Niet-financiële informatie (Bedrijfseconomie vwo), les 3: Terugblik quiz

Tevredenheidsmeting op een luchthaven. Foto: TaurusEmerald, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · NIET-FINANCIEEL

Quiz

Terugblik: Niet-financiële informatie

1 / 13
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik met een quiz van tien vragen over financiële en niet-financiële informatie, beleid en risicomanagement.

Items in this lesson

Tevredenheidsmeting op een luchthaven. Foto: TaurusEmerald, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · NIET-FINANCIEEL

Quiz

Terugblik: Niet-financiële informatie

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: TaurusEmerald / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Vul in

Werkgelegenheid gaat over het aantal banen dat de organisatie biedt. Als medewerkers met verschillende achtergronden er allemaal bij horen, spreek je van diversiteit en inclusie binnen het bedrijf.

Werkgelegenheid
diversiteit en inclusie
imago
innovatiekracht

Syllabus 29: werkgelegenheid en diversiteit en inclusie. Verwachte fout: imago invullen, omdat beide ook het beeld van de organisatie raken.

Zet op volgorde: van meten tot besluit

1

Vergelijken met de doelstelling

2

De oorzaak zoeken

3

Meten

4

Een beslissing nemen

Syllabus 31.2. De volgorde komt uit de uitlegdia 'Van informatie naar beleid' (eigen uitleg). Verwachte fout: eerst een beslissing nemen en dan pas de oorzaak zoeken.

Verloop daalt van 15% naar 10% bij gemiddeld 100 medewerkers; elke vertrekker kost € 9.000. Besparing?

A

€ 5.000

B

€ 90.000

C

€ 135.000

D

€ 45.000

Syllabus 29.2 en 31.2. Uitwerking: 15% van 100 is 15 vertrekkers, 10% is 10 vertrekkers; het verschil is 5 vertrekkers; 5 x € 9.000 = € 45.000. Controle: 5% van 100 is 5. Verwachte fout: € 5.000 (procentpunten als euro's) of € 135.000 (alleen de oude situatie).

Het imago van Kledingketen Ravi daalt door slechte werkomstandigheden. Welke beslissing past?

A

De verkoopprijzen verlagen om klanten te trekken

B

Personeelsbeleid verbeteren en daarover communiceren

C

De leveringstermijn korter maken

D

Het aantal nieuwe producten verhogen

Syllabus 31.2. Het imago daalt door de werkomstandigheden, dus de oorzaak ligt bij het personeelsbeleid en de communicatie. Verwachte fout: prijzen verlagen, wat de oorzaak niet aanpakt. Kledingketen Ravi is verzonnen.

Bouw A en B hebben hetzelfde resultaat. Verloop: A 6%, B 28%. Wat concludeer je?

A

Bouw A moet meer verloop nastreven

B

Het verloop zegt niets over het resultaat van later

C

Bouw B loopt meer risico op latere kosten en problemen

D

Bouw B presteert financieel beter

Syllabus 29.2 en 31.2.1. Hoog verloop betekent werving, inwerken en verlies van ervaring: een risico voor het resultaat. Verwachte fout: concluderen dat het verloop er niet toe doet omdat het resultaat nu gelijk is.

Waarom zegt de innovatiekracht meer over de toekomst dan de opbrengsten van dit jaar?

A

Nieuwe producten bepalen de opbrengsten van later

B

Innovatiekracht is altijd een geldbedrag

C

De opbrengsten van dit jaar zijn minder betrouwbaar

D

Innovatie verlaagt de kosten direct

Syllabus 29.2. Innovatie kost nu geld en levert later pas op. Verwachte fout: innovatiekracht als financieel gegeven zien of denken dat innovatie direct winst geeft.

Welke bewering over financiële en niet-financiële informatie klopt?

A

Niet-financiële cijfers zijn minder betrouwbaar

B

Samen geven ze een completer beeld van het functioneren

C

Financiële informatie is genoeg om te besturen

D

Niet-financiële informatie hoort alleen bij personeel

Syllabus 29 en 29.2. Het management gebruikt beide soorten informatie samen. Verwachte fout: financiële informatie voldoende vinden. Niet-financiële informatie gaat ook over klanten, levering, data en de samenleving.

Kringloopwinkel Terug heeft hoog verzuim én hoog verloop. Wat is een logische gemeenschappelijke oorzaak?

A

Een te lage leveringstermijn

B

Een te hoge innovatiekracht

C

Een te hoge klanttevredenheid

D

Hoge werkdruk of weinig werkplezier

Syllabus 29.2. Hoge werkdruk en weinig werkplezier kunnen beide cijfers verklaren. Verwachte fout: een oorzaak uit een andere categorie kiezen. Kringloopwinkel Terug is verzonnen.

Bij welke informatie past de beslissing om meer te investeren in onderzoek en ontwikkeling?

A

Innovatiekracht (niet-financieel)

B

Klanttevredenheid (niet-financieel)

C

Leveringstermijn (niet-financieel)

D

Opbrengsten (financieel)

Syllabus 31.2. Meer onderzoek en ontwikkeling past bij een lage innovatiekracht. De uitgaven zelf zijn financieel, maar de informatie waar de beslissing op reageert is niet-financieel. Verwachte fout: opbrengsten kiezen, omdat innovatie later opbrengsten geeft.

Een voordeel van diversiteit en inclusie?

Syllabus 29. Goed antwoord: meer aansluiting bij verschillende klanten, minder verloop, meer ideeën en dus innovatiekracht, of een beter imago. Verwachte fout: alleen noemen dat het eerlijk is, zonder effect op de organisatie.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · NIET-FINANCIEEL

Goed gedaan!

Je kunt de verschillen tussen financiële en niet-financiële informatie uitleggen, het belang voor het management aangeven en beslissingen en risico's koppelen aan niet-financiële informatie.

This item has no instructions