Een bakkerij in een winkelstraat, 2020
EXAMENSTOF · JAARREKENING · RATIO'S
Quiz
Terugblik: Kengetallen en ratio's
Een bakkerij in een winkelstraat, 2020
EXAMENSTOF · JAARREKENING · RATIO'S
Quiz
Terugblik: Kengetallen en ratio's
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: G.Lanting / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
De current ratio van een bv is 0,8. Wat betekent dat?
Het eigen vermogen is kleiner dan het vreemd vermogen
De voorraad is groter dan de liquide middelen
Het bedrijf heeft een negatief eigen vermogen
De vlottende activa zijn kleiner dan het kort vreemd vermogen
Syllabus 26.3. Current ratio onder 1: vlottende activa / kort vreemd vermogen is kleiner dan 1, dus de vlottende activa zijn kleiner. Uit de ratio volgt niets over het eigen vermogen of de verhouding tussen voorraad en liquide middelen.
Vul in
Bij de quick ratio tel je de voorraden niet mee, omdat die niet snel in geld zijn om te zetten.
Syllabus 26.3. Verwachte fout: debiteuren noemen. Die tellen bij de quick ratio wel mee.
Een bank wil weten of een bv haar schulden op lange termijn kan dragen. Welke ratio?
Een solvabiliteitsratio
Een liquiditeitsratio
Een rentabiliteitsratio
Een current ratio
Syllabus 26.3. Lange termijn gaat over de verhouding eigen en vreemd vermogen: solvabiliteit. Liquiditeit (en de current ratio) gaat over betalen op korte termijn, rentabiliteit over het rendement.
Interestkosten € 4.500, gemiddeld vreemd vermogen € 90.000. Hoe hoog is de IVV?
20,0%
4,5%
5,0%
0,5%
Syllabus 26.3. Uitwerking: 4.500 / 90.000 x 100% = 5,0%. Afleiders: 20,0% is de breuk omgedraaid (90.000 / 4.500), 4,5% is het getal van de interestkosten als procent, 0,5% komt van het vergeten van x 100%.
Waarom neem je bij de REV gemiddeld vermogen?
Syllabus 26.3. Het resultaat is over het hele jaar behaald, terwijl het eigen vermogen in dat jaar veranderde. Het gemiddelde van begin en eind past daar beter bij. Verwachte fout: 'omdat het makkelijker is'.
Zet de stappen van de RTV op volgorde
Syllabus 26.3 en 26.4. RTV = (resultaat + interestkosten) / gemiddeld totaal vermogen x 100%, daarna beoordeel je de ontwikkeling.
Current ratio 2,0 naar 1,2, quick ratio 1,0 naar 0,4. Wat is juist?
Het bedrijf is in verhouding solvabeler geworden
Het bedrijf heeft meer resultaat gemaakt dan vorig jaar
Het bedrijf kan zijn korte schulden minder goed betalen
Het bedrijf heeft in verhouding meer eigen vermogen
Syllabus 26.4. Beide liquiditeitsratio's dalen: de liquiditeit is verslechterd. Over solvabiliteit en resultaat zeggen deze ratio's niets.
De RTV steeg van 6% naar 9%. Met hoeveel procent steeg de RTV?
50%
3%
150%
33%
Syllabus 26.4 en A5.3. Uitwerking: 9 / 6 = 1,5, dus een stijging van 50 procent (3 / 6). De stijging is 3 procentpunt. Afleiders: 3% is het procentpunt, 150% de nieuwe waarde als percentage van de oude, 33% (3 / 9) neemt de verkeerde basis.
Vier bedrijven hebben deze VV/TV. Welk bedrijf is het minst solvabel?
Bedrijf A: VV/TV is 30%
Bedrijf B: VV/TV is 55%
Bedrijf D: VV/TV is 45%
Bedrijf C: VV/TV is 75%
Syllabus 26.3 en 26.4. Hoe hoger VV/TV, hoe meer schuld in verhouding tot het totaal vermogen en dus hoe zwakker de solvabiliteit. Verwachte fout: het laagste percentage kiezen.
Het resultaat blijft gelijk, het gemiddeld eigen vermogen daalt. Wat doet de REV?
De REV daalt
De REV stijgt
De REV blijft gelijk
De REV wordt negatief
Syllabus 26.3. REV = resultaat / gemiddeld eigen vermogen x 100%. De noemer wordt kleiner, dus de uitkomst groter. Verwachte fout: 'de REV daalt, want het eigen vermogen daalt'.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
EXAMENSTOF · JAARREKENING · RATIO'S
Goed gedaan!
Je kunt nu liquiditeit, solvabiliteit en rentabiliteit berekenen en beoordelen. Oefen de zes formules tot je ze zonder spiekbriefje kunt opschrijven.
This item has no instructions