I. Grammar Conditionals

5 i : Grammar Conditionals
Today
New Grammar
Practice in Stepping Stones
1 / 12
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

5 i : Grammar Conditionals
Today
New Grammar
Practice in Stepping Stones

Slide 1 - Slide

Learning goal

I can use the conditionals correctly.

Slide 2 - Slide

Conditionals
Conditionals bestaan uit: if-clause en een main-clause
De if-clausule is de voorwaarde
De main clausule verklaart het resultaat van deze voorwaarde. 

There are four types of conditionals.

Slide 3 - Slide

Zero conditional
gebruikt voor feiten en dingen die doorgaans waar zijn (en waarbij de voorwaarde meestal gehaald wordt) 

If you commit a crime, you go to jail.

condition (if-clause)                           result (main clause)
if + present simple                                   present simple


Slide 4 - Slide

First conditional
gebruikt voor situaties in de (nabije) toekomst die echt zijn of mogelijk.

If I don’t feed my cat, it won’t be happy.
Your room will look nicer if you clean it.

condition (if-clause)                              result (main clause)
if + present simple                                           will + infinitive

Slide 5 - Slide

Second conditional
gebruikt voor situaties die onwaarschijnlijk zijn of onwerkelijk.

If she owned a dog, she would go outside more often.
I wouldn’t leave without an umbrella. if I were you.

condition (if-clause)                                    result (main clause)
if + past simple                                       could/would + infinitive

Slide 6 - Slide

Third conditional
gebruikt om een denkbeeldige situatie in het verleden te beschrijven die tot een andere uitkomst zou hebben geleid.

If I had read the manual, I would have known what to do.
We could have been on time, if we had left earlier.

condition (if-clause)                                             result (main clause)
if + past perfect                                     could/would + present perfect



Slide 7 - Slide

Grammar recap: Fill in the gaps
How likely are the situations presented by first and second conditionals?
First conditional:

Second conditional:
Something unlikely to happen
Something likely to happen

Slide 8 - Drag question

In welke situatie gebruik je welke conditional?
Zero Conditional
First Conditional
Second Conditional
Altijd waar
Heel waarschijnlijk
Heel onwaarschijnlijk of onmogelijk

Slide 9 - Drag question

Zero conditional 
First conditional 
Second conditional 
Third conditional 
Het is onwaarschijnlijk dat er aan de voorwaarde voldaan wordt.
Het is waarschijnlijk dat er aan de voorwaarde voldaan wordt.
Het is een feit.
Er kan niet meer aan de voorwaarde voldaan worden.

Slide 10 - Drag question

Conditionals (if- clause statement)
Drag one explanation and one example to the appropriate conditional. 
zero conditional 
first
conditional 
second
conditional 
third
conditional 

Slide 11 - Drag question

Work on:
Stepping Stones 5 i, conditionals

Done?

Slim Stampen ch. 4 and 5

Slide 12 - Slide