De Presente perfecto

El presente perfecto
1 / 22
next
Slide 1: Slide
SpaansHBOStudiejaar 1

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

El presente perfecto

Slide 1 - Slide

Terugkoppeling PERFECTO
  1. Wat is de PERFECTO voor een tijd in het Nederlands?
  2. Hoe maak je de perfecto?
  3. Zijn er uitzonderingen?
  4. Wat is belangrijk bij het maken van een zin?

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

voltooid deelwoord=

participio

   ww op -ar= ado    cant ado 

    ww op -er= ido    com ido   

 ww op -ir= ido       viv ido

let op:

het hulpwerkwoord en het voltooid deelwoord staan altijd bij elkaar!!!!!

hulp-ww

Haber:

he

has

ha


hemos

habéis

han

Slide 4 - Slide

¿Cuándo se usa el Presente Perfecto?
Wanneer gebruik je presente perfecto?

De voltooid tegenwoordige tijd (Presente perfecto)
Om handeling of gebeurtenis aan te duiden die al plaats gevonden heeft, maar die nog relatie heeft met het heden.

Ejemplo:   Esta mañana he desayunado (Vanmorgen heb ik ontbeten)
 Voorbeeld:  Hoy he trabajado (Vandaag heb ik gewerkt)


Slide 5 - Slide

Marcadores indefinido/perfecto

Signaalwoorden indefinido/perfecto.

Slide 6 - Slide

Woorden waarmee je de Presente Perfecto
kunt herkennen
Signaalwoorden:

Ejemplo: Este año no he ido de vacaciones
Voorbeeld: Dit jaar ben ik niet op vakantie geweest.


Ejemplo: Has estado alguna vez en Amsterdam?
Voorbeeld: Ben je wel eens in Amsterdam geweest?

Slide 7 - Slide

Perfecto
Perfecto vs Indefinido

Indefinido
Hier zit je nog in
(relatie met het heden)
Este año
Esta semana
Hoy
Nunca
etc..
Duidelijk begin & eind (afgesloten)
Anoche
El año pasado
El 24 de mayo
En 2024
etc..

Slide 8 - Slide

Perfecto (uitzonderingen)
abrir - abierto
decir - dicho
escribir - escrito
ir - ido
hacer - hecho
poner - puesto
ver - visto
volver - vuelto
romper - roto
ser - sido
morir - muerto

Slide 9 - Slide

Perfecto --> vertaal
  1. Ik heb gelopen (caminar)
  2. Jij hebt gezwommen (nadar)
  3. Zij heeft gerend (correr)
  4. Wij hebben gedronken (beber)
  5. Jullie zijn gegaan (ir)
  6. Zij hebben huiswerk gemaakt (hacer los deberes)
timer
5:00

Slide 10 - Slide

Me llamo Javier, vivo en Best
me gusta estudiar español
Mis compañeros y yo siempre hacemos los deberes
también vamos a Sevilla
hoy empezamos al período 2
Soy Javier, he vivido en Best
me ha gustado estudiar español
hemos hecho los deberes
hemos  ido a Sevilla
hemos empezado al periódo 2

Slide 11 - Drag question

9

Slide 12 - Video

Gatentekst
timer
15:00

Slide 13 - Slide

00:20
vul de goede vorm van merecer in: ha ____________

Slide 14 - Open question

00:32
vul het goede hulpwerkwoord van :
entrar (él)

Slide 15 - Open question

00:43
vul het goede hulpwerkwoord van: salir

Slide 16 - Open question

00:56
geef de eerste pers enkv van de perfecto van bajar

Slide 17 - Open question

01:21
geef de 3de pers mv in de perfecto van venir

Slide 18 - Open question

01:40
1ste pers enkv in de presente van estar

Slide 19 - Open question

02:06
1ste pers.perfecto van poner

Slide 20 - Open question

02:11
geef 3de pers enkelv van marcar

Slide 21 - Open question

02:58
geef de 1ste pers.enkv in de perfecto van llegar

Slide 22 - Open question