zuivere stoffen en mengsels 1.3

fasen en faseovergangen 1.3
1 / 33
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

fasen en faseovergangen 1.3

Slide 1 - Slide

lesdoelen

- Je weet in welke toestand een stof voorkomt
- Je weet welke temperatuur in de wetenschap wordt gebruikt
- Je weet hoe je de temperatuur omrekent

Slide 2 - Slide

lesinhoud
verwondersessie: uitleg fasen en faseovergangen
workshopsessie: maken opdrachten
communicatiesessie: Quiz faseovergangen

Slide 3 - Slide

Drie keer water maar dan anders!
verwondersessie: fasen en overgangen

Slide 4 - Slide

IJs is hard = vaste stof
verwondersessie: fasen 
en overgangen

Slide 5 - Slide

Water is beweeglijk = vloeistof
verwondersessie: fasen 
en overgangen

Slide 6 - Slide

Waterdamp is niet zichtbaar
= gas
Waar is de waterdamp?
verwondersessie: fasen 
en overgangen

Slide 7 - Slide

Faseovergangen
smeltpunt: de temperatuur waarbij de faseverandering tussen vast en vloeibaar plaatsvindt
1
stolpunt: de temperatuur waarbij de faseverandering tussen vast en vloeibaar plaatsvindt
2
kookpunt: de temperatuur waarbij de fase overgaat van vloeibaar naar gasvormig door verdamping in de gehele vloeistof
3
verwondersessie: fasen en overgangen

Slide 8 - Slide

omrekenen
graden Celcius naar Kelvin en andersom

verwondersessie: Je rekent temperaturen om tussen graden Celsius en kelvin.

Slide 9 - Slide

reken om en zoek de fase op:
300 K -> ... °C van ijzer
100 °C -> ... K van kwik
2 K -> ... °C van zuurstof
1000 °C -> ... K keukenzout
440 K -> ... °C van koper
20 °C -> ... K van water
workshopsessie: Je weet welke temperatuur in de wetenschap wordt gebruikt / Je weet hoe je de temperatuur omrekent

Slide 10 - Slide

Aan de slag!
Wat? Maak paragraaf 1.3 69 t/m 82
Hoe? Werk zelfstandig 
Tijd? over 10 minuten af 69 t/m 74
tot 5 minuten voor einde les
Hulp? Kom je er niet uit? Vraag dan de docent 
Resultaat? je herkent fasen en je kan Kelvin en Temperatuur in elkaar omrekenen
Klaar? lees paragraaf 1.3 over mengsels en 1.4 over rekenen aan mengsels
timer
10:00
workshopsessie: alle leerdoelen

Slide 11 - Slide

In welke fase is regen?
A
vast
B
vloeibaar
C
gas

Slide 12 - Quiz

In welke fase bevond het water zich toen het de tak raakte?
A
vast
B
vloeibaar
C
gas

Slide 13 - Quiz

Welke fase heeft water bij A?
A
vast
B
vloeibaar
C
gas

Slide 14 - Quiz

In welke fase zit water als het mist?
A
vast
B
gas
C
vloeibaar

Slide 15 - Quiz

Op de afbeelding zie je de kringloop van water.
Welke fase heeft het water bij nummer 1?
A
vloeibaar
B
vast
C
gas

Slide 16 - Quiz

Op de afbeelding zie je de kringloop van het water.
Welke fase heeft het water bij nummer 5?
A
vloeibaar
B
vast
C
gas

Slide 17 - Quiz

Op de afbeelding zie je de kringloop van het water.
In welke fase is het water bij nummer 2?
A
Vloeibare fase
B
Vaste fase
C
Gasfase

Slide 18 - Quiz

Sleep de faseovergang naar het juiste nummer in de afbeelding
verdampen
stollen
rijpen
condenseren
vervluchtigen
smelten

Slide 19 - Drag question

Hoe heet deze faseovergang?
A
smelten
B
stollen
C
verdampen
D
condenseren

Slide 20 - Quiz

Hoe heet deze faseovergang?
A
smelten
B
stollen
C
verdampen
D
condenseren

Slide 21 - Quiz

Welke faseovergang zie je op de afbeelding?
A
Verdampen
B
Smelten
C
Condenseren
D
Rijpen

Slide 22 - Quiz


Welke faseovergang zie je in het plaatje?
A
Verdampen
B
Condenseren
C
Sublimeren
D
Koken

Slide 23 - Quiz

Welke faseovergang zie je op de afbeelding?
A
Verdampen
B
Smelten
C
Condenseren
D
Rijpen

Slide 24 - Quiz

Zie de grafiek. Welke
faseovergang vindt
hier plaats?
A
Stollen
B
Verdampen
C
Condenseren
D
Smelten

Slide 25 - Quiz

De faseovergang van vast naar vloeibaar noemen we
A
smelten
B
stollen
C
sublimeren
D
condenseren

Slide 26 - Quiz

de faseovergang tussen vloeibaar naar gasvormig water is
A
sublimeren
B
koken
C
verdampen
D
condenseren

Slide 27 - Quiz

Hoe heet de faseovergang van vloeibaar water naar waterdamp?
A
Smelten
B
Stollen
C
Condenseren
D
Verdampen

Slide 28 - Quiz

Welke faseovergang hoort bij deze zin:
We krijgen een witte kerst.
A
Verdampen
B
Smelten
C
Condenseren
D
Stollen

Slide 29 - Quiz

Hoe heet de faseovergang van gas naar vast?
A
sublimeren
B
rijpen
C
stollen
D
condenseren

Slide 30 - Quiz

De faseovergang van gas naar vloeibaar noemen we
A
verdampen
B
rijpen
C
sublimeren
D
condenseren

Slide 31 - Quiz

Door welke faseovergang is dit ijs ontstaan?
A
rijpen
B
bevriezen
C
smelten
D
condenseren

Slide 32 - Quiz

Welke faseovergang zie je op de afbeelding?
A
Verdampen
B
Smelten
C
Condenseren
D
Rijpen

Slide 33 - Quiz