Klassieke muzieklijn (Muziek vwo), les 2: Examentraining

MUZIEK EN CULTUUR · A3

EXAMENTRAINING

Klassieke muzieklijn: zo pak je examenvragen aan

1 / 25
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMuziekMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining klassieke muzieklijn voor vwo: de periode kiezen, een kenmerk aanwijzen, beargumenteren en nieuwe muziek herkennen, met 8 vragen waarvan 8 luistervragen.

Items in this lesson

MUZIEK EN CULTUUR · A3

EXAMENTRAINING

Klassieke muzieklijn: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Adolph von Menzel / Wikimedia Commons, publiek domein

♪ MUZIEK EN CULTUUR · A3

WAT GA JE KUNNEN?

Ik kan een onbekend fragment in een periode plaatsen en dat beargumenteren met kenmerken die ik hoor.

This item has no instructions

♪ MUZIEK EN CULTUUR · A3

ZO PAK JE EEN EXAMENVRAAG AAN

  • 1. Luister: wat valt meteen op: eenstemmig, polyfoon, akkoorden of vooral klankkleur?

  • 2. Stijl: let op melodie, ritme, harmonie en klankkleur, met instrumenten en bezetting.

  • 3. Vorm: herken je imitatie, basso continuo, periodebouw, een hoofdvorm of herhaling?

  • 4. Plaats: kies de periode en noem minstens één kenmerk dat je hoort als argument.

This item has no instructions

Joseph Haydn, portret door John Hoppner (1791)

♪ MUZIEK EN CULTUUR · A3

VRAAGTYPE 1: DE PERIODE KIEZEN

  • Je kiest de periode op basis van wat je hoort, niet op een bekende naam.

  • Let op de begeleiding, de melodiebouw en de klankkleur.

Image credit: John Hoppner / Wikimedia Commons, publiek domein

Video: Mozart: Pianosonate in C, K. 545, eerste deel, Lang Lang (kanaal: Steinway & Sons). Wat hoor je? Een pianosolo: de linkerhand speelt gebroken akkoorden (albertijnse bas), de rechterhand een heldere melodie in regelmatige zinnen van voorzin en nazin. Goede antwoord: classicisme.

Uit welke periode komt dit fragment?

A

Barok

B

Romantiek

C

Renaissance

D

Classicisme

Gebroken akkoorden in de linkerhand (albertijnse bas) en regelmatige zinnen wijzen op het classicisme. De barok heeft juist een basso continuo en motoriek.

Video: Perotinus: Viderunt omnes, The Hilliard Ensemble (kanaal: The Hilliard Ensemble - Topic). Wat hoor je? Enkele zangers zingen meerstemmig in het Latijn, zonder instrumenten: boven een zeer langzaam gezongen lage stem bewegen de bovenstemmen. Er zijn geen doorlopende akkoorden en geen maatgevoel zoals in de barok. Goede antwoord: middeleeuwen (organum).

Uit welke periode komt dit fragment?

A

Renaissance

B

Middeleeuwen

C

Barok

D

Classicisme

Meerstemmigheid boven een zeer langzaam gezongen lage stem, zonder doorlopende akkoorden: dit is een organum uit de middeleeuwen. Wie renaissance kiest, hoort geen imitatie tussen de stemmen.

♪ MUZIEK EN CULTUUR · A3

VRAAGTYPE 2: EEN KENMERK AANWIJZEN

  • Bij deze vragen noem je het kenmerk dat in het fragment klinkt.

  • Let op de begeleiding en op hoe de stemmen zich tot elkaar verhouden.

This item has no instructions

Video: Estampie, Ensemble Gilles Binchois, Dominique Vellard (kanaal: Ensemble Gilles Binchois - Topic). Wat hoor je? Een instrumentale dans met een doedelzak en andere middeleeuwse instrumenten. De doedelzak laat een voortdurende aangehouden lage toon horen: de bourdon. Goede antwoord: een bourdon.

Welk kenmerk hoor je in de begeleiding van dit fragment?

A

Een albertijnse bas in de linkerhand

B

Een barokke motoriek in korte noten

C

Een bourdon: een lang aangehouden lage toon

D

Een basso continuo met cello en klavecimbel

De doedelzak speelt een aangehouden lage toon: de bourdon. De albertijnse bas hoort bij het classicisme en de basso continuo bij de barok.

Video: Palestrina: Sicut cervus, The Marian Consort (kanaal: The Marian Consort). Wat hoor je? Een koor zonder instrumenten waarin de stemmen één voor één inzetten met hetzelfde motief, daarna met een nieuw motief bij de volgende tekstregel. Goede antwoord: doorimitatie.

