15.1 Energiestromen 5V 2122

H15: Kwetsbare ecosystemen
1 / 39
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

H15: Kwetsbare ecosystemen

Slide 1 - Slide

Inhoud hoofdstuk
15.1 Energiestromen
15.2 Populaties
15.3 Warmte, water en exoten
15.4 Biobrandstof en recycling
15.5 De stad als ecosysteem

Veel toepassen van wat we al weten.
Belangrijk: komt veel terug in het examen.

Slide 2 - Slide

H15.1 Energiestromen





Hoe kan er leven zijn in de diepzee?

Slide 3 - Slide

Voorkennis
In een ecosysteem zijn de volgende organismen aanwezig:
eencellige algen
watervlooien
vissen
driehoeksmosselen
De vissen eten de watervlooien. De watervlooien en driehoeksmossel eten eencellige algen.
Teken een voedselpyramide met alle vier de organismen.

Slide 4 - Slide

Teken een mogelijke voedselpiramide met de vier genoemde organismen

Slide 5 - Open question

Leerdoelen 15.1
  • Je leert dat energie aan de basis staat van levensgemeenschappen.
  • Je leert hoe een voedselketen en een voedselweb zijn opgebouwd

Slide 6 - Slide

Voedsel

Slide 7 - Slide

Voedingsstoffen

Slide 8 - Slide

Voedingsstoffen

Slide 9 - Slide

Voedingsstoffen

Slide 10 - Slide

Producenten
Producenten zijn autotroof:
  • maken zelf energierijke stoffen/ hebben geen andere levende organismen nodig voor hun voedsel.
auto = zelf
troof = voeding

Producenten
  • hebben een energiebron nodig om chemische reacties mogelijk te maken.
  • Het kost energie om van eenvoudige moleculen (zoals CO2 en H2O) een ingewikkeld molecuul (zoals glucose) te maken.

Slide 11 - Slide

Foto-autotroof
Een organisme is foto-autotroof als:
  • hij zelf energierijke stoffen maakt met behulp van lichtenergie.
  • Planten en algen.

Voorbeeld: Fotosynthese.

Slide 12 - Slide

Wat is de reactievergelijking van fotosynthese?

Slide 13 - Open question

Chemo-autotroof
Een organisme is chemo-autotroof als:
  • hij zelf energierijke stoffen maakt met behulp van chemische energie (energie die vrij komt uit een chemische reactie met anorganische stoffen).

  • Bacteriën.

Voorbeeld: Chemosynthese.

Slide 14 - Slide

Chemosynthese - voorbeelden
Nitrietbacterie
ammonium + zuurstof -> nitriet + water + energie
2NH4+ + 3O2 -> 2NO2- + 2H2O + energie

energie + koolstofdioxide + water -> glucose + zuurstof
energie + 6CO2 + 6H2O -> C6H12O6 + 6O2

Slide 15 - Slide

Chemosynthese - voorbeelden
Nitraatbacterie
nitriet + zuurstof -> nitraat + energie
2NO2- + O2 -> 2NO32- + energie

energie + koolstofdioxide + water -> glucose + zuurstof
energie + 6CO2 + 6H2O -> C6H12O6 + 6O2

Slide 16 - Slide

BINAS 69D Chemosynthese

Slide 17 - Slide

Foto-autotrofe organismen voeren fotosynthese uit, welk proces voeren chemo-autotrofe organismen uit?

Slide 18 - Open question

In welke kringloop spelen de nitrietbacterie en de nitraatbacterie een belangrijke rol?

Slide 19 - Open question

BINAS 78 De vier rijken

Slide 20 - Slide

Energiestroom
Dus:
  • Niet alle energie wordt doorgegeven
  • Ieder organisme gebruikt  deel van de energie 
  • deel energie verlaat het organisme als warmte.

Slide 21 - Slide

    BINAS 93
  • overgrote deel van de lichtenergie van de zon direct terug gaat naar de atmosfeer in de vorm van warmte.

  • 1,2% wordt gebruikt voor fotosynthese door de producenten.

