This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slides.
Report this lesson
Items in this lesson
Zorgplan
Doelen stellen
Slide 1 - Slide
Een zorgdoel:
Nadat je de zorgproblemen hebt vastgesteld, ga je de zorgdoelen formuleren. Een zorgdoel is de gewenste situatie van de zorgvrager. Je bepaalt de zorgdoelen altijd samen met de zorgvrager of zijn vertegenwoordiger. Je gaat uit van de vastgestelde zorgproblemen en je houdt rekening met de afspraken met andere disciplines
Slide 2 - Slide
Lesdoel
Hoofddoel: Je kunt samen met de zorgvrager een correct zorgdoel formuleren.
Slide 3 - Slide
Het zorgproces- zorgdoelen
Wanneer er zorgproblemen zijn vastgesteld.
Een zorgdoel is de gewenste situatie of gewenst gedrag van de zorgvrager.
Formuleren van zorgdoelen is een hulpmiddel.
Slide 4 - Slide
Termijn zorgdoel:
Lange termijn: weken, maanden of jaren. Een andere naam is einddoel.
Korte termijn: paar dagen of zelfs uren, onderdeel van het lange termijndoel. Stap voor stap werk je met het korte termijndoel toe naar het einddoel.
Slide 5 - Slide
Slide 6 - Slide
Hulpmiddel is de SMART:
Slide 7 - Slide
Hulpmiddel RUMBA
R = relevant: belangrijk voor de zorgvrager
U = understandable: in begrijpelijke taal geschreven
M = measurable: meetbaar
B = behavioral: in concreet waarneembaar gedrag beschreven
A = attainable: haalbaar
Slide 8 - Slide
Maak zelf eens een doel. Bijvoorbeeld over iets wat je wilt leren of kunnen in een bepaalde periode. Bijvoorbeeld koken, verven een bepaalde hobby uitoefenen. Formuleer deze SMART.
Slide 9 - Open question
Goed of fout SMART doel: Kobe wil op dansles.
A
juist
B
niet juist
Slide 10 - Quiz
Goed of fout SMART doel: Ik wil in 1 maand tijd 2 kg afvallen in gewicht.