Aan het einde van de les kan ik met procenten en promillages rekenen.
Slide 2 - Slide
Leerdoel 2
Aan het einde van de les kan ik in een gegeven vergelijking met één onbekende de onbekende grootheid berekenen.
Slide 3 - Slide
Leerdoel 3
Aan het einde van de les kan ik het ongewogen en het gewogen gemiddelde berekenen.
Slide 4 - Slide
Oefenopdracht
Meneer Draaisma moet zij auto weer gaan tanken. Deze tank bevat 45 liter aan benzine. De benzineprijs per liter is €2,22. De auto rijdt 1 op 14. Hoeveel kost het meneer Draaisma per kilometer?
Slide 5 - Slide
Uitwerking
€2,22 x 45L = €99,90
14 x 45L = 630 km
€99,90 : 630 km = €0,16
Slide 6 - Slide
www.ad.nl
Slide 7 - Link
Standaard formules
1. ............................................
2. ...........................................
3. ...........................................
Slide 8 - Slide
Procenten/promillages
Procenten 1 per100
Promillages 1 per 1000
Procentpunt = absolute verschil, niet relatief!
Slide 9 - Slide
Bedrijfsleven
Verkoopprijs = inkoopprijs + brutowinstopslag
Brutowinst = omzet (vp x afzet) - inkoopwaarde (ip x afzet)
Nettoresultaat = brutowinst - bedrijfskosten
Slide 10 - Slide
Eerstegraads vergelijking
Een vergelijking met een onbekende variabele
Voorbeeld:
3x = 36
Slide 11 - Slide
Gemiddelde
Gewogen -> houdt rekening met het gewicht.
Ongewogen -> houdt geen rekening met het gewicht.
Slide 12 - Slide
Opdrachten
1.1, 1.2, 1.5, 1.6, 1.9, 1.10, 1.13
Klaar? Ga verder met 1.15, 1.20, 1.23, 1.24
timer
15:00
Slide 13 - Slide
Leerdoel 1
Aan het einde van de les kan ik met procenten en promillages rekenen.
Slide 14 - Slide
Leerdoel 2
Aan het einde van de les kan ik in een gegeven vergelijking met één onbekende de onbekende grootheid berekenen.
Slide 15 - Slide
Leerdoel 3
Aan het einde van de les kan ik het ongewogen en het gewogen gemiddelde berekenen.