W50 EN 2G1 U3 les 3

Week 50, Lesson 3
1 / 17
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 17 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Week 50, Lesson 3

Slide 1 - Slide

Your goals
You master Vocab 3.4: 
You can make sentences with some and any

Slide 2 - Slide

Today
instruction: present simple<>present continuous
instruction: some<>any
grammar, prhases (and get ahead) exercises

Slide 3 - Slide

First a REALLY short instruction/recap
again...
the difference between the present simple and the present continuous

Slide 4 - Slide

Mind!

If Catch Up 1 went well, 
you don't have to go through this instruction.

Slide 5 - Slide

Look for the time expressions when you have to choose between two tenses!

Slide 6 - Slide

eDition
do exercise 13

Slide 7 - Slide

Instruction
some <> any

If Catch Up 3 went well, you don't need this instruction...

Slide 8 - Slide

Some/any 1/4
Some/any betekenen allebei enige/enkele/een paar
Not ... any betekent geen

Something/anything = iets  
Somebody/anybody = iemand
Someone/anyone =  iemand
Somewhere/anywhere = ergens

Slide 9 - Slide

Some/any 2/4
Not ... anything = niets
Not ... anybody = niemand
Not ... anyone = niemand
Not ... anywhere = nergens

Bevestigende zinnen -> some
Ontkennende zinnen -> any
Vragende zinnen -> some (als je een 'ja' als antwoord verwacht)
Vragende zinnen -> any (als je geen idee hebt wat voor antwoord je krijgt)

Slide 10 - Slide

Some/any 3/4
Een paar voorbeelden (bevestigende zinnen):
I would like some sweets.
I would like to go somewhere
I'm looking for somebody

Een paar voorbeelden (ontkennende zinnen):
Sorry, we don't have any milk
We are not going anywhere this summer.
I don't know anybody



Slide 11 - Slide

Some/any 4/4
Let op bij de  vraag zinnen! Vorig jaar leerde je dat in vraagzinnen "any" wordt gebruikt, maar dat gaat we nu iets veranderen.
In vragen waarop je als antwoord JA verwacht gebruik je "some".
In vragen waarop je NEE of geen bepaald antwoord verwacht, dan "any".
Do you have any money? (je weet echt niet of iemand geld bij zich heeft)
Are you going anywhere today? (je weet echt niet wat je kunt verwachten)
Is anybody there? (geen idee)
Can I have some water, please?  (je verwacht JA)

Slide 12 - Slide

eDition
Do exercises 13 + 14


Slide 13 - Slide

eDition
everyone does exercise 16

Slide 14 - Slide

eDition
do exercise 19 if you didn't have to do exercises 13-15

Slide 15 - Slide

Look back
Today you did the following:
- You practiced with 3.4: some/any

Slide 16 - Slide

Look forward
Next class:
- 3.3: Present Simple vs Present Continuous

Slide 17 - Slide