TIJDVAK 3 · 500-1000
Examentraining
Monniken en ridders: zo pak je examenvragen aan
TIJDVAK 3 · 500-1000
Examentraining
Monniken en ridders: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Albrecht Dürer / Wikimedia Commons, publiek domein
TIJDVAK 3 · 500-1000
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over tijdvak 3 beantwoorden: aspect herkennen, oorzaken en gevolgen, chronologie en begrippen gebruiken.
This item has no instructions
TIJDVAK 3 · 500-1000
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: het voorbeeld of de bron: wie handelt, wat verandert en wanneer?
2. Plaats: bij welk kenmerkend aspect (9 tot 12) en welk begrip past het?
3. Redeneer: schrijf in stappen, met een begrip uit de stof en een verwijzing naar het voorbeeld
This item has no instructions
Bonifatius doopt en wordt gedood in 754, miniatuur uit een sacramentarium van Fulda
TIJDVAK 3 · 500-1000
Vraagtype 1: aspect herkennen
Je krijgt een onbekend voorbeeld: herken de kern, niet de naam of het jaartal
Vraag je af: wat verandert er en wie heeft de macht? Let op voorbeelden die twee aspecten raken
Image credit: Onbekend (Fulda) / Wikimedia Commons, publiek domein
Rond 700 laat een Angelsaksische koning zich dopen, zijn krijgers volgen. Welk aspect?
Het ontstaan van feodale verhoudingen
De vervanging van de agrarisch-urbane cultuur
De verspreiding van het christendom
Het ontstaan en de verspreiding van de islam
KA 9: elite eerst, dan het volk. Verwachte fout: feodale verhoudingen kiezen omdat een koning en krijgers genoemd worden.
Een edelman zweert zijn graaf trouw en krijgt land waarvoor hij te paard moet strijden. Welk aspect?
Het ontstaan van feodale verhoudingen
De verspreiding van het christendom
Een zelfvoorzienende agrarische cultuur
Het ontstaan en de verspreiding van de islam
KA 12: leen, trouw en militaire dienst. Verwachte fout: zelfvoorzienende cultuur kiezen vanwege het land.
TIJDVAK 3 · 500-1000
Vraagtype 2: oorzaken en gevolgen
Onderscheid directe en indirecte oorzaken en korte en lange termijn
Soorten: politiek-bestuurlijk, sociaaleconomisch en cultureel-mentaal
This item has no instructions
Handel en steden raakten in verval na het einde van West-Rome. Welk soort gevolg is dat?
Een cultureel-mentaal gevolg
Een politiek-bestuurlijk gevolg
Een aanleiding van de val zelf
Een sociaaleconomisch gevolg
Handel en steden zijn economisch en sociaal. Verwachte fout: politiek-bestuurlijk kiezen omdat het gezag wegviel; dat was de oorzaak.
Noem een gevolg van het verdwijnen van het centrale gezag.
Goed: lokale heren kregen macht, feodale verhoudingen of zelfvoorzienende landbouw ontstonden, handel nam af. Verwachte fout: een gevolg noemen dat pas veel later optrad.
Karel de Grote, fantasieportret door Albrecht Dürer, 1512
TIJDVAK 3 · 500-1000
Vraagtype 3: chronologie en tijdvakken
Gebruik de tijdvakken met hun jaartallen als referentiekader
Weet bij elk voorbeeld in welk tijdvak het valt, en wat daarvoor en daarna kwam
Image credit: Albrecht Dürer / Wikimedia Commons, publiek domein
In 800 wordt Karel de Grote tot keizer gekroond. In welk tijdvak valt dat?
Tijdvak 2, Grieken en Romeinen (tot 500)
Tijdvak 3, monniken en ridders (500-1000)
Tijdvak 4, steden en staten (1000-1500)
Tijdvak 5, ontdekkers en hervormers (1500-1600)
800 valt tussen 500 en 1000. Verwachte fout: tijdvak 2 kiezen omdat de keizer aan Rome doet denken.
Zet de tijdvakken op volgorde, van vroeg naar laat
Tijdvak 2 tot 5.
Franks Casket, Northumbrië, begin 8e eeuw: Germaanse sage en christelijk verhaal op één kistje
TIJDVAK 3 · 500-1000
Vraagtype 4: begrippen gebruiken
Begrippen hebben een precieze betekenis: gebruik ze juist en leg ze uit met een voorbeeld
Let op begrippen die op elkaar lijken, zoals hofstelsel en feodaliteit
Image credit: John W. Schulze / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
Welk begrip past bij: boeren die gebonden zijn aan het land van hun heer?
Horigheid
Feodaliteit
Syncretisme
Kerstening
Horigheid, KA 11. Verwachte fout: feodaliteit, dat gaat over bestuur en trouw tussen heren.
Leg syncretisme uit met een voorbeeld uit tijdvak 3.
Goed: vermenging van oude en nieuwe gebruiken, bijvoorbeeld Germaanse sagen naast christelijke verhalen op het Franks Casket. Verwachte fout: alleen een definitie zonder voorbeeld.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Kenmerkend aspect herkennen
Oorzaken en gevolgen
Chronologie en tijdvakken
Begrippen gebruiken
This item has no instructions
TIJDVAK 3 · 500-1000
Tips voor op het examen
Leer 476, 754, 800 en 843 als ankers en weet wat er veranderde
Koppel elk voorbeeld aan één aspect (9 tot 12) en motiveer met een begrip
Onderscheid bij oorzaken: politiek-bestuurlijk, sociaaleconomisch en cultureel-mentaal
This item has no instructions