Woordsoorten

Woordsoorten

Zelfstandig naamwoord

Lidwoord

Bijvoeglijk naamwoord

1 / 40
next
Slide 1: Slide
New lesson editorOkanLager onderwijs

This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Woordsoorten

Zelfstandig naamwoord

Lidwoord

Bijvoeglijk naamwoord

Zelfstandig naamwoord

Zelfstandig naamwoord

  • Een woord dat naam geeft aan een dier, een ding, een plant en een persoon.

  • Je kan je meteen inbeelden wat dat ding, dier, plant of die persoon is.

  • Je kan er een lidwoord voor zetten: de, het of een.

Het zelfstandig naamwoord (zn)

Een persoon

meisje

meester

juf

jongen

Ook namen zijn personen!

...

Ken jij nog personen?

Het zelfstandig naamwoord (zn)

Een dier

poes

spin

vos

leeuw

Welke dieren ken jij nog?

Het zelfstandig naamwoord (zn)

Een plant

boom

roos

bloem

gras

Welke planten ken jij nog?

Het zelfstandig naamwoord (zn)

Een ding


pen

doos

boot

boek

Welke dingen ken jij nog?

Is het een ding, dier, plant of persoon?

Learning objective

pen

A

een dier

B

een ding

C

een plant

D

een persoon

schaap

A

een dier

B

een ding

C

een plant

D

een persoon

Meneer Dijckmans

A

een dier

B

een ding

C

een plant

D

een persoon

beer

A

een dier

B

een ding

C

een plant

D

een persoon

stoel

A

een dier

B

een ding

C

een plant

D

een persoon

roos

A

een dier

B

een ding

C

een plant

D

een persoon

papa

A

een dier

B

een ding

C

een plant

D

een persoon

boom

A

een dier

B

een ding

C

een plant

D

een persoon

Het lidwoord

DE of HET


boek

A

de

B

het

C

Answer C

D

Answer D

DE of HET


potlood

A

de

B

het

C

Answer C

D

Answer D

DE of HET


letter

A

de

B

het

C

Answer C

D

Answer D

DE of HET


trein

A

de

B

het

C

Answer C

D

Answer D

DE of HET


schrift

A

de

B

het

C

Answer C

D

Answer D

DE of HET


deur

A

de

B

het

C

Answer C

D

Answer D

DE of HET

raam

A

de

B

het

C

Answer C

D

Answer D

Wat is ____ boek?

A

het boek

B

de boek

C


D


____ appel is lekker.

A

het appel

B

de appel

C


D


Zie jij ____ huis?

A


B

de huis

C

het huis

D


LIDWOORD OF ZELFSTANDIG NAAMWOORD?

Het woord dat vetgedrukt staat zet je in de juiste kolom.

zet het zelfstandig naamwoord en het lidwoord in de juiste volgorde

1

de

2

pen

zet het zelfstandig naamwoord en het lidwoord in de juiste volgorde

1

boek

2

het

zet het zelfstandig naamwoord en het lidwoord in de juiste volgorde

1

verkeerslicht

2

het

zet het zelfstandig naamwoord en het lidwoord in de juiste volgorde

1

wasbak

2

de 

zet het zelfstandig naamwoord en het lidwoord in de juiste volgorde

1

raam

2

het

zet het zelfstandig naamwoord en het lidwoord in de juiste volgorde

1

kasteel

2

het

Zet het zelfstandig naamwoord en het lidwoord in de juiste volgorde

1

roos

2

de