De hoofdgedachte (Engels havo), les 1: Uitleg

Man leest de krant op een caféterras in Athene, 1979

EXAMENSTOF ENGLISH · READING · MAIN IDEA

De hoofdgedachte

Examenstof Engels havo

1 / 22
next
Slide 1: Slide
New lesson editorEngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Uitleg over de hoofdgedachte van Engelse leesteksten voor havo: onderwerp versus hoofdgedachte, titel, inleiding en slot, de topic sentence, hoofdzaak en bijzaak, met drie korte teksten en checks.

Items in this lesson

Man leest de krant op een caféterras in Athene, 1979

EXAMENSTOF ENGLISH · READING · MAIN IDEA

De hoofdgedachte

Examenstof Engels havo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: Domein A leesvaardigheid, eindterm 1: de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven. Image credit: Jean-Louis Debaize / European Communities / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

EXAMENSTOF ENGLISH · READING · MAIN IDEA

Wat ga je kunnen?

Ik kan de hoofdgedachte van een Engelse tekst en van een alinea aangeven en onderscheiden van onderwerp en details.

This item has no instructions

Wat helpt jou om te snappen waar een Engelse tekst vooral over gaat?

Verwachte woorden: titel, eerste alinea, kopjes, eerste zin, laatste zin, plaatjes, woorden die vaak terugkomen. Gebruik ze als startpunt: in deze les maken we daar een vaste aanpak van.

Man leest de krant op een caféterras in Athene, 1979

EXAMENSTOF ENGLISH · READING · MAIN IDEA

Wat is de hoofdgedachte?

  • De hoofdgedachte (main idea) is wat de schrijver je vooral wil vertellen.

  • Het is een hele zin met een bewering, niet alleen een onderwerp.

  • Test: begint je antwoord met 'The writer says that ...' en past het bij de hele tekst?

  • Zo vraagt het examen ernaar: What is the main point of the text?

Veelgemaakte fout: leerlingen noemen een onderwerp (school start times) in plaats van een bewering. Laat ze elk antwoord omzetten naar een zin met een werkwoord. Image credit: Jean-Louis Debaize / European Communities / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

EXAMENSTOF ENGLISH · READING · MAIN IDEA

Onderwerp is niet hetzelfde

  • Het onderwerp (topic) is het thema, bijvoorbeeld 'school start times'.

  • De hoofdgedachte zegt iets over dat onderwerp: 'A later start helps teenagers learn.'

  • Een goede hoofdgedachte past bij álle alinea's, niet bij maar één voorbeeld of detail.

  • Vraag je tijdens het lezen steeds: wat vindt of beweert de schrijver over het onderwerp?

Het examen geeft vaak opties die alleen het onderwerp noemen of maar één detail. Die zijn te smal of niet volledig.

EXAMENSTOF ENGLISH · READING · MAIN IDEA

Text A: A later start

(1) Many secondary schools begin lessons at eight o'clock sharp. For a sixteen-year-old whose body clock runs late, that means walking into class half asleep.

(2) At Linden College, a small school in the north of England, the day now starts at ten past nine. Teacher Marie Hollis noticed the effect within weeks: fewer students arrived late, and the afternoon lessons were calmer.

(3) Of course, a later start also means a later finish, which makes things harder for students with sports practice or a part-time job. Even so, Hollis thinks the change was worth it. "Learning works better when you are actually awake," she says.

Eigen tekst voor Examenstof

Korte voorbeeldtekst bij blok 1. Onderwerp: de starttijd van school. Hoofdgedachte: een latere start lijkt goed te werken voor leerlingen, ondanks een nadeel. Laat leerlingen eerst zelf zeggen waar de tekst over gaat en dan wat de schrijver beweert.

What is the main idea of Text A?

A

Starting school later seems to work well for students

B

Linden College is a small school in northern England

C

Many schools begin their lessons at eight o'clock sharp

D

Students with a part-time job should not go to school

Goed: de hele tekst gaat over de voordelen van een latere start. Afleiders: een detail uit alinea 2, een detail uit alinea 1 en een verkeerde conclusie uit alinea 3.

