This lesson contains 57 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.
Lesson duration is: 50 min
Items in this lesson
Slide 1 - Slide
Slide 2 - Video
2.1.1 Voorkennis
* Maak je voorkennis na het bekijken van dit filmpje?
timer
10:00
Slide 3 - Slide
Wat weet je over een Chemische reactie?
Wat weet je over een fysische reactie?
Slide 4 - Slide
Slide 5 - Slide
Slide 6 - Slide
Slide 7 - Slide
Wanneer een metalen hek lange tijd in de regen staat, ontstaat er roest (ijzeroxide). Wat is het reactieproduct?
A
Fe en O₂
B
Fe₂O₃
C
Fe
D
FeO en O₂
Slide 8 - Quiz
Bij de verbranding van aardgas (methaan) ontstaat er koolstofdioxide en waterdamp. Welke stoffen zijn de reagentia?
A
CH₄ en CO₂
B
CO₂ en H₂O
C
CH₄ en O₂
D
H₂O en O₂
Slide 9 - Quiz
Tijdens de fotosynthese zetten planten koolstofdioxide en water om in glucose en zuurstofgas. Wat zijn de reagentia?
A
koolstofdioxide en water
B
glucose en zuurstofgas
C
zuurstofgas en water
D
glucose en koolstofdioxide
Slide 10 - Quiz
Slide 11 - Slide
Welke van de volgende beweringen is juist tijdens een chemische reactie?
A
Atomen kunnen worden gecreëerd of vernietigd.
B
Atomen worden herschikt, maar niet gecreëerd of vernietigd.
C
Atomen worden geabsorbeerd in de reactie.
D
De massa van de reactieproducten is altijd groter dan die van de reagentia.
Slide 12 - Quiz
Slide 13 - Slide
Slide 14 - Slide
Slide 15 - Slide
Slide 16 - Slide
Slide 17 - Slide
* Verlengde instructie?
* Ga naar lernova: boek 4
* Maak de opbouw 2.1.2
Slide 18 - Slide
Welke wet wordt er in dit voorbeeld geïllustreerd?
Slide 19 - Open question
Bij de reactie tussen waterstofchloride en ammoniak ontstaat ammoniumchloride. Men voegt 3,6 g waterstofchloride toe aan 1,7 g ammoniak. Hoeveel gram ammoniumchloride wordt er op die manier gemaakt?
Slide 20 - Open question
Slide 21 - Slide
Slide 22 - Slide
Slide 23 - Slide
Slide 24 - Slide
Slide 25 - Slide
Slide 26 - Slide
Slide 27 - Slide
* Enkel het verschil tussen Analyse en Synthese reacties te kennen.
( 4sp & 4 TSW)
Slide 28 - Slide
Slide 29 - Slide
Slide 30 - Slide
Slide 31 - Slide
Slide 32 - Slide
Slide 33 - Slide
Slide 34 - Slide
Slide 35 - Slide
Slide 36 - Slide
Slide 37 - Slide
Slide 38 - Slide
Slide 39 - Slide
Slide 40 - Slide
Slide 41 - Slide
Op welke manier bereken je de reactie-energie (∆E)?
A
ΔE=Ereagentia−Ereactieproducten
B
ΔE=Ereactieproducten−Ereagentia
Slide 42 - Quiz
Wat gebeurt er bij een exo-energetische reactie?
A
Er wordt energie opgenomen.
B
Er wordt energie vrijgegeven.
C
Er gebeurt niets met de energie.
Slide 43 - Quiz
Bepaal de reactie-energie voor de reactie die via het energiediagram weergegeven wordt. ∆E =
Slide 44 - Open question
Slide 45 - Slide
Wat gebeurt er bij een endo-energetische reactie?
A
Er wordt energie opgenomen.
B
Er wordt energie vrijgegeven.
C
De reactie stopt.
Slide 46 - Quiz
Bepaal de reactie-energie voor de reactie die via het energiediagram weergegeven wordt. ∆E =
Slide 47 - Open question
Slide 48 - Slide
Slide 49 - Slide
Slide 50 - Video
Wat is een voorbeeld van een endo-energetische reactie?