt niet. Het derde antwoord noemt een uitkomst die in de boom niet bestaat. Verwachte fout: denken dat de dreiging met staken W dwingt te verhogen.
Wat maakt een stakingskas tot zelfbinding?
Goed antwoord: de bond legt zich vooraf vast doordat staken door de uitkering meer oplevert (bijvoorbeeld 4 tegen 2 voor niet staken), waardoor de dreiging geloofwaardig wordt en W het loon verhoogt. Fout: zeggen dat de bond en W een afspraak maken; bij zelfbinding bindt een partij zichzelf.
SAMENWERKEN · SUBOPTIMAAL
Kassen bij Maasdijk in het Westland (2014)
Vraagtype 3: beroving en verzonken kosten
Situatie: tuinder T bouwt een kas voor 6, speciaal voor één afnemer A.
Houdt A zich aan de prijs, dan krijgt T 10 aan opbrengst; drukt A de prijs, dan 4.
De kosten zijn verzonken: de kas is niet terug te draaien of elders te gebruiken.
Gebruik de stappen: wat kiest A nadat de kas er staat, en wat verwacht T daarvan?
Netto voor T: nakomen 10 min 6 is 4, prijs drukken 4 min 6 is -2, niet bouwen 0. A wint bij drukken meer dan bij nakomen. Image credit: Michielverbeek / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
T bouwt een kas voor 6 (verzonken). Opbrengst 10 bij de prijs, 4 als A de prijs drukt. A drukt altijd. Zonder contract?
T bouwt, want 10 is meer dan de kosten van 6
T bouwt niet, want bouwen geeft 4 en dat is te laag
T bouwt en A houdt zich aan de prijs
T bouwt niet, want bouwen geeft -2 en niet bouwen 0
T verwacht dat A de prijs drukt: opbrengst 4 min kosten 6 is -2, dat is slechter dan 0. T bouwt niet, terwijl nakomen 4 had opgeleverd en A ook beter af was: een berovingsprobleem. Verwachte fout: de kosten vergeten af te trekken van de opbrengst.
Zet op volgorde: hoe het berovingsprobleem ontstaat
Chronologisch: afspraak, specifieke investering (verzonken kosten), prijsdruk, verlies voor L. Verwachte fout: de prijsdruk voor de investering zetten; dan is er geen berovingsprobleem.
SAMENWERKEN · SUBOPTIMAAL
Een bij op appelbloesem: de appelboer profiteert van de bijen van een ander
Vraagtype 4: meeliften en externe effecten
Situatie A: buurten A en B kunnen een dijk verhogen. Bijdragen kost 10 en levert elke buurt 8 op.
Situatie B: een imker verdient 2 aan honing en heeft 3 kosten. Een appelboer wint 4 door de bijen.
Het eerste is een collectief goed met meeliftersgedrag, het tweede een positief extern effect.
Internaliseren: een heffing of subsidie ter grootte van het effect.
Dijk: beide bijdragen geeft elk 16 min 10 is 6, alleen A bijdraagt A -2 en B 8, niemand 0 en 0. Niet bijdragen is dominant. Imker: netto -1, dus geen bijen; samenleving: 2 min 3 plus 4 is 3. Image credit: Orangeaurochs / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
Vul in
Bij een dijk waar bijdragen 10 kost en elke buurt 8 oplevert, is niet bijdragen een dominante strategie, dus het Nash-evenwicht is suboptimaal door meeliftersgedrag.
Voor A: draagt B bij, dan 8 tegen 6; draagt B niet bij, dan 0 tegen -2. Niet bijdragen is dominant, evenwicht 0 en 0 in plaats van 6 en 6. Verwachte fout: extern effect invullen; dat past bij de bijen, niet bij de dijk.
Een imker verdient 2 aan honing en heeft 3 kosten. Een appelboer wint 4 door de bijen. Welke subsidie internaliseert dit volledig?
Een subsidie van 3, gelijk aan de kosten van de imker
Een subsidie van 4, gelijk aan het voordeel van de appelboer
Een subsidie van 2, gelijk aan de opbrengst van de honing
Een subsidie van 1, gelijk aan het verlies van de imker
Internaliseren: het externe voordeel (4) bij de veroorzaker leggen. Dan krijgt de imker 2 min 3 plus 4 is 3 en houdt hij bijen, wat ook voor de samenleving loont (3). Verwachte fout: de subsidie baseren op het verlies van de imker (1); dat telt het voordeel voor de appelboer niet mee.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Pay-offs aanpassen
Zelfbinding en dreiging
Beroving en verzonken kosten
Meeliften en externe effecten
Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen opnieuw aan de hand van een extra voorbeeld.
SAMENWERKEN · SUBOPTIMAAL
Tips voor op het examen
Schrijf de aangepaste pay-offs eerst uit in een nieuwe matrix; reken niet in je hoofd.
Een spelboom los je van rechts naar links op: wat kiest de laatste speler, en wat verwacht de eerste daarvan?
Schaamte, boete en reputatiekosten gaan alleen van de pay-off af bij de keuze waar ze bij horen.
Noem in een antwoord het begrip, de pay-offs uit de opgave en het effect op de uitkomst.
This item has no instructions