GL4 H3 3.1

1 / 16
next
Slide 1: Slide
Dienstverlening en ProductenMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 4

This lesson contains 16 slides, with text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

€30 challenge - 💸 Je hebt €30

Je koopt:
  • lunch €8,75
  • bioscoopkaartje €13,50
  • drinken €3,25
  • snack €4,95

Werk stil. Schrijf je berekening op.
✍️ Startopdracht in stilte (5 minuten)
Opdracht
Bereken het totaal.
Heb je genoeg aan €30?
Hoeveel houd je over of kom je tekort?
Wat zou jij aanpassen?

Slide 2 - Slide

vraag 1: 13.00 uur
Brug naar de les:

Zonder planning ontstaat al snel chaos.

Even herhalen

Wat weet je nog? Denk terug aan de vorige les.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Huiswerkcheck + terugblik



Huiswerk
  • Leg je huiswerk open op je tafel
  • Vergelijk één antwoord met je buur.
  • Verschil? Bespreek waardoor dat komt.

 

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

🎯Leerdoelen paragraaf 3.1

Na deze les:
  • uitleggen wat kosten en opbrengsten zijn;
  • voorbeelden van kosten en opbrengsten herkennen;
  • uitleggen wat een budget is;
  • totale kosten en opbrengsten berekenen;
  • bepalen of er sprake is van een overschot of tekort.
Start → korte uitleg → opdrachten → praktijk → exit ticket

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

💸 Kosten

Geld dat je uitgeeft.

Bijvoorbeeld:

locatie
materialen
catering
vervoer
personeel
💰 Opbrengsten

Geld dat binnenkomt.

Bijvoorbeeld:

entreegeld
deelnemersbijdrage
subsidie

Slide 6 - Slide

Als je één van deze punten vergeet, kan de activiteit niet goed aansluiten bij de opdracht. Bijvoorbeeld:

de activiteit past niet bij de doelgroep;
je gaat over het budget;
de locatie is niet geschikt;
de datum of tijd komt slecht uit;
je vergeet belangrijke regels of veiligheidsafspraken;
de activiteit voldoet niet aan de wensen van de opdrachtgever.

Kort antwoord voor op de dia:
👉 De activiteit kan daardoor ongeschikt, te duur, onveilig of niet uitvoerbaar zijn
🎯 Budget

Het bedrag dat de opdrachtgever beschikbaar heeft.

Slide 7 - Slide

Als je één van deze punten vergeet, kan de activiteit niet goed aansluiten bij de opdracht. Bijvoorbeeld:

de activiteit past niet bij de doelgroep;
je gaat over het budget;
de locatie is niet geschikt;
de datum of tijd komt slecht uit;
je vergeet belangrijke regels of veiligheidsafspraken;
de activiteit voldoet niet aan de wensen van de opdrachtgever.

Kort antwoord voor op de dia:
👉 De activiteit kan daardoor ongeschikt, te duur, onveilig of niet uitvoerbaar zijn
Belangrijk verschil
Totale opbrengsten hoger dan kosten? -> OVERSCHOT OP DE BEGROTING

Kosten hoger dan totale opbrengsten? -> TEKORT OP DE BEGROTING

Kosten gelijk aan opbrengsten? -> SLUITENDE BEGROTING

Slide 8 - Slide

Als je één van deze punten vergeet, kan de activiteit niet goed aansluiten bij de opdracht. Bijvoorbeeld:

de activiteit past niet bij de doelgroep;
je gaat over het budget;
de locatie is niet geschikt;
de datum of tijd komt slecht uit;
je vergeet belangrijke regels of veiligheidsafspraken;
de activiteit voldoet niet aan de wensen van de opdrachtgever.

Kort antwoord voor op de dia:
👉 De activiteit kan daardoor ongeschikt, te duur, onveilig of niet uitvoerbaar zijn
Klassikaal: Schoolfeest
Kosten
DJ €250
zaal €150
drinken €125

Opbrengsten
kaartverkoop €600
Overschot, tekort of sluitend? Maak je berekening.

Slide 9 - Slide

Totale kosten: €525
Totale opbrengsten: €600
Resultaat: €75 overschot

Vervolgvraag:

De kaartverkoop levert maar €480 op. Wat gebeurt er dan?

➡️ €45 tekort

Hiermee controleer je direct of ze de begrippen begrijpen.
Actieve check – Kosten of opbrengst?

Schrijf  K/O op

Huur sporthal 
Entreegeld
Subsidie gemeente
Kosten voor drinken
Busvervoer 
Deelnemersbijdrage 
Een sponsor betaalt €200 mee.

Slide 10 - Slide

Als je één van deze punten vergeet, kan de activiteit niet goed aansluiten bij de opdracht. Bijvoorbeeld:

de activiteit past niet bij de doelgroep;
je gaat over het budget;
de locatie is niet geschikt;
de datum of tijd komt slecht uit;
je vergeet belangrijke regels of veiligheidsafspraken;
de activiteit voldoet niet aan de wensen van de opdrachtgever.

Kort antwoord voor op de dia:
👉 De activiteit kan daardoor ongeschikt, te duur, onveilig of niet uitvoerbaar zijn

Slide 11 - Slide

Als je één van deze punten vergeet, kan de activiteit niet goed aansluiten bij de opdracht. Bijvoorbeeld:

de activiteit past niet bij de doelgroep;
je gaat over het budget;
de locatie is niet geschikt;
de datum of tijd komt slecht uit;
je vergeet belangrijke regels of veiligheidsafspraken;
de activiteit voldoet niet aan de wensen van de opdrachtgever.

Kort antwoord voor op de dia:
👉 De activiteit kan daardoor ongeschikt, te duur, onveilig of niet uitvoerbaar zijn
📘 §3.1– Theorie en opdrachten

  • Lees de theorie van §3.1
  • Markeer de belangrijke begrippen.
  • Maak de opdrachten van §3.1. opdr.1 t/m  5 

👉 Eerst lezen en begrijpen
👉 Daarna opdrachten maken

Klaar met een onderdeel?
✅ Pak het antwoordmodel bij de docent
✅ Kijk je antwoorden na
✅ Verbeter je fouten

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

✍️Exitticket
Wat is het verschil tussen kosten en opbrengsten?
Wat betekent budget?
De kosten zijn €850 en de opbrengsten €925. Is er een overschot of tekort en hoeveel?

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Huiswerk
Je zorgt dat je helemaal bij bent t/m paragraaf 2.5

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

🎲 Sta op als…

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

🎲 Sta op als…
…je liever pizza eet dan pasta 🍕
…je liever uitslaapt dan vroeg opstaat 😴
…je een huisdier hebt 🐶🐱🐠
…je favoriete seizoen de zomer is ☀️
…je liever sport doet dan gamet ⚽🎮
…je weleens een grappige TikTok hebt gemaakt of gekeken 🎥
…je het liefst muziek luistert tijdens het leren 🎧
…je liever op vakantie gaat naar het strand dan naar de bergen 🏖️
…je ooit op een podium hebt gestaan (bijv. toneel, muziek, presentatie) 🎤
…je vandaag al gelachen hebt 😄

⚡ Tip: houd het tempo hoog (10–15 sec

Slide 16 - Slide

This item has no instructions