les 3 - Lengte en oppervlakte

Hoofdstuk 13


Lengte en oppervlakte


13.4 Oppervlakte



1 / 10
next
Slide 1: Slide
New lesson editorRekenenVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

This lesson contains 10 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Items in this lesson

Hoofdstuk 13


Lengte en oppervlakte


13.4 Oppervlakte



Doelen van de les

* Je weet dt elk figuur een oppervlakte heeft.

* Je weet dat de basiseenheid van oppervlakte vierkante meter is.

*Je weet hoe je de oppervlakte uit moet rekenen.

*Je weet dat je bij het uitrekenen van de oppervlakte moet letten op de eenheid.




Even herhalen

Wat is de omtrek van onderstaande figuren?





3 m

6 m

12 m

4m

Oppervlakte

Elk figuur heeft een oppervlakte. De oppervlakte geeft aan hoe groot een plat figuur is. Om de oppervlakte van een figuur in een raster te bereken, kun je het aantal hokjes waaruit het figuur bestaat tellen.

De oppervlakte van het vierkant is 4 hokjes

Vierkante meter

De basiseenheid van oppervlakte is vierkante meter. De afkorting is m2.


Voor kleine oppervlaktes wordt vaak vierkante centimeter gebruikt. De afkorting is cm2.


Een vierkant van 1m bij 1m heeft een op van 1 m2




Oppervlakte uitrekenen

 Je kunt de oppervlakte van een vierkant of rechthoek ook uitrekenen zonder hokjes. Je vermenigvuldigd dan de lengte van het figuur met de breedte van het figuur.

Oppervlakte = lengte x breedte




2 m

2 m

2x2 = 4m2

oppervlakte berekenen


10 m

3 m

Oppervlakte berekenen

Bereken de oppervlakte

8 m

4 m

Oppervlakte berekenen

Bereken de oppervlakte

12 m

3 m

Aan de slag! 


Ga in je boek naar blz. 45. 


Maak opdracht 21 tot en met 30 + eindopdracht


Klaar? Je mag nog studiemeter maken