Welk kenmerk hoor je in dit fragment?

A

Doorimitatie in een koor zonder instrumenten

B

Homofonie met een doorlopende basso continuo

C

Een melodie in unisono met vrije ritmiek

D

Een brede melodie met rubato en chromatiek

De stemmen zetten één voor één in met hetzelfde motief, per tekstregel opnieuw: doorimitatie. Een melodie in unisono met vrije ritmiek is gregoriaans.

Frédéric Chopin, portret door Eugène Delacroix (1838)

♪ MUZIEK EN CULTUUR · A3

VRAAGTYPE 3: BEARGUMENTEREN

  • Noem bij een onbekend werk de periode of stijl en één kenmerk dat je hoort.

  • Een goed argument verwijst naar melodie, harmonie, ritme, klankkleur of vorm.

Image credit: Eugène Delacroix / Wikimedia Commons, publiek domein

Video: Chopin: Nocturne in Es, op. 9 nr. 2, Maria João Pires, piano (kanaal: Maria João Pires - Topic). Wat hoor je? Een pianosolo met een zangerige melodie in brede bogen boven een wiegende begeleiding. De pianist maakt het tempo ruimhartig vrij: rubato. Goed: romantiek, met bijvoorbeeld brede melodie, rubato, chromatische versieringen en expressie.

Noem één romantisch kenmerk in dit fragment.

Goed: een zangerige melodie in brede bogen met een climax, rubato, toenemende chromatiek of expressieve dynamiek. Verwachte fout: alleen 'piano' noemen. Dat bewijst de periode niet, want ook in het classicisme speelde men piano.

Video: Purcell: When I am laid in earth (Dido's Lament), Andreas Scholl (kanaal: Andreas Scholl - Topic). Wat hoor je? Een zangstem met een klein ensemble waarin de baslijn steeds dezelfde dalende gang herhaalt. Goed: de basso continuo als fundament (een herhalende baslijn met akkoorden), een kleine bezetting van strijkers en continuo, versieringen en een aria. Goede antwoord: barok.

Waaraan hoor je dat dit uit de barok komt?

Goed: een basso continuo als fundament, een zich herhalende baslijn met akkoorden, versieringen of een aria. Verwachte fout: 'het klinkt oud'. Vraag door naar een hoorbaar kenmerk.

♪ MUZIEK EN CULTUUR · A3

VRAAGTYPE 4: NIEUWE MUZIEK HERKENNEN

  • Na 1950 klinken er ook klanken die geen traditioneel instrument maakt.

  • Let op clusters, apparatuur en herhaling met geleidelijke verandering.

This item has no instructions

Video: Varèse: Poème électronique (kanaal: Edgard Varèse - Topic). Wat hoor je? Geluiden uit luidsprekers die geen traditioneel instrument of stem zijn: elektronisch opgewekte en bewerkte klanken. Goede antwoord: elektronische muziek.

Welke term past bij dit fragment?

A

Minimal music

B

Elektronische muziek

C

Impressionisme

D

Neoclassicisme

Alle klanken komen uit luidsprekers en zijn niet door een traditioneel instrument gemaakt: elektronische muziek.

Video: Ligeti: Atmosphères, Berliner Philharmoniker, Simon Rattle (kanaal: Berliner Philharmoniker). Wat hoor je? Een orkest speelt een brede, zeer zachte geluidsmassa waarin veel naburige tonen tegelijk klinken, zonder melodie of pulsatie. Goede antwoord: clusters.

Welk kenmerk hoor je in dit fragment?

A

Een bourdon onder een melodie

B

Doorimitatie van een thema

C

Een regelmatige puls met kleine verschuivingen

D

Clusters: veel naburige tonen tegelijk

Het orkest speelt een brede geluidsmassa van naburige tonen tegelijk: clusters, typerend voor de avant-garde. Een regelmatige puls hoort bij minimal music.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

De periode kiezen

2

Een kenmerk aanwijzen

3

Beargumenteren met een kenmerk

4

Nieuwe muziek herkennen

Gebruik de uitslag om in de bespreking meer tijd te geven aan het vraagtype dat de meeste leerlingen lastig vinden.

♪ MUZIEK EN CULTUUR · A3

TIPS VOOR OP HET EXAMEN

  • Noem bij elk antwoord een kenmerk dat je hoort, niet alleen de periode.

  • Twijfel je tussen twee periodes? Let op basso continuo, periodebouw en klankkleur.

  • Het tijdgebonden instrumentarium zegt veel over de tijd waarin een werk is gemaakt.

This item has no instructions