Noem het onderwerp en de hoofdgedachte van Text A.

Modelantwoord: Onderwerp: de starttijd van school. Hoofdgedachte: een latere start lijkt goed te werken voor leerlingen, ook al heeft het een nadeel. Verwachte fout: alleen het onderwerp noemen.

Krantenkiosk bij London Bridge in Londen

EXAMENSTOF ENGLISH · READING · MAIN IDEA

Titel, inleiding en slot

  • De titel en de eerste alinea (inleiding) vertellen vaak al waar de tekst over gaat.

  • Het slot herhaalt of vat de hoofdgedachte vaak samen, na 'In short' of 'All in all'.

  • Kijk ook naar kopjes en de eerste en laatste zin van de tekst.

  • Kijk daarna of je keuze ook bij het midden van de tekst past.

Titels kunnen misleiden (ironie, woordspeling). Gebruik ze als hint, niet als bewijs. Image credit: Acabashi / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF ENGLISH · READING · MAIN IDEA

De topic sentence

  • In een alinea staat vaak één topic sentence (kernzin) met het hoofdpunt van die alinea.

  • Die zin staat meestal vooraan, soms in het midden of aan het eind van de alinea.

  • De rest van de alinea geeft uitleg, voorbeelden of details bij die kernzin: dat is bijzaak.

  • Een vraag als 'What is the main point of paragraph 3?' vraagt naar die kernzin, in andere woorden.

Wijs in Text B aan waar de kernzin van alinea 2 staat. Een alinea heeft niet altijd een kernzin: dan vat je zelf samen.

EXAMENSTOF ENGLISH · READING · MAIN IDEA

Text B: Why bikes win

(1) Cities across Europe are rediscovering the bicycle. The reason is not fashion but speed: in crowded streets, a bike is often the quickest way to get from A to B.

(2) A morning in Rowan Bay shows why. Cars queue at every junction, buses crawl past the market, and meanwhile cyclists glide along their own lane. Nobody needs to look for a parking space, and nobody pays for petrol.

(3) Bikes also change the city itself. Streets that used to be full of parked cars now have room for trees, cafés and children playing. All in all, the bicycle is not just a way to travel, but a way to make a city more pleasant to live in.

Eigen tekst voor Examenstof

Korte voorbeeldtekst bij blok 2. Titel en inleiding kondigen de hoofdgedachte aan, het slot (All in all) herhaalt hem. Alinea 2 is vooral voorbeeld: de kernzin staat vooraan (A morning in Rowan Bay shows why).

What is the main point of paragraph 2 of Text B?

A

Rowan Bay has too many cars and too few buses

B

Cyclists in Rowan Bay often struggle to find parking

C

The market in Rowan Bay is a busy place for cyclists

D

Cycling works better than driving in a busy town

Kernzin: A morning in Rowan Bay shows why (bikes win). Afleiders zijn details of onwaar: bussen en auto's zijn voorbeelden, parkeren is juist geen probleem voor fietsers.

Which title fits Text B best?

A

How to Find a Parking Space in Rowan Bay

B

A Bike Is More Than a Way to Travel

C

The History of the Bicycle in Europe

D

Why Cars Are Disappearing from Our Streets

Het slot vat de hoofdgedachte samen. Afleiders: te smal (parkeren), niet in de tekst (geschiedenis) en te sterk (auto's verdwijnen).

De Main Reading Room van de Library of Congress in Washington

EXAMENSTOF ENGLISH · READING · MAIN IDEA

Hoofdzaak en bijzaak

  • Hoofdzaak: wat de schrijver wil uitleggen of bewijzen. Bijzaak: voorbeeld, detail of anekdote.

  • Voorbeelden en citaten ondersteunen de hoofdgedachte. Ze zijn zelf niet de hoofdgedachte.

  • Test: kun je een zin weglaten zonder dat de boodschap verandert? Dan is het bijzaak.

