TIJDVAK 7 · 1700-1800
Examentraining
Pruiken en revoluties: zo pak je examenvragen aan
TIJDVAK 7 · 1700-1800
Examentraining
Pruiken en revoluties: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: John Trumbull / Wikimedia Commons, publiek domein
TIJDVAK 7 · 1700-1800
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over tijdvak 7 beantwoorden: ordenen, kenmerkend aspect herkennen, oorzaken en gevolgen en begrippen.
This item has no instructions
TIJDVAK 7 · 1700-1800
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: bestudeer de bron en de vraag, let op jaartal en maker
2. Zoek: welk kenmerkend aspect of welk begrip past erbij?
3. Schrijf: antwoord met een term uit de stof en een verwijzing naar de bron
This item has no instructions
TIJDVAK 7 · 1700-1800
Vraagtype 1: ordenