Mavo NaSk1.4 Diagrammen maken en aflezen

Diagrammen maken en aflezen

1 / 27
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNatuurkunde / ScheikundeVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Diagrammen maken en aflezen

This item has no instructions

Leerdoel

Ik kan een tabel gebruiken om een diagram te maken en een diagram correct aflezen.

This item has no instructions

Welke woorden passen bij tabellen en diagrammen?

Gebruik dit als voorkennis-activatie. Verwachte woorden: grafiek, as, tabel, meten, tijd, temperatuur, lijn, punten.

Wat is een diagram?

  • Een diagram laat een verband zien tussen twee grootheden.

  • Je zet metingen in een assenstelsel.

  • De punten samen laten zien hoe twee grootheden veranderen.

Sluit aan bij het boek: in NaSk onderzoek je vaak het verband tussen twee grootheden, zoals tijd en temperatuur of hoogte en valtijd.

Metingen eerst in een tabel

  • Bij een experiment noteer je meetwaarden overzichtelijk in een tabel.

  • Bovenaan staan de grootheden.

  • Onder of naast de grootheid staat de eenheid.

  • De getallen in de tabel krijgen dan niet steeds opnieuw een eenheid.

Benadruk het veelgemaakte misverstand: de eenheid hoeft niet achter elk getal als die al in de tabelkop staat.

Onderdelen van een goede tabel

  • naam van de grootheid

  • eenheid tussen haakjes

  • meetwaarden onder de juiste kolom

  • duidelijke volgorde van de metingen

Gebruik voorbeelden uit de screenshots, zoals tijd (min) en temperatuur (°C), of hoogte (m) en tijdsduur (s).

Van tabel naar diagram

  1. Teken een assenstelsel.

  2. Zet bij beide assen de grootheid en eenheid.

  3. Kies een regelmatige schaalverdeling.

  4. Zet de meetpunten als duidelijke stippen in het diagram.

  5. Trek daarna de grafiek.

Dit volgt direct het stappenplan uit het lesmateriaal. Houd het kort en procedureel.

Welke as gebruik je?

  • Op de horizontale as zet je meestal de grootheid die je kiest of verandert, zoals tijd.


  • Op de verticale as zet je de grootheid die daarvan afhangt, zoals temperatuur of afstand.

Noem horizontale as eventueel x-as en verticale as y-as als dat in de klas bekend is, maar houd de focus op NaSk-taal.

Wat zet je meestal op de horizontale as?

A

De afhankelijke grootheid

B

De gekozen grootheid

C

De uitkomst met eenheid

D

De hoogste meetwaarde

Sluit aan op slides 2 t/m 6: op de horizontale as staat meestal de grootheid die je zelf kiest of verandert, zoals tijd.

Maak de zinnen compleet

Bij een experiment noteer je meetwaarden eerst in een tabel. Bovenaan staan de grootheden. Bij de assen zet je ook de juiste eenheid.

tabel
grootheden
eenheid
diagram
meetpunten
schaalverdeling
grafiek

Controleer of leerlingen tabel, grootheden en eenheid onderscheiden.

Rechte lijn of kromme lijn?

Liggen de meetpunten ongeveer op één rechte richting, dan teken je een rechte lijn.





Belangrijk NaSk-punt: meetpunten zijn niet altijd exact door meetonnauwkeurigheid. Daarom teken je de lijn die het beste past.

Rechte lijn of kromme lijn?

Verandert het verband niet recht, dan teken je een vloeiende kromme.

This item has no instructions

Waarom liggen punten niet altijd precies op de lijn?

Metingen zijn nooit helemaal perfect. Bijvoorbeeld:

  • een stopwatch wordt iets te vroeg of te laat ingedrukt

  • een afstand of hoogte wordt net niet exact gemeten

Daarom past de grafiek zo goed mogelijk bij alle meetpunten.

This item has no instructions

Waarom hoeft de grafiek niet door elk meetpunt te gaan?

A

Door meetfouten

B

Door missende eenheden

C

Door twee grafieken

D

Door korte assen

Gebaseerd op slides 7 t/m 9. Veelgemaakte denkfout: leerlingen denken dat elk punt exact geraakt moet worden.