  • Vier stappen: titel en inleiding, kernzinnen, bijzaken weglaten, hoofdgedachte formuleren.

De vier stappen zijn de basis van het stappenplan in les 2. Image credit: Carol M. Highsmith / Wikimedia Commons, publiek domein

EXAMENSTOF ENGLISH · READING · MAIN IDEA

Valkuilen bij meerkeuze

  • Te smal: de optie gaat over één detail of één alinea, niet over de hele tekst.

  • Te breed: de optie zegt meer dan de tekst, vaak met woorden als 'always', 'never' of 'all'.

  • Het tegenovergestelde: de optie draait de mening van de schrijver om.

  • Niet in de tekst: de optie klinkt logisch, maar de schrijver zegt het niet.

  • Streep af wat niet past en kies de optie die bij de hele tekst past.

Deze vier typen afleiders komen steeds terug in examenvragen. In de training benoemen leerlingen per afgekeurde optie welk type het is.

EXAMENSTOF ENGLISH · READING · MAIN IDEA

Text C: Learning outdoors

(1) At Birchfield Primary, Friday afternoon lessons take place in the school garden. Pupils plant beans, measure the rain and write their findings in notebooks.

(2) Head teacher Paul Nolan admits that the idea began as an experiment. "We had an unused patch of grass and a few spare spades," he says.

(3) The results have convinced him, though. Pupils who struggle in the classroom often shine outdoors, and parents say their children come home talking about school for the first time. Nolan now hopes other schools will follow Birchfield's example.

Eigen tekst voor Examenstof

Korte voorbeeldtekst bij blok 3. Alinea 2 is een anekdote (bijzaak) over hoe het begon. De hoofdgedachte staat in alinea 3 en in de opzet van de hele tekst: buitenlessen werken goed.

Which sentence is the best summary of Text C?

A

Lessons in the school garden work well for pupils

B

Pupils at Birchfield Primary grow beans on Fridays

C

All schools should replace classrooms with gardens

D

Pupils learn less outdoors than they do in a classroom

Afleiders: te smal (detail alinea 1), te breed (all schools) en het tegenovergestelde van alinea 3.

Zet de vier stappen voor de hoofdgedachte op volgorde

1

Bijzaken weglaten

2

Kernzinnen zoeken

3

Hoofdgedachte formuleren

4

Titel en inleiding lezen

Volgorde zoals op de dia Hoofdzaak en bijzaak. Verwachte fout: de bijzaken pas na het formuleren weglaten.

Wat vind jij het lastigst aan de hoofdgedachte?

1

Onderwerp en hoofdgedachte uit elkaar houden

2

De kernzin van een alinea vinden

3

Hoofdzaak en bijzaak scheiden

4

De juiste meerkeuzeoptie kiezen

Gebruik de uitslag om in les 2 te kiezen waar je extra aandacht aan besteedt.

Welke tip uit deze les ga jij gebruiken?

Verwacht: kernzinnen zoeken, afleiders afstrepen, titel en slot lezen. Lees een paar antwoorden voor.

EXAMENSTOF ENGLISH · READING · MAIN IDEA

Begrippen (1/2)

  • hoofdgedachte: wat de schrijver je vooral wil vertellen, in één zin met een bewering

  • main idea: Engels voor hoofdgedachte; zo staat het in de vraag

  • onderwerp: het thema van de tekst (topic); zegt nog niets over de mening van de schrijver

  • topic sentence: de kernzin van een alinea, met het hoofdpunt van die alinea

  • hoofdzaak: wat de schrijver wil uitleggen of bewijzen

This item has no instructions

EXAMENSTOF ENGLISH · READING · MAIN IDEA

Begrippen (2/2)

  • bijzaak: voorbeelden, details en anekdotes die de hoofdzaak ondersteunen

  • titel: geeft vaak een eerste hint over onderwerp en hoofdgedachte

  • alinea: tekstdeel met één hoofdpunt; vragen verwijzen ernaar met een nummer

This item has no instructions