Een drukke weekmarkt in Haarlem
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE
Examentraining
Financieel en niet-financieel: zo pak je examenvragen aan
Een drukke weekmarkt in Haarlem
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE
Examentraining
Financieel en niet-financieel: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Cees de Boer / Wikimedia Commons, CC0
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE
Wat ga je kunnen?
Ik kan in een casus informatie onderscheiden, koppelen aan de behoefte van het management en het belang uitleggen.
This item has no instructions
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: welke organisatie is het en wat is de vraag of het probleem?
2. Zoek: welke gegevens staan er en zijn ze in euro's uitgedrukt?
3. Koppel: bepaal financieel of niet-financieel en kies het juiste begrip.
4. Schrijf: noem het begrip en verwijs naar het gegeven uit de casus.
This item has no instructions
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE
Vraagtype 1: soort informatie
Je bepaalt of een gegeven financiële of niet-financiële informatie is.
Vraag je af: is het in euro's uitgedrukt? Dan is het financieel, anders niet.
Een casus bevat vaak allebei: sorteer de gegevens een voor een.
This item has no instructions
Welk gegeven van Kinderopvang Zonnetje is niet-financiële informatie?
Ouders geven de opvang gemiddeld een 8,1
De uitgaven aan speelgoed waren € 3.200
De opbrengsten uit ouderbijdragen waren € 96.000
De kosten van het personeel waren € 210.000
Syllabus 24.1: een rapportcijfer is klanttevredenheid en niet in euro's uitgedrukt. De andere drie zijn bedragen. Verwachte fout: de kosten van het personeel kiezen omdat het over personeel gaat.
Een bedrijf noteert € 9.000 aan advertentiekosten en een imagoscore van 7,4. Welke combinatie klopt?
Beide zijn financiële informatie
Beide zijn niet-financiële informatie
Bedrag is financieel, score is niet-financieel
Bedrag is niet-financieel, score is financieel
Syllabus 24.1: het bedrag in euro's is financieel, de score niet. Verwachte fout: beide niet-financieel kiezen omdat het over imago gaat.
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE
Vraagtype 2: informatiebehoefte
Je geeft aan welke informatie het management nodig heeft om het functioneren te analyseren.
Financiële informatie laat het gevolg zien. Niet-financiële informatie laat vaak de oorzaak zien.
Zoek bij een probleem het gegeven dat bij de oorzaak past.
This item has no instructions
Webwinkel Plank krijgt klachten over late pakketten. Welke informatie helpt de directie het meest?
Het resultaat van het vorige jaar
De loonkosten per medewerker
De leveringsbetrouwbaarheid en de leveringstermijn
De werkgelegenheid in de regio
Syllabus 24: bij klachten over late levering past informatie over levering. Verwachte fout: het resultaat kiezen, omdat dat laat zien dat er iets mis is maar niet wat.
Hoog ziekteverzuim: noem een gevolg voor de zaak.
Syllabus 24.1. Goed antwoord: de werkdruk voor de rest stijgt, er is vervanging nodig die geld kost of de klanttevredenheid daalt. Verwachte fout: alleen noemen dat medewerkers ziek zijn.
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE
Vraagtype 3: rekenen
Gebruik de rekenvoorbeelden uit de uitleg: deel door het juiste totaal en doe maal 100.
Verzuimpercentage = verzuimde werkdagen / te werken werkdagen x 100.
Stijgt het verzuim van 3% naar 5%, dan is dat een stijging van 2 procentpunten, niet van 2%.
This item has no instructions
Zorgcentrum Vita: 450 werkdagen te werken, 27 werkdagen ziek. Hoeveel is het ziekteverzuim?
6%
0,6%
27%
17%
Syllabus 24.1. Uitwerking: 27 / 450 x 100 = 6%. Controle: 6% van 450 is 27. Verwachte fout: 17% (450 gedeeld door 27 is ongeveer 17) of 27% (het aantal als percentage).
Het ziekteverzuim bij Studio Kleur stijgt van 4% naar 6%. Wat klopt?
Gestegen met 2 procent
Gestegen met 6 procentpunten
Gestegen met 4 procentpunten
Gestegen met 2 procentpunten
Syllabus A5.3: onderscheid procentuele verandering en procentpuntverandering. 6 min 4 is 2 procentpunten. Verwachte fout: 2 procent, want procent en procentpunt worden verwisseld.
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE
Vraagtype 4: het belang uitleggen
Je legt uit waarom het management beide soorten informatie nodig heeft.
Financieel: wat is er gebeurd? Niet-financieel: wat is de oorzaak en wat komt eraan?
Verwijs naar de casus: noem het gegeven en wat het voor de organisatie betekent.
This item has no instructions
Bakkerij Sol heeft een mooi resultaat, maar de klanttevredenheid daalt. Waarom is dit een waarschuwing?
Het resultaat van dit jaar blijkt dan fout te zijn
Ontevreden klanten kunnen later minder opbrengsten geven
Klanttevredenheid is financiële informatie
Het imago heeft geen invloed op klanten
Syllabus 24: niet-financiële informatie waarschuwt voor later. Verwachte fout: denken dat het resultaat dit jaar dan niet klopt.
Waarom is het resultaat alleen niet genoeg?
Syllabus 24. Goed antwoord: het resultaat laat niet zien wat de oorzaak is of wat eraan komt; niet-financiële informatie zoals klanttevredenheid of verloop geeft die oorzaak of waarschuwing. Verwachte fout: alleen zeggen dat het resultaat niet klopt.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Soort informatie bepalen
Informatiebehoefte koppelen
Rekenen met percentages
Het belang uitleggen
This item has no instructions
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · INFORMATIE
Tips voor op het examen
Kijk eerst of een gegeven in euro's is uitgedrukt: dan is het financieel.
Gebruik de begrippen uit de les, zoals personeelsverloop en leveringsbetrouwbaarheid.
Noem bij een uitleg het gegeven uit de casus en wat het voor het management betekent.
This item has no instructions