Financieel en niet-financieel (Bedrijfseconomie havo), les 2: Examentraining

Een drukke weekmarkt in Haarlem

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE

Examentraining

Financieel en niet-financieel: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining: soort informatie bepalen, informatie koppelen aan de behoefte van het management, rekenen met verloop, verzuim en procentpunten en het belang uitleggen, met acht vragen.

Items in this lesson

Een drukke weekmarkt in Haarlem

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE

Examentraining

Financieel en niet-financieel: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Cees de Boer / Wikimedia Commons, CC0

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE

Wat ga je kunnen?

Ik kan in een casus informatie onderscheiden, koppelen aan de behoefte van het management en het belang uitleggen.

This item has no instructions

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: welke organisatie is het en wat is de vraag of het probleem?

  • 2. Zoek: welke gegevens staan er en zijn ze in euro's uitgedrukt?

  • 3. Koppel: bepaal financieel of niet-financieel en kies het juiste begrip.

  • 4. Schrijf: noem het begrip en verwijs naar het gegeven uit de casus.

This item has no instructions

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE

Vraagtype 1: soort informatie

  • Je bepaalt of een gegeven financiële of niet-financiële informatie is.

  • Vraag je af: is het in euro's uitgedrukt? Dan is het financieel, anders niet.

  • Een casus bevat vaak allebei: sorteer de gegevens een voor een.

This item has no instructions

Welk gegeven van Kinderopvang Zonnetje is niet-financiële informatie?

A

Ouders geven de opvang gemiddeld een 8,1

B

De uitgaven aan speelgoed waren € 3.200

C

De opbrengsten uit ouderbijdragen waren € 96.000

D

De kosten van het personeel waren € 210.000

Syllabus 24.1: een rapportcijfer is klanttevredenheid en niet in euro's uitgedrukt. De andere drie zijn bedragen. Verwachte fout: de kosten van het personeel kiezen omdat het over personeel gaat.

Een bedrijf noteert € 9.000 aan advertentiekosten en een imagoscore van 7,4. Welke combinatie klopt?

A

Beide zijn financiële informatie

B

Beide zijn niet-financiële informatie

C

Bedrag is financieel, score is niet-financieel

D

Bedrag is niet-financieel, score is financieel

Syllabus 24.1: het bedrag in euro's is financieel, de score niet. Verwachte fout: beide niet-financieel kiezen omdat het over imago gaat.

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE

Vraagtype 2: informatiebehoefte

  • Je geeft aan welke informatie het management nodig heeft om het functioneren te analyseren.

  • Financiële informatie laat het gevolg zien. Niet-financiële informatie laat vaak de oorzaak zien.

  • Zoek bij een probleem het gegeven dat bij de oorzaak past.

This item has no instructions

Webwinkel Plank krijgt klachten over late pakketten. Welke informatie helpt de directie het meest?

A

Het resultaat van het vorige jaar

B

De loonkosten per medewerker

C

De leveringsbetrouwbaarheid en de leveringstermijn

D

De werkgelegenheid in de regio

Syllabus 24: bij klachten over late levering past informatie over levering. Verwachte fout: het resultaat kiezen, omdat dat laat zien dat er iets mis is maar niet wat.

Hoog ziekteverzuim: noem een gevolg voor de zaak.

Syllabus 24.1. Goed antwoord: de werkdruk voor de rest stijgt, er is vervanging nodig die geld kost of de klanttevredenheid daalt. Verwachte fout: alleen noemen dat medewerkers ziek zijn.

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE

Vraagtype 3: rekenen

  • Gebruik de rekenvoorbeelden uit de uitleg: deel door het juiste totaal en doe maal 100.

  • Verzuimpercentage = verzuimde werkdagen / te werken werkdagen x 100.

  • Stijgt het verzuim van 3% naar 5%, dan is dat een stijging van 2 procentpunten, niet van 2%.

This item has no instructions

Zorgcentrum Vita: 450 werkdagen te werken, 27 werkdagen ziek. Hoeveel is het ziekteverzuim?

A

6%

B

0,6%

C

27%

D

17%

Syllabus 24.1. Uitwerking: 27 / 450 x 100 = 6%. Controle: 6% van 450 is 27. Verwachte fout: 17% (450 gedeeld door 27 is ongeveer 17) of 27% (het aantal als percentage).

Het ziekteverzuim bij Studio Kleur stijgt van 4% naar 6%. Wat klopt?

A

Gestegen met 2 procent

B

Gestegen met 6 procentpunten

C

Gestegen met 4 procentpunten

D

Gestegen met 2 procentpunten

Syllabus A5.3: onderscheid procentuele verandering en procentpuntverandering. 6 min 4 is 2 procentpunten. Verwachte fout: 2 procent, want procent en procentpunt worden verwisseld.

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE

Vraagtype 4: het belang uitleggen

  • Je legt uit waarom het management beide soorten informatie nodig heeft.

  • Financieel: wat is er gebeurd? Niet-financieel: wat is de oorzaak en wat komt eraan?

  • Verwijs naar de casus: noem het gegeven en wat het voor de organisatie betekent.

This item has no instructions

Bakkerij Sol heeft een mooi resultaat, maar de klanttevredenheid daalt. Waarom is dit een waarschuwing?

A

Het resultaat van dit jaar blijkt dan fout te zijn

B

Ontevreden klanten kunnen later minder opbrengsten geven

C

Klanttevredenheid is financiële informatie

D

Het imago heeft geen invloed op klanten

Syllabus 24: niet-financiële informatie waarschuwt voor later. Verwachte fout: denken dat het resultaat dit jaar dan niet klopt.

Waarom is het resultaat alleen niet genoeg?

Syllabus 24. Goed antwoord: het resultaat laat niet zien wat de oorzaak is of wat eraan komt; niet-financiële informatie zoals klanttevredenheid of verloop geeft die oorzaak of waarschuwing. Verwachte fout: alleen zeggen dat het resultaat niet klopt.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Soort informatie bepalen

2

Informatiebehoefte koppelen

3

Rekenen met percentages

4

Het belang uitleggen

This item has no instructions

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE

Tips voor op het examen

  • Kijk eerst of een gegeven in euro's is uitgedrukt: dan is het financieel.

  • Gebruik de begrippen uit de les, zoals personeelsverloop en leveringsbetrouwbaarheid.

  • Noem bij een uitleg het gegeven uit de casus en wat het voor het management betekent.

This item has no instructions