Pak niet je laptop, alleen je boek
Pak niet je laptop, alleen je boek
Open met het idee dat bedrijven pas winst maken vanaf een bepaald verkooppunt. Verbind dit direct aan kosten, opbrengsten en groei van een bedrijf.
Leerdoel
Ik kan het break-evenpunt bij schaalvergroting uitleggen en berekenen, inclusief break-evenafzet en break-evenomzet, en daarbij de formule toepassen in een praktijksituatie.
This item has no instructions
Lesagenda
Huiswerk bespreken
Samen uitwerken
Herhalen stof
Werkblad
Bespreken werkblad
This item has no instructions
Opdracht 30
Leg uit wat in het artikel wordt bedoeld met schaalvergroting.
Schaalvergroting betekent hier het uitbreiden van de groothandel in het buitenland om te
voldoen aan de wens van bestaande klanten, maar het houdt ook in dat de groothandel zijn
huidige klantenkring kan uitbreiden met nieuwe klanten in het buitenland.
b. Welke risico’s zitten er aan uitbreiden in het buitenland?
Je krijgt in het buitenland te maken met andere gewoontes om zaken te doen, met klanten
met andere voorkeuren. Het kost tijd om je daaraan aan te passen.
This item has no instructions
Stap 1: Bereken de dekkingsbijdragepercentage
De variabele kosten zijn 35% van de omzet.
Dus de dekkingsbijdrage is:
100% - 35% = 65%
This item has no instructions
Stap 1: Bereken de dekkingsbijdragepercentage
De variabele kosten zijn 35% van de omzet.
Dus de dekkingsbijdrage is:
100% - 35% = 65%
Stap 2: Break-evenomzet= 40.000 : 0,65 = €61.538,46
Of 40.000 : 65 x 100% = €61.538,46
This item has no instructions
Veiligheidsmarge
145.000 - 61.538,46 = 83.461,54
83.461,54 : 145.000 x 100% = 57,56%
Dat betekent dat haar begrote omzet van € 145.000 met 57,56% kan dalen voordat zij het break-evenpunt
bereikt.
This item has no instructions
Opdracht 32
De begrote omzet bedraagt:
(begrote omzet - break-evenomzet) ÷ begrote omzet = 25%.
Als je dit uitwerkt krijg je:
begrote omzet - 0,25 × begrote omzet = € 500.000
? - 0,25 × ? = € 500.000
0,75 × begrote omzet = € 500.000.
De begrote omzet bedraagt € 500.000 ÷ 0,75 = € 666.666,67.
This item has no instructions
Welke woorden koppel jij aan break-even en kosten?
Gebruik deze woordwolk om voorkennis op te halen. Verwachte reacties: winst, verlies, kosten, omzet, afzet, vaste kosten, variabele kosten, kostprijs.
Wat is het break-evenpunt?
Het break-evenpunt of omslagpunt is het punt waarop een bedrijf geen winst en geen verlies maakt.
Op dat punt zijn:
totale opbrengst = totale kosten
de onderneming precies kostendekkend
extra verkoop daarna pas winstgevend
Benadruk dat break-evenpunt en omslagpunt hier als synoniemen worden gebruikt. Laat leerlingen het verschil zien tussen kostendekkend zijn en daadwerkelijk winst maken.
Opbrengsten, kosten en resultaat
De winst van een bedrijf hangt af van het verschil tussen opbrengsten en kosten.
Totale opbrengst = verkoopprijs × afzet
Totale kosten = vaste kosten + totale variabele kosten
Resultaat = totale opbrengst - totale kosten
Bij het break-evenpunt is het resultaat dus 0.
Leg uit dat afzet het aantal verkochte producten is. Houd de termen consequent: afzet, omzet, kosten, resultaat.
Vaste en variabele kosten
Voor het break-evenpunt moet je het verschil tussen twee soorten kosten kennen.
