Resultaat en winstbelasting (Bedrijfseconomie havo), les 1: Uitleg

Werkplaats van een fietsenmaker

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · RESULTAAT

Resultaat en winstbelasting

Examenstof bedrijfseconomie havo

1 / 22
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Uitleg over het resultaat van een bv voor het havo-examen bedrijfseconomie: begroot en gerealiseerd resultaat voor en na winstbelasting, de invloed van prijzen, hoeveelheden en kosten, en de resultaatverdeling met dividend, dividendbelasting en reservering; met 6 checks.

Items in this lesson

Werkplaats van een fietsenmaker

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · RESULTAAT

Resultaat en winstbelasting

Examenstof bedrijfseconomie havo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: F2 25.8. Image credit: Alextredz / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · RESULTAAT

Wat ga je kunnen?

Ik kan het begrote en gerealiseerde resultaat voor en na winstbelasting berekenen, het effect van veranderingen bepalen en het resultaat verdelen.

This item has no instructions

Een bv maakt dit jaar resultaat. Wie krijgt een deel, en waar gaat de rest heen?

Verwachte woorden: belasting, Belastingdienst, aandeelhouders, dividend, sparen, reserveren, investeren, eigenaar. Zet ze later in de les bij de resultaatverdeling. Syllabus 25.8.

Medewerkers van de Kamer van Koophandel in Haarlem

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · RESULTAAT

Taal-Sprong begroot

  • Taal-Sprong B.V. geeft cursussen. Het begrote resultaat is het resultaat dat je vooraf verwacht.

  • Begroot: afzet 500 cursussen, verkoopprijs € 400 (exclusief btw). Omzet: € 200.000.

  • Variabele kosten € 120 per cursus: € 60.000. Constante kosten per jaar: € 110.000.

  • Resultaat voor winstbelasting: € 200.000 min € 60.000 min € 110.000 = € 30.000.

Syllabus 25.8: het begrote resultaat voor en na winstbelastingen berekenen. De hele les volgt Taal-Sprong B.V. Alle bedragen zijn exclusief btw. Uitwerking: omzet 500 x 400 = 200.000; variabele kosten 500 x 120 = 60.000; resultaat voor winstbelasting = 200.000 min 60.000 min 110.000 = 30.000. Verschil tussen constante en variabele kosten en de break-even komen in andere lessen aan bod; hier gebruik je ze om het resultaat te berekenen. In het examen heet het resultaat 'resultaat'; winst is een synoniem. Veelgemaakte fout: de variabele kosten vergeten of de constante kosten maal de afzet doen. Image credit: Fotopersbureau de Boer / Wikimedia Commons, CC0

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · RESULTAAT

Winstbelasting

  • Een bv betaalt over het resultaat vennootschapsbelasting: een winstbelasting.

  • Resultaat na winstbelasting = resultaat voor winstbelasting min vennootschapsbelasting.

  • Tarieven veranderen regelmatig: in een opgave staat het percentage altijd erbij. Hier: stel dat het 20% is.

  • Begroot: 20% van € 30.000 = € 6.000. Begroot resultaat na winstbelasting: € 24.000.

  • Een eenmanszaak of vof betaalt zelf geen winstbelasting: de eigenaar betaalt inkomstenbelasting over het resultaat.

Syllabus 25.8: resultaat voor en na winstbelastingen, vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting. Het percentage van 20% is hier een aanname voor de som (stel dat); gebruik in een opgave altijd het gegeven percentage. Uitwerking: 30.000 x 0,20 = 6.000; 30.000 min 6.000 = 24.000. Rechtsvormen zijn behandeld in de les Rechtsvormen: bij een eenmanszaak of vof is het resultaat inkomen van de eigenaar. Veelgemaakte fout: denken dat de bv (of juist de eenmanszaak) geen belasting betaalt, of het percentage van het resultaat na belasting nemen.

Kassa's in een winkel

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · RESULTAAT

Gerealiseerd resultaat

  • Het gerealiseerde resultaat is wat het jaar echt opleverde: je rekent met werkelijke cijfers.

