Je kan het werkingsprincipe van de gaschromatograaf uitleggen en resultaten daarvan interpreteren en voorspellen.
Je kunt het piekoppervlak in een chromatogram relateren aan de hoeveelheid stof en hier berekeningen aan uitvoeren.
Slide 3 - Slide
13.3 gaschromatografie
Oven
Slide 4 - Slide
Gaschromatografie
Geschikt voor gassen en vluchtige stoffen (alle andere vormen zijn geschikt voor vaste stoffen en vloeistoffen)
stationaire fase is vaak een vloeistof (kan van zeer hydrofoob tot zeer hydrofiel)
mobiele fase is een inert gas
Monster wordt ingespoten en wordt ook gas door hoge temperatuur (oven)
Detector om moleculen zichtbaar te maken, bv MS of UV-Vis
inert = niet reagerend
Slide 5 - Slide
Werkingsprincipe
Geen hydrofobe/hydrofiele interactie met mobiele fase, want in gassen hebben moleculen geen interactie met elkaar
Wel interactie met stationaire fase
Interactie op basis van hydrofiel/hydrofoob, vanderwaalskrachten, etc. (komt allemaal tot uiting in kookpunt)
Affiniteit
Slide 6 - Slide
Werkingsprincipe (2)
hoe groter het molecuul, hoe sterker de vdw, hoe hoger het kookpunt
grotere moleculen hechten sterker aan de stationaire fase, want hebben sterkere vdw
temperatuur van de oven helpt bij scheiding.
Slide 7 - Slide
Retentietijd
Tijd tot een bepaald molecuul uit de kolom komt
Retentietijd is stofeigenschap, bij bepaalde instellingen voor de gaschromatograaf (oventemperatuur, gassnelheid)
Kwalitatieve analyse!
Identiteit altijd bevestigen met referentiemeting.
Slide 8 - Slide
Slide 9 - Slide
Concentratie berekenen
Het oppervlak onder de piek is gerelateerd aan de hoeveelheid van een bepaalde stof.
Problemen:
Hoogte/oppervlak piek hangt ook af van gevoeligheid van de detector voor een stof. Kan dus wisselen per stof.
Absolute hoeveelheid stof. Elke wijziging in injectie zie je terug.
Slide 10 - Slide
Oplossingen
Interne standaard: aan ieder monster een bekende concentratie van een bekende stof toevoegen. Wisselingen in injectie haal je er hiermee uit.
Referentiespectrum: van de stof die je wilt meten, maak je een oplossing met een bekende concentratie (ook met interne standaard). Daarna kun je de spectra met elkaar vergelijken.
Slide 11 - Slide
Slide 12 - Slide
Stappenplan concentratie berekenen
Verhouding piekoppervlakken in referentiespectrum
Verhouding piekoppervlakken in spectrum gemeten monster
Factor berekenen met de twee verhoudingen
Met de factor en de bekende concentratie (van je referentie) de concentratie van je onbekende berekenen.
Slide 13 - Slide
1. 7,617/12,717=0,59896
2. 7,902/12,600=0,62714
referentiespectrum, 450 microM
3. 0,62714/0,59896=1,047x
4. 1,047 x 450 = 471 microM vit E in monster
Monster
Slide 14 - Slide
Nu jullie!
Bereken de concentratie van component D in het monsterspectrum.