Vaste kosten veranderen niet mee met de productie op korte termijn
voorbeelden: huur, verzekering, afschrijving
Variabele kosten veranderen wél mee met de afzet of productie
voorbeelden: grondstoffen, verpakkingen, stukloon
samen vormen zij de totale kosten
Noem dat vaste kosten per periode vast zijn, maar per product kunnen dalen als de productie stijgt. Dat is later belangrijk bij schaalvergroting.
Het omslagpunt in een grafiek
In een grafiek zie je vaak:
een lijn voor totale opbrengst
een lijn voor totale kosten
het snijpunt van die lijnen is het omslagpunt
Links van het snijpunt: verlies.
Rechts van het snijpunt: winst.
Als je mondeling een grafiek tekent: totale opbrengst start bij 0, totale kosten starten bij de vaste kosten. Dat maakt het snijpunt visueel logisch.
Wat betekent het break-evenpunt?
Geen winst of verlies
Alleen variabele kosten
Maximale omzet
Hoogste verkoopprijs
Toetst de kern uit slides 2-3. Veelgemaakte fout: leerlingen verwarren break-even met hoge omzet of alleen kosten dekken van variabele kosten.
Vul de begrippen in
Bij het break-evenpunt zijn totale opbrengst en totale kosten aan elkaar gelijk. Afschrijving is meestal een vaste kost. Variabele kosten veranderen mee met de productie of afzet.
Controleert begrip van break-evenpunt, afschrijving en variabele kosten uit de eerste inhoudsblok.
Waarvoor gebruik je een opslagfactor?
Voor indirecte kosten
Voor verkoopprijs per stuk
Voor totale afzet
Voor winst na belasting
Sluit aan op slides 7-9. Distractors zijn termen uit hetzelfde domein, zodat begrip van de functie van opslagfactoren wordt getoetst.
Noem één directe kost en één indirecte kost.
Bespreek dat directe kosten rechtstreeks aan een product zijn toe te rekenen, zoals materiaal of directe arbeid. Indirecte kosten lopen via verdeling/opslag, zoals huur, administratie of afschrijving.
Wat is schaalvergroting?
Schaalvergroting betekent dat een bedrijf meer gaat produceren of verkopen.
Dat kan door:
grotere productieaantallen
extra machines of ruimte
een grotere afzetmarkt
Het doel is vaak een lagere kostprijs per product.
Koppel schaalvergroting aan een praktische situatie, zoals een bakkerij, kledingdrukkerij of klein productiebedrijf dat groeit.
Schaalvergroting en vaste kosten
Bij schaalvergroting worden vaste kosten over meer producten verdeeld.
de totale vaste kosten blijven soms gelijk binnen een bepaalde capaciteit
daardoor dalen de vaste kosten per product
de kostprijs per product kan dus lager worden
dit heet een voordeel van schaalvergroting
Noem dat dit alleen geldt zolang de capaciteit voldoende is. Bij uitbreiding naar een extra machine of pand kunnen vaste kosten weer stijgen.
Schaalvergroting en variabele kosten
Variabele kosten bewegen mee met de productie.
per extra product komen er meestal extra variabele kosten bij
soms dalen variabele kosten per stuk door inkoopvoordeel
soms blijven ze gelijk per stuk
het effect op het break-evenpunt hangt dus af van vaste én variabele kosten
Laat zien dat schaalvergroting niet automatisch alle kosten verlaagt. Vooral de verdeling van vaste kosten en eventuele inkoopkorting maken verschil.
Effect op de kostprijs
Door schaalvergroting kan de kostprijs dalen als:
vaste kosten per product lager worden
indirecte kosten over meer stuks worden verdeeld
de inkoop per stuk goedkoper wordt
Een lagere kostprijs maakt winst vaak sneller bereikbaar.
Verbind dit met concurrentie: lagere kostprijs geeft ruimte voor meer winst of een scherpere verkoopprijs.
Grenzen van schaalvergroting
Schaalvergroting heeft niet alleen voordelen.
een nieuwe machine verhoogt de afschrijving
extra ruimte verhoogt huur of andere vaste kosten
grotere voorraden kunnen extra kosten geven
daardoor kan het break-evenpunt ook juist hoger worden
Groei moet dus rendabel zijn.