  • Bij elke stap (producent, herbivoor, (top)carnivoor) gaat er energie terug naar de atmosfeer (celprocessen, warmte)

  • Er is steeds minder energie beschikbaar voor de volgende stap (herbivoor, (top)carnivoor)

De begrippen
herbivoor en (top) carnivoor moet je begrijpen.

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

BINAS 93G

Weet je nog?
groen = producent (of course)
Blauw =
bruin =

  • anorganische stikstofverbindingen (lichtbruin)
  • daartussen naast de pijltjes de namen van de processen en (de bacteriesoort die dit doet)

Zoek de twee stappen van de nitrificatie op.

Slide 24 - Slide

Bekijk de BINAS stikstofkringloop.
Wat gebeurt er met de belangrijke stof NO3- (nitraat)?

Slide 25 - Open question

Slide 26 - Slide

Wat is "energiestroom"?
A
Stof waarin veel energie opgeslagen zit.​
B
De plaats van een organisme in een voedselketen.​
C
de biomassa
D
Als energie wordt doorgegeven aan het volgende trofische niveau.​

Slide 27 - Quiz

Welke termen passen bij de koolmees?
A
Consument 2e orde, heterotroof
B
Consument 3e orde, heterotroof
C
Consument 2e orde, autotroof
D
Consument 3e orde, autotroof

Slide 28 - Quiz

In de afbeelding is de energiestroom in een voedselketen weergegeven.

De pijlen in de afbeelding zijn steeds kleiner getekend om aan te geven dat de energie maar voor een deel wordt doorgegeven. Waardoor wordt niet alle energie doorgegeven aan het volgende niveau?

Let op: meerdere antwoorden mogelijk!
A
Deel van de energie is opgeslagen in brandstoffen. Brandstoffen worden niet doorgegeven aan de volgende schakel van de voedselketen.
B
Niet alle organismen worden gegeten. Organische stoffen uit organismen die sterven, worden niet doorgegeven in de voedselketen.
C
Niet alle organische stoffen kunnen worden verteerd. De energierijke stoffen uit de onverteerde resten verlaten met de uitwerpselen het lichaam.

Slide 29 - Quiz

In een voedselketen bevatten de consumenten van de eerste orde meer vastgelegde energie dan de consumenten van de tweede orde.
De afbeelding is een weergave van het patroon van energiestromen in een ecosysteem.


Welke groep of groepen organismen kunnen deel uitmaken van trofisch niveau n?
A
producenten
B
consumenten 1e orde
C
consumenten 2e orde
D
consumenten 3e orde

Slide 30 - Quiz

Over de energiestroom Rn in de afbeelding worden de volgende beweringen gedaan.
1. Rn geeft de mate van koolstofassimilatie aan op trofisch niveau n.
2. Rn geeft de mate van voortgezette assimilatie aan op trofisch niveau n.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
A
Geen van beide
B
Alleen 1
C
Alleen 2
D
Allebei

Slide 31 - Quiz

H15.1 Energiestromen





Hoe kan er leven zijn in de diepzee?

Slide 32 - Slide

Leven in de diepzee
Zwavelbacteriën zijn hier de producenten.
Zetten waterstofsulfide uit zgn 'black
smokers' om in sulfaat.

Zij zijn de start van de voedselketen.

Chemoautotroof en .....

Slide 33 - Slide

De zwavelbacteriën in de diepzee zijn
A
aeroob
B
anaeroob

Slide 34 - Quiz

Doelen 15.1
  • Je hebt geleerd dat energie aan de basis staat van levensgemeenschappen.
  • Je hebt geleerd hoe een voedselketen en een voedselweb zijn opgebouwd

Slide 35 - Slide

Begrippen 15.1
ecosysteem, anorganische stoffen, fotosynthese, organische stoffen, producenten, foto-autotrofe organismen, heterotrofe organismen, consumenten, detrivoren, reducenten, chemosynthese, chemo-autotroof, nitrietbacterie, nitraatbacterie

Slide 36 - Slide

Slide 37 - Slide

Slide 38 - Slide

Slide 39 - Slide