Hoofdstuk 4 | Leefomgeving
Domein E: Leefomgeving
Hoofdstuk 4 | Leefomgeving
Domein E: Leefomgeving
This item has no instructions
This item has no instructions
Introductie H4 ( Les 1)
Leerdoelen:
- Je (her)kent de stedelijke vraagstukken voor de komende jaren
- Je herhaalt de begrippen uit de onderbouw.
- Lezen en maken werkboek blz. 140/141.
"Toettoet wordt tringtring".
- Opdrachten 2 t/m 6
minute
second
This item has no instructions
Kenniseconomie (les 2)
- Je kent de vier functies die steden hebben
- Je kunt de begrippen drempelwaarde, reikweidte en verzorgingsgebied in eigen woorden uitleggen.
- Je kunt verklaren waarom de kenniseconomie en de creatieve economie zich vooral in de stad bevinden.
This item has no instructions
Wat verstaat men onder "functies van een stad"?
This item has no instructions
Op welk gebied zie jij de meeste problemen in een stad?
Wonen
Verkeer
Werk
Voorzieningen
This item has no instructions
De overheid mag meer gebruik maken van data van burgers
This item has no instructions
Wat biedt een stad t.o.v. een dorp?
Woordweb: leerlingen mogen hier steekwoorden droppen en die zetten we per functie in de juiste kleur.
Kleuren hebben geen 'functie'.
Voorzieningen
Verkeer / OV
This item has no instructions
This item has no instructions
De stad van nu (1/2)
Moderne steden hebben divese functies. We onderscheiden: wonen, werken, voorzieningen en verkeer.
Ten opzichte van kleinere dorpen hebben steden meer voorzieningen. Voorbeelden zijn winkels, scholen, uitgaanscentra, gezondheidszorg, bestuurlijke kantoren.
This item has no instructions
De stad van nu (2/2)
De meeste van deze voorzieningen hebben een dusdanig grote reikwijdte, dat deze ‘publiek’ uit een grote regio aantrekken. -> voorbeeld bakker/sportclub.
Voor bedrijven belangrijk om te weten waar hun publiek vandaan komt, wat is hun verzorgingsgebied? Bedrijven hebben een drempelwaarde om te kunnen blijven bestaan.
This item has no instructions
This item has no instructions
Problemen in de stad?
Problemen in de stad: Milieuvervuiling, wonen en verkeer.
Verkeer -> (Geluids)overlast, files, ongelukken. -> Ook stoot verkeer veel uit. Veel steden daarom ‘autoluw’, ‘auto te gast’, OV stimuleren en deelauto’s/scooters. Beter voor de uitstoot & voor de veiligheid
Wonen -> Weinig groen en weinig ruimte in de stad. Hierdoor is leefomgeving vervuild en woon je hier niet prettig. In de zomers erg warm door weinige groen in de stad
Milieu-vervuiling: veel afval (plus uitstoor verkeer)
This item has no instructions
Kenniseconomie (4.2)
Nederland heeft een hoogwaardige kenniseconomie. Innovaties en hersenkracht zijn de drijvende kracht achter deze economie. Marketing en Social Media zijn belangrijke afdelingen binnen bedrijven. Belevingseconomie: soms wordt een product of bedrijf meer waard door de beleving (ook door Social Media).
Bedrijven verkopen het meeste aan andere bedrijven en overheden, zakelijke dienstverlening, en niet aan consumenten.
This item has no instructions
Type stad/economie
Start-ups: kleine bedrijven ( < 10 werknemers) zitten vaak in de stad
1. Creative broedplaatsen. (vb: Strijp-S).
2. Grote bedrijven: Brainport ASML, Philips aan de randvan de stad > Science Parks
This item has no instructions
This item has no instructions
This item has no instructions
Zelf doen deze les.
- Neem de aantekening over van het bord.
- Opdracht 1 blz. 144
- Opdracht 3 blz. 148
Zelf doen deze les
- Samenvatting maken
De stad van nu + Produceren in de stad, Aantrekkelijke stad- Blz. 144 -> opdr 1.
- Blz. 148 -> opdr 3 en 5
minute
second
This item has no instructions
Problemen in de stad(les 3)
Je kunt stedelijke problematiek voor de functies wonen en verkeer beschrijven en klaren.
Je kunt voordelen en risico's van digitalisering en verduurzaming van steden noemen.
Je kunt verklaren waarom er ook verliezers zijn in de kennis- en creatieve economie.
This item has no instructions
This item has no instructions
This item has no instructions
This item has no instructions
Zelf doen deze les
- Samenvatting
Oplossingen voor lange termijn, Slimme oplossingen & Landelijk gebied
- Opdracht 5 en 6 blz. 144
- Opdracht 6 blz 148
Zelf doen deze les
- Maak de aantekening op het bord.
- Opdracht 5 en 6 blz. 144
- Opdracht 6 blz. 148
This item has no instructions
This item has no instructions
This item has no instructions
Werkles (les 4)
- Werk opdrachten en aantekeningen van eerdere lessen uit.
- Opdracht 1-5-6 blz. 144/145
- Opdracht 2-3-5-6 blz. 148/149
- Leerdoelen blz. 142 en blz. 146.
(samenvatting)
This item has no instructions
Ruimte (les 5)
Leerdoelen:
- Je kunt in eigen woorden uitleggen waarom ruimtelijke ordening belangrijk is in Nederland.
- Je kunt beredeneren waarom samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en burgers nodig is.
This item has no instructions
Ruimtelijke inrichting
Ruimtelijke ordening gaat over alle regels die er bestaan over de inrichting van de publieke ruimte ("wat mag waar?"