Belangrijk tegenbeeld: groter worden verlaagt niet altijd direct het omslagpunt. Soms stijgen de vaste kosten eerst sterk.
Waarom kan schaalvergroting de kostprijs verlagen?
Vaste kosten per stuk dalen
Omzet wordt altijd winst
Afschrijving verdwijnt
Verkoopprijs wordt nul
Toetst de hoofdgedachte uit slides 10-14. Let op de misvatting dat schaalvergroting automatisch alle kosten verlaagt.
Vul de tekst aan
Bij schaalvergroting worden vaste kosten vaak over meer producten verdeeld. Daardoor daalt de kostprijs per product soms. Maar als een extra machine nodig is, stijgt de afschrijving en kan het break-evenpunt juist hoger worden.
Laat leerlingen zowel het voordeel als de grens van schaalvergroting verwoorden.
Formule break-evenafzet
De break-evenafzet is het aantal producten dat verkocht moet worden om geen verlies te maken.
Break-evenafzet = totale constante kosten / (verkoopprijs per stuk - variabele kosten per stuk)
Daarbij is:
totale constante kosten = vaste kosten
verkoopprijs - variabele kosten = bijdrage per product
Gebruik hier bewust ook de term constante kosten, omdat die in methodes vaak naast vaste kosten voorkomt. Benoem dat het in deze context hetzelfde idee is.
Bijdrage per product
De noemer van de formule is de bijdrage per product.
verkoopprijs per stuk
minus variabele kosten per stuk
wat overblijft draagt bij aan het dekken van vaste kosten
Pas als de vaste kosten volledig zijn gedekt, ontstaat winst.
Veel leerlingen rekenen hier fout door kostprijs en variabele kosten door elkaar te halen. Benadruk dat in de formule alleen variabele kosten per stuk worden afgetrokken.
Formule break-evenomzet
De break-evenomzet is de omzet die nodig is om precies uit de kosten te komen.
Je kunt die op twee manieren bepalen:
break-evenomzet = break-evenafzet × verkoopprijs per stuk
of afleiden vanuit de berekende afzet en opbrengst
Bij deze omzet is het resultaat 0.
Houd het eenvoudig en sluit aan op de eerder berekende break-evenafzet. Dat is voor deze doelgroep meestal de duidelijkste route.
Stappenplan voor de berekening
Bepaal de vaste kosten
Bepaal de variabele kosten per stuk
Noteer de verkoopprijs per stuk
Bereken de bijdrage per product
Bereken de break-evenafzet
Bereken daarna de break-evenomzet
Benadruk dat afschrijving en indirecte kosten eerst goed moeten zijn verwerkt in de vaste kosten of in de kostprijsanalyse.
Wat is de bijdrage per product?
Verkoopprijs min variabele kosten
Omzet min vaste kosten
Kostprijs min afschrijving
Vaste kosten min afzet
Belangrijke stap uit slides 15-18. Veel leerlingen halen bijdrage per product en kostprijs door elkaar.
Vul de formuletekst in
De break-evenafzet bereken je door de vaste kosten te delen door de bijdrage per product. Daarna bereken je de break-evenomzet door de afzet te vermenigvuldigen met de verkoopprijs per stuk.
Verankert de volgorde van het stappenplan en de twee kernbegrippen.
Praktijksituatie: producent
Stel een bedrijf maakt drinkflessen.
Gegeven:
vaste kosten per maand: €12.000
variabele kosten per fles: €4
verkoopprijs per fles: €10
Met deze gegevens kun je het break-evenpunt berekenen.
Kies een concreet, herkenbaar product. De cijfers zijn eenvoudig genoeg om de redenering centraal te houden.
Berekening van de break-evenafzet
Eerst bereken je de bijdrage per product:
€10 - €4 = €6
Daarna:
Break-evenafzet = €12.000 / €6 = 2.000 flessen
Bij 2.000 flessen is er geen winst en geen verlies.
