vermenigvuldigingsfactor bij procenten

procenten en

vermenigvuldigingsfactor

1 / 21
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 1,2

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

procenten en

vermenigvuldigingsfactor

Slide 1 - Slide

in deze les ga je...
...breuken naar procenten omrekenen en andersom
...rekenen met procenten
...rekenen met de vermenigvuldigingsfactor

Slide 2 - Slide

is hetzelfde als
21
A
2%
B
5%
C
20%
D
50%

Slide 3 - Quiz

is hetzelfde als
41
A
4%
B
40%
C
25%
D
20%

Slide 4 - Quiz

is hetzelfde als
81
A
8%
B
12,5%
C
80%
D
25%

Slide 5 - Quiz

24,8 % is ongeveer:
A
7/10
B
3/10
C
1/4
D
1/2

Slide 6 - Quiz

30,6% is ongeveer
A
7/10
B
1/2
C
3/10
D
1/4

Slide 7 - Quiz

wat is meer
A
40%
B
1/2

Slide 8 - Quiz

wat is meer
A
3/4
B
80%

Slide 9 - Quiz

wat is meer
A
1/4
B
4%

Slide 10 - Quiz

Hoe was het ook alweer


  • 50% = 50/100
  • vereenvoudigd is dat 1/2
  • 30% = 30/100
  • vereenvoudigd is dat 3/10

Slide 11 - Slide

vermenigvuldigingsfactor
  • 1% is 1 van de 100
  • 1% is dus hetzelfde als 1:100 = 0,01
  • 8% is 8 van de 100
  • 8% is dus 8:100 = 0,08
  • 20% = 20:100 = 0,2
  • 42% =  42:100 = 0,42

Slide 12 - Slide

Een broek kost €80, er zit 40% korting op, hoeveel moet ik betalen?

Slide 13 - Slide

Een broek kost €80, er zit 40% korting op, hoeveel moet ik betalen?

  • bij 40% is de vermenigvuldigingsfactor 0,40
  • 0,40 x 80 = 32 (dat gaat er dus vanaf)
  • 80 - 32 = 48
  • Ik betaal €48 voor de broek

Slide 14 - Slide

of:

Een broek kost €80, er zit 40% korting op, hoeveel moet ik betalen?

  • bij 60% is de vermenigvuldigingsfactor  0,60
  • 0,60 x 80 = 48
  • Ik betaal € 48 voor de broek

Slide 15 - Slide

Er zijn 8600 zitplaatsen, 62,5% is bezet. Hoeveel plaatsen zijn bezet?

Slide 16 - Slide

Er zijn 8600 zitplaatsen, 62,5% is bezet. Hoeveel plaatsen zijn bezet?

100% = 1,0

62,5% = 0,625

8600x0,625= 5375


Er zijn 5375 plaatsen bezet 

Slide 17 - Slide

Een armband kost €15,00, je krijgt 40% korting, hoeveel moet je betalen?

Slide 18 - Open question

Een zwemkaart kostte €35,00, de prijs wordt met 8% verhoogd, hoeveel moet je betalen?

Slide 19 - Open question

Wat snap je nog niet zo goed van deze les?

Slide 20 - Open question

Wat heb je in deze les geleerd?

Slide 21 - Open question