Overheid bepaalt dit:
Rijksoverheid / het Rijk (1)
Provincies (12)
Gemeenten (342)
Belangrijk is dat ideeën van gemeenten nooit in strijd mogen zijn met provincies of de rijksoverheid. Voor duidelijkheid: omgevingswet.
This item has no instructions
Ruimtelijke ordening & Beleid(2/2)
Sommige belangen overlappen.
-> Aangrenzende Gemeenten kunnen dezelfde wensen hebben.
-> Economishce belangen vs sociale belangen (vb. huizenbouw)
Ruimtelijk beleid: Plannen van de rijksoverheid over het hudige en toekomstige beleid (tot 2050) over het gebruik van de ruimte. Ook het bedrijfsleven kan hier inspraak op hebben, de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Beleid wordt uitgewerkt in 'lagere niveaus', vaak gemeenten.
De gemeenten maken een bestemmingsplan voor hun gemeente die duidelijk aangeeft hoe de ruimte gebruikt kan worden.
This item has no instructions
Belangen
Veel belangen spreken elkaar tegen.
Zie ( en lees) artikel over de N279 van Den Bosch naar Helmond.
1. Welke overheidslaag is verantwoordelijk voor dit project?
2. Welke tegengestelde belangen herken je?
3. Wat vind jij een passende oplossing?
This item has no instructions
This item has no instructions
This item has no instructions
Nederland overvol?
Maar waarmee?
This item has no instructions
Geen ruimte?
- Wonen
- Bedrijven
- Recreatie
- Natuur.
This item has no instructions
This item has no instructions
Hoe ziet de stad er uit (les 6)
Paragraaf 4.4 Stedelijke ontwikkelingen.
- Welke verschillende stadsdelen zijn er?
* Diverse stadsontwikkelingen vanaf 1830 tot nu
- Waarom zijn er na 1990 grote veranderingen aangebracht in en rondom steden?
This item has no instructions
This item has no instructions
This item has no instructions
This item has no instructions
Opdracht
Klik in de volgende dia op de link.
Ga met jouw groepje het aangewezen deel van de tekst uitwerken.
This item has no instructions
This item has no instructions
Wijk 1
Wijk 2 (rechts)
This item has no instructions
Beschrijf het begrip 'Groeikern' in eigen woorden
This item has no instructions
Geef drie voorzieningen waarom mensen graag naar de stad komen?
This item has no instructions
Bron 18!!
- Verschil vroeger en nu
[ Denk logisch !!! ]
* Toename welvaart + mobiliteit en voorzieningen
* Verschil in woningen!
(Gentrification)
This item has no instructions
Beschrijf 'Gentrification in eigen woorden
This item has no instructions
Rondom het centrum tref ik
Oude woonwijken
Nieuwe woonwijken
Opgeknapte woonwijken
Appartementen
This item has no instructions
Leg uit waarom 'Gentrification' ervoor zorgt dat jonge mensen in de stad blijven.
This item has no instructions
Wat betekent saneren
nieuwbouw
afscheiden
renoveren
slopen
This item has no instructions
In welke wijken heeft veel renovatie en sanering plaatsgevonden?
19e eeuwse woonwijken
Na-oorlogse wijken
Wijken met Galerijflats
VINEX wijken
This item has no instructions
Welk type woning zie je op deze afbeelding?
Rijtjeshuis
Arbeiderswoning
Vinex
Portiekflats
This item has no instructions
Geef twee bewonerskenmerken van de vorige foto.
This item has no instructions
Welk type woning zie je op onderstaande afbeelding
VINEX
Portiekflats
Galerijflats
Appartementen in centrum
This item has no instructions
This item has no instructions
This item has no instructions
This item has no instructions
This item has no instructions
Ter Afsluiting
Vergelijk op de volgende afbeelding de twee wijken met elkaar op het gebied van:
- 2 woningskenmerken
- 2 bevolkingskenmerken
This item has no instructions
Wijk 1
Wijk 2
This item has no instructions
Woning- & bewonerskenmerken
Diverse type woningen kun je onderscheiden op basis van:
Ouderdom ( VOORoorlogs OF Na oorlogs
Type huis (rijtjeshuis, vrijstaand, flats bijv)
Eigendom ( Koop, particuliere huur of sociale huur)
Diverse type bewonerskenmerken om algemeen beeld te geven:
Leeftijd
Gemiddeld inkomen
Huishoudtype
This item has no instructions
Groeikernen (1970)
This item has no instructions
This item has no instructions
De inrichting van de openbare ruimte
Paragraaf 4.6
- Je kunt de gevolgen beschrijven van stedelijk beleid voor de sociale veiligheid van wijken en buurten.
-
This item has no instructions
Ben je veilig of ben je veilig in je buurt?
Voor iedereen is bovenstaande vraag anders. Gemiddelden van een wijk zijn wel data van. Zie buurtprofiel hieronder of bron 20.
This item has no instructions
Veiligheid
Subjectieve veiligheid
Voor ieder persoon in de wijk anders. Te achterhalen via enquêtes en buurtonderzoeken.
-> Hoe ervaar jij je buurt?
-> Hangt ook af van leeftijd, afkomst, inkomen
Objectieve veiligheid:
Dit kun je 'meten' door naar de feiten te kijken (inbraken, ongelukken etc)
->
This item has no instructions
Kenmerken openbare ruimte
Openbare ruimte = ruimte die voor iedereen toegankelijk is
1. Onderhoud: In welke staat zijn de voorzieningen (straatverlichting, afval etc..)
2. Overzichtelijkheid: Is de ruimte open, ga je op in de grauwe massa?
Dicht op elkaar gebouwd?
3. Toezicht: Is er toezicht (of lijkt dat zo..)?
This item has no instructions