Wijs erop dat de uitkomst een aantal producten is. Rond in andere situaties meestal naar boven af, omdat je geen deel van een product kunt verkopen.
Berekening van de break-evenomzet
Nu bereken je de omzet bij het break-evenpunt:
Break-evenomzet = 2.000 × €10 = €20.000
Dus bij een omzet van €20.000 dekt het bedrijf precies alle kosten.
Controleer hardop de logica: 2.000 flessen leveren €20.000 op, en daarmee zijn zowel vaste als variabele kosten precies gedekt.
Schaalvergroting in dezelfde situatie
Stel dat het bedrijf groter gaat inkopen.
Nieuwe situatie:
variabele kosten dalen van €4 naar €3,50 per fles
vaste kosten blijven €12.000
verkoopprijs blijft €10
Dan verandert het break-evenpunt.
Gebruik dit als direct voorbeeld van schaalvoordeel zonder dat de vaste kosten veranderen.
Effect van schaalvergroting op break-even
Nieuwe bijdrage per product:
€10 - €3,50 = €6,50
Nieuwe break-evenafzet:
€12.000 / €6,50 ≈ 1.847 flessen
Door lagere variabele kosten ligt het break-evenpunt lager.
Leg uit dat de onderneming nu minder hoeft te verkopen om uit de kosten te komen. Dat maakt het verband tussen schaalvergroting en break-even concreet.
Als schaalvergroting investeringen vraagt
Soms is groei alleen mogelijk met een extra machine.
Gevolg:
afschrijving stijgt
vaste kosten stijgen mee
de break-evenafzet kan daardoor weer hoger worden
Je moet dus altijd beide kanten bekijken: kostenvoordeel én extra vaste kosten.
Dit is de kern van het leerdoel: niet alleen rekenen, maar ook uitleggen waarom het omslagpunt verschuift bij schaalvergroting.
Toepassing in een bedrijfssituatie
Bedrijven gebruiken break-evenberekeningen om beslissingen te nemen over:
een nieuwe investering
de minimumafzet die nodig is
een passende verkoopprijs
de vraag of schaalvergroting zinvol is
het inschatten van risico en winstkans
Maak de koppeling naar ondernemingsbeslissingen: rekenen ondersteunt beleid, prijsstelling en investeringskeuzes.
Wat heb jij vandaag het best begrepen?
Reflectievraag zonder goed of fout. Laat leerlingen één inzicht of vaardigheid benoemen, bijvoorbeeld bijdrage per product, break-evenafzet of het effect van schaalvergroting.
Welk onderdeel vond jij nog lastig?
Reflectievraag zonder goed of fout. Gebruik antwoorden om te zien of leerlingen vooral moeite hadden met begrippen, formules of redeneren in een praktijksituatie.
Begrippenlijst
break-evenpunt - het punt waarop totale opbrengst en totale kosten aan elkaar gelijk zijn
omslagpunt - een andere naam voor het break-evenpunt
break-evenafzet - het aantal producten dat verkocht moet worden om geen winst en geen verlies te maken
break-evenomzet - de omzet die nodig is om precies alle kosten te dekken
vaste kosten - kosten die op korte termijn niet veranderen door de productieomvang
variabele kosten - kosten die wel veranderen als de productie of afzet verandert
kostprijs - de totale kosten die aan één product worden toegerekend
This item has no instructions
Begrippenlijst
afschrijving - de jaarlijkse of periodieke waardevermindering van een duurzaam productiemiddel
directe kosten - kosten die rechtstreeks aan een product zijn toe te rekenen
indirecte kosten - kosten die niet rechtstreeks aan één product zijn toe te rekenen
opslagfactor - factor of opslag waarmee indirecte kosten aan directe kosten worden toegevoegd
schaalvergroting - het groter worden van productie of afzet om voordelen in kosten of opbrengsten te behalen
bijdrage per product - verkoopprijs per stuk min variabele kosten per stuk
This item has no instructions