Kennismaking, duidelijke informatie en uitleg,
doelen en verwachtingen.
Planning maken, afspraken maken en nakomen, leerdoelen en resultaten die de student moet behalen.
Je moedigt de student aan zelf ideeën in te brengen en vragen te stellen. Complimenten en vertrouwen.
Je kiest een passende manier van begeleiden en stemt de begeleiding af op de leerstijl van de student.
Je geeft positieve feedback op de leeractiviteiten, beroepsmatig handelen en voortgang.
Je reageert passend op non-verbale signalen en uitingen.
Je beoordeelt objectief het beroepsmatig handelen van de student.
Je laat voorbeeldgedrag zien in hoe je omgaat met de zorgvrager, met collega's en in de uitvoering van werkzaamheden.