  • Werkelijk: afzet 540, verkoopprijs € 390, variabele kosten € 125 per cursus, constante kosten € 112.000.

  • Omzet € 210.600 en variabele kosten € 67.500: resultaat voor winstbelasting € 31.100.

  • Vennootschapsbelasting (stel dat 20%): € 6.220. Resultaat na winstbelasting: € 24.880.

Syllabus 25.8: het gerealiseerde resultaat voor en na winstbelastingen berekenen. Uitwerking: omzet 540 x 390 = 210.600; variabele kosten 540 x 125 = 67.500; resultaat voor winstbelasting = 210.600 min 67.500 min 112.000 = 31.100; belasting 31.100 x 0,20 = 6.220; na belasting 24.880. Vergelijk met het begrote resultaat: voor belasting € 1.100 meer. Veelgemaakte fout: de begrote afzet of kosten gebruiken terwijl de opgave de werkelijke cijfers geeft. Image credit: Marlith / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Een bv heeft € 50.000 resultaat voor winstbelasting. De vennootschapsbelasting is 25% (gegeven). Wat is het resultaat na winstbelasting?

A

€ 37.500

B

€ 12.500

C

€ 25.000

D

€ 62.500

Syllabus 25.8. Uitwerking: belasting = 50.000 x 0,25 = 12.500; resultaat na winstbelasting = 50.000 min 12.500 = 37.500. Verwachte fouten: alleen de belasting noemen (€ 12.500), de helft nemen (€ 25.000) of de belasting erbij optellen (€ 62.500).

Vul in

Een bv betaalt vennootschapsbelasting over het resultaat voor winstbelasting. Wat overblijft is het resultaat na winstbelasting.

vennootschapsbelasting
resultaat voor winstbelasting
inkomstenbelasting
dividendbelasting

Syllabus 25.8. Verwachte fout: inkomstenbelasting, dat betaalt de eigenaar van een eenmanszaak of vof.

Euromunten en eurobiljetten

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · RESULTAAT

Verandert de verkoopprijs?

  • Een andere verkoopprijs verandert de omzet. De kosten blijven gelijk, als de afzet gelijk blijft.

  • Begroting Taal-Sprong met een verkoopprijs van € 420 in plaats van € 400, afzet nog steeds 500.

  • Omzet € 210.000: resultaat voor winstbelasting € 40.000, dus € 10.000 meer (500 x € 20).

  • Na 20% belasting: € 32.000 in plaats van € 24.000. Het resultaat na belasting stijgt met € 8.000.

Syllabus 25.8: de invloed van een verandering van de prijzen op het resultaat berekenen. Uitwerking: omzet 500 x 420 = 210.000; resultaat 210.000 min 60.000 min 110.000 = 40.000; belasting 8.000; na belasting 32.000; verschil met begroot na belasting 32.000 min 24.000 = 8.000, dus 80% van € 10.000. Veelgemaakte fout: de extra € 10.000 als stijging na belasting nemen. Image credit: Avij / Wikimedia Commons, publiek domein

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · RESULTAAT

Hoeveelheid en kosten

  • Verandert de afzet, dan veranderen de omzet én de variabele kosten. De constante kosten blijven gelijk.

  • 50 cursussen extra: omzet + € 20.000 (50 x € 400), variabele kosten + € 6.000 (50 x € 120).

  • Het resultaat voor winstbelasting stijgt met € 14.000: per extra cursus houd je € 280 over.

  • Constante kosten € 8.000 hoger? Dan daalt het resultaat voor winstbelasting met € 8.000, bij elke afzet.

  • Variabele kosten € 130 in plaats van € 120 per cursus: 500 x € 10 = € 5.000 minder resultaat.

Syllabus 25.8: de invloed van een verandering van de hoeveelheden en kosten op het resultaat berekenen. Uitwerking: 50 x 400 = 20.000; 50 x 120 = 6.000; 20.000 min 6.000 = 14.000 (280 per cursus); variabele kosten per cursus 10 hoger bij 500 cursussen: 5.000. Rekenhulp: reken alleen het verschil uit, of reken de hele begroting opnieuw door en vergelijk. Veelgemaakte fout: bij extra afzet alleen de extra omzet tellen en de extra variabele kosten vergeten.