Een diagram aflezen

  • Zoek eerst de gegeven waarde op een as.

  • Trek een hulplijn naar de grafiek.

  • Ga vanaf de grafiek naar de andere as.

  • Lees daar de gevraagde waarde af.

  • Bijvoorbeeld: hoogte: 1,5 m tijdsduur: 0,55 s

Benadruk dat je soms start op de horizontale as en soms op de verticale as, afhankelijk van wat gevraagd wordt.

Aflezen tussen meetpunten

Je kunt ook waarden aflezen die niet rechtstreeks gemeten zijn.


Bijvoorbeeld:

  • een temperatuur van 20 °C

Dan lees je de waarde af tussen twee meetpunten in.

  • tijdsduur: 1,7 min

Gebruik de voorbeelden uit het boek: 1,5 m geeft 0,55 s en 20 °C geeft ongeveer 1,7 min, alleen mondeling als voorbeeld.

Voorbeeld van een stijgend verband

Bij een wandeling geldt vaak:

  • meer tijd → meer afstand


De grafiek loopt dan omhoog.


Zo zie je in één oogopslag hoe de afstand toeneemt.

Koppel aan het voorbeeld van afstand tegen tijd uit de screenshots.

Wat doe je eerst bij het aflezen van een diagram?

A

De eenheid opschrijven

B

Een punt inkleuren

C

De waarde opzoeken

D

De grafiek trekken

Sluit aan op slides 10 en 11: eerst zoek je de gegeven waarde op een as, daarna gebruik je hulplijnen.

Vul de ontbrekende woorden in

Bij het aflezen zoek je eerst een waarde op een as. Daarna trek je een hulplijn naar de grafiek. Zo kun je ook waarden tussen meetpunten aflezen.

as
hulplijn
tussen
tabel
stip
boven
kolom

Controleer of leerlingen de stappen van aflezen in de juiste volgorde kennen.

Wat kun je met twee grafieken in één diagram goed zien?

A

Welke sneller stijgt

B

Welke eenheid mist

C

Welke tabel langer is

D

Welke as horizontaal is

Gebaseerd op slides 12 t/m 15: vergelijken van stijging, verschil en gelijke waarden.

B81 Lees af uit het diagram:


  • Op een tijd van 1 min is de temperatuur ...........................°C.


  • Op een tijd van 2½ min is de temperatuur ..................... .


  • Een temperatuur van 30 °C is er na ................................ min.


  • Een temperatuur van 12 °C is er na ............................. .



This item has no instructions

Waarom is de eenheid bij je antwoord belangrijk?

Bespreek dat een goed antwoord verwijst naar nauwkeurig aflezen, schatten tussen streepjes en juiste eenheid noteren.

Wat heb je vandaag geleerd over diagrammen?

Reflectie zonder goed of fout. Laat leerlingen kort terugblikken op hun leerwinst.

Welk onderdeel van deze les hielp jou het meest?

Gebruik de uitkomsten om kort na te bespreken wat werkte: tabel, assen, schaalverdeling, aflezen, voorbeelden.

Welk deel vond je het lastigst?

Reflectie zonder goed of fout. Mogelijke thema’s: assen kiezen, schaalverdeling, hulplijnen, schatten tussen meetpunten.

Begrippenlijst

diagram - een tekening in een assenstelsel waarin meetwaarden zijn uitgezet

verband - de samenhang tussen twee grootheden

grootheid - wat je meet, zoals tijd, temperatuur of massa

eenheid - waarin je meet, zoals s, min, g of °C

assenstelsel - de horizontale en verticale as samen

meetpunt - een punt in het diagram dat bij een meting hoort

grafiek - de lijn die het verband in het diagram laat zien

This item has no instructions

Begrippenlijst

horizontale as - de liggende as van het diagram

verticale as - de staande as van het diagram

schaalverdeling - de verdeling van getallen langs een as

rechte lijn - grafiek die recht loopt

kromme lijn - grafiek die vloeiend gebogen loopt

aflezen - een waarde uit een diagram bepalen

hulplijn - een dunne lijn die helpt om goed af te lezen

This item has no instructions