Inkomen uit kapitaal

Uit wat bestaat het vermogen van een vermogend persoon?
1 / 12
next
Slide 1: Mind map
BedrijfseconomieWOStudiejaar 6

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

Uit wat bestaat het vermogen van een vermogend persoon?

Slide 1 - Mind map

Inkomen uit kapitaal
Goederenkapitaal
Geldkapitaal
Quiz: test van jouw financiële geletterdheid.

Slide 2 - Slide

1. Welke van de volgende definities beschrijft financiële geletterdheid het best?
A
Het vermogen om financiële producten en diensten correct te kiezen en gebruiken
B
De kennis en vaardigheden om financiële beslissingen te nemen die bijdragen aan financieel welzijn
C
Het begrijpen van complexe economische theorieën en investeringsstrategieën
D
De vaardigheid om belastingaangiftes zonder hulp in te vullen

Slide 3 - Quiz

2. Welke factor speelt de grootste rol bij het opbouwen van vermogen op lange termijn?
A
Het volgen van de nieuwste financiële trends zonder onderzoek
B
Het ontvangen van een erfenis of loterijwinst
C
Het regelmatig investeren en gebruik maken van samengestelde rente
D
Het vermijden van alle risico’s en alleen sparen

Slide 4 - Quiz

3. Waarom is inflatie een belangrijke factor bij financiële planning?
A
Inflatie zorgt ervoor dat schulden altijd duurder worden
B
Inflatie heeft alleen invloed op grote bedrijven, niet op huishoudens
C
Inflatie verhoogt automatisch de rente op spaarrekeningen
D
Inflatie verlaagt de waarde van geld over tijd, waardoor sparen minder effectief kan zijn

Slide 5 - Quiz

4. Stel, je ontvangt een onverwachte geldbonus. Wat is de verstandigste financiële keuze?
A
Alles meteen uitgeven aan luxe producten
B
Het volledige bedrag investeren zonder spreiding
C
Een deel sparen, een deel beleggen en een deel gebruiken voor schulden of investeringen
D
Alles op een spaarrekening zetten en nooit investeren

Slide 6 - Quiz

5. Een obligatie heeft een nominale waarde van € 1.000;00 maar wordt terugbetaald aan 102 %. Wat betekent dit?
A
Je betaalt € 1.020,00 voor deze oblgatie
B
De belegger krijgt €1.020,00 terug
C
De belegger krijgt €1.000,00 terug
D
De coupon bedraagt 102%

Slide 7 - Quiz

6. Vul aan: Een belegger met een defensief profiel...
A
...bezit relatief veel aandelen
B
...bezit relatief weinig aandelen
C
...bezit ongeveer evenveel aandelen als obligaties

Slide 8 - Quiz

7. Je bank vraagt om via mail je gegevens van je online zichtrekening opnieuw door te geven omdat een beveiligingsprobleem ontstaan is. Wat kan je best doen?
A
Geen gegevens invullen, maar bellen naar het nummer dat in de mail vermeld staat.
B
Zo snel mogelijk zoals gevraagd in de mail je gegevens doorgeven om het beveiligingsprobleem snel op te lossen.
C
De mail negeren want die is vermoedelijk opgesteld door oplichters.
D
Mail negeren en doorsturen naar verdacht@safeonweb.be

Slide 9 - Quiz

8. Wat is de beste situatie voor je spaargeld?
A
Hoge rente en hoge inflatie.
B
Lage rente en hoge inflatie.
C
Lage rente en lage inflatie
D
Hoge rente en lage inflatie.

Slide 10 - Quiz

9. Wat is een obligatie?
A
Een effect dat altijd door een financiële instelling doorlopend wordt uitgegeven
B
Een effect, uitgegeven door een overheidsinstelling of een bedrijf, dat een deel van een lening op middellange of lange termijn vertegenwoordigt
C
Een effect dat een deel van het kapitaal van een onderneming vertegenwoordigt

Slide 11 - Quiz

10. Annemie heeft wat geld staan op haar spaarrekening; daarnaast heeft ze een pensioenspaarfonds en een staatsbon die binnen 2 jaar vervalt. Op een dag is de ijskast stuk en moet ze vervangen worden. Waar haalt ze het geld best af?
A
van de spaarrekening
B
het pensioenspaarfonds
C
de staatsbon

Slide 12 - Quiz