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · RESULTAAT

Alles tegelijk veranderen

  • Veranderen er meer dingen tegelijk? Reken de nieuwe begroting helemaal door, stap voor stap.

  • Nieuw: afzet 450, verkoopprijs € 410, variabele kosten € 120 per cursus, constante kosten € 110.000.

  • Omzet € 184.500, variabele kosten € 54.000: resultaat voor winstbelasting € 20.500.

  • Na 20% belasting: € 16.400. Dat is € 7.600 minder dan de begrote € 24.000.

  • Gaat het tarief van 20% naar 25%? Dat is 5 procentpunten erbij, maar een stijging van 25 procent.

Syllabus 25.8 en A5.3 (onderscheid procentuele verandering en procentpuntverandering). Uitwerking: 450 x 410 = 184.500; 450 x 120 = 54.000; 184.500 min 54.000 min 110.000 = 20.500; belasting 4.100; na belasting 16.400; verschil met begroot 24.000 min 16.400 = 7.600. Controle per verandering: afzet min 50 x 280 = min 14.000; prijs plus 10 x 450 = plus 4.500; samen min 9.500: 30.000 min 9.500 = 20.500. Procentpunt: 25 min 20 = 5 procentpunten; 5 gedeeld door 20 = 25 procent. Veelgemaakte fout: procentpunten en procent door elkaar halen.

Een bv verkoopt 1.000 producten à € 50 met variabele kosten van € 30 per product. De afzet daalt met 100. Wat gebeurt er met het resultaat voor winstbelasting?

A

Het daalt met € 5.000

B

Het daalt met € 3.000

C

Het daalt met € 2.000

D

Het blijft gelijk, de kosten dalen mee

Syllabus 25.8. Uitwerking: omzet daalt 100 x 50 = 5.000, variabele kosten dalen 100 x 30 = 3.000, resultaat daalt 5.000 min 3.000 = 2.000. Verwachte fouten: alleen de omzet (€ 5.000), alleen de variabele kosten (€ 3.000) of denken dat het wegvalt.

Vul in

Stijgt de verkoopprijs bij gelijke afzet, dan stijgt de omzet en het resultaat voor winstbelasting met hetzelfde bedrag.

omzet
resultaat voor winstbelasting
variabele kosten
resultaat na winstbelasting

Syllabus 25.8: de invloed van een verandering van de prijzen op het resultaat. Een hogere prijs bij gelijke afzet verandert de kosten niet, dus de extra omzet komt helemaal bij het resultaat voor winstbelasting. Het resultaat na winstbelasting stijgt minder, want over de extra omzet gaat ook belasting. Verwachte fout: denken dat de variabele kosten meestijgen met de prijs.

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · RESULTAAT

De resultaatverdeling

  • De resultaatverdeling laat zien wat er met het resultaat van de bv gebeurt.

  • Taal-Sprong realiseerde € 31.100 resultaat voor winstbelasting en betaalde € 6.220 vennootschapsbelasting.

  • Dan is er € 24.880 resultaat na winstbelasting te verdelen.

  • De aandeelhouders beslissen: een deel gaat als dividend naar hen, de rest blijft in de bv.

  • Een eenmanszaak of vof kent geen dividend: het resultaat is van de eigenaar, die er inkomstenbelasting over betaalt.

Syllabus 25.8: de resultaatverdeling/winstverdeling opstellen, met resultaat voor winstbelasting, vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting. Volgorde van de opstelling: resultaat voor winstbelasting, min vennootschapsbelasting, is resultaat na winstbelasting, dat wordt verdeeld in dividend en reservering. Veelgemaakte fout: het dividend berekenen over het resultaat voor winstbelasting.

Een beursscherm met koersen van aandelen, Frankfurt

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · RESULTAAT

Dividend en belasting

  • Dividend is het deel van het resultaat dat de bv uitkeert aan de aandeelhouders.

  • Besluit: € 15.000 dividend. Taal-Sprong heeft 5.000 aandelen: € 3 per aandeel.

  • De bv houdt dividendbelasting in op dat dividend en draagt die af. Stel dat 15%: € 2.250.

  • De aandeelhouders ontvangen samen € 15.000 min € 2.250 = € 12.750.

Syllabus 25.8: dividend in euro's en dividendbelasting. Het percentage van 15% is een aanname voor de som (stel dat); in een opgave staat het gegeven percentage. Uitwerking: 5.000 x 3 = 15.000; 15.000 x 0,15 = 2.250; netto 12.750. Het dividend van € 15.000 is het bedrag dat de bv uitkeert, dus voor aftrek van de dividendbelasting. Veelgemaakte fout: de dividendbelasting over het hele resultaat berekenen. Image credit: Ank Kumar / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Spaarpotten in de vorm van kippen

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · RESULTAAT

Reservering

  • Wat niet als dividend wordt uitgekeerd, blijft in de bv: de reservering van het resultaat (winstreservering).

  • € 24.880 min € 15.000 dividend = € 9.880 reservering. De dividendbelasting zit al in het dividend.

  • Gereserveerd resultaat komt bij het eigen vermogen. Daarmee kan de bv investeren zonder te lenen.

  • Samen: € 31.100, belasting € 6.220, na belasting € 24.880, dividend € 15.000, reservering € 9.880.

Syllabus 25.8: reservering van het resultaat. Uitwerking: 24.880 min 15.000 = 9.880. Controle: 15.000 + 9.880 = 24.880. De dividendbelasting (2.250) verlaat de bv als onderdeel van het dividend; de reservering verandert daardoor niet. Veelgemaakte fout: de dividendbelasting nog een keer van de reservering aftrekken. Image credit: Undeka 11 / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Zet de resultaatverdeling op volgorde

1

Dividend en reservering

2

Resultaat voor winstbelasting

3

Resultaat na winstbelasting

4

Vennootschapsbelasting eraf

Syllabus 25.8. Eerst de belasting, dan pas verdelen: dividend en reservering komen samen op het resultaat na winstbelasting.

Vul in

Het deel dat de bv niet uitkeert is de reservering van het resultaat. De bv houdt dividendbelasting in op het dividend.

reservering
dividendbelasting
vennootschapsbelasting
inkomstenbelasting

Syllabus 25.8. Verwachte fout: vennootschapsbelasting, die gaat over het resultaat van de bv en is al afgetrokken voor de verdeling.

Welk onderdeel vond je het lastigst?

1

Resultaat voor en na winstbelasting

2

Effect van veranderingen

3

Dividend en dividendbelasting

4

Reservering en resultaatverdeling

Gebruik de uitslag om te kiezen welk blok je nog een keer met de cijfers van Taal-Sprong doorloopt.

Welke stap in de resultaatverdeling is nog onduidelijk?

Goede antwoorden noemen de volgorde van belasting, dividend en reservering, of het verschil tussen dividend en dividendbelasting. Gebruik ze als start van de training.

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · RESULTAAT

Begrippen (1/2)

  • begroot resultaat: Het resultaat dat je vooraf verwacht.

  • gerealiseerd resultaat: Het resultaat dat echt is behaald, met de werkelijke cijfers.

  • resultaat voor winstbelasting: Opbrengsten min kosten, voordat belasting is betaald.

  • resultaat na winstbelasting: Resultaat voor winstbelasting min de belasting.

  • vennootschapsbelasting: Winstbelasting die een bv betaalt.

This item has no instructions

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · RESULTAAT

Begrippen (2/2)

  • inkomstenbelasting: Belasting die de eigenaar van een eenmanszaak of vof betaalt over het resultaat.

  • resultaatverdeling: Overzicht van wat er met het resultaat gebeurt: belasting, dividend, reservering.

  • dividend: Het deel van het resultaat dat de bv uitkeert aan de aandeelhouders.

  • dividendbelasting: Belasting die de bv inhoudt op het dividend en afdraagt.

  • reservering: Het deel van het resultaat dat in de bv blijft en bij het eigen vermogen komt.

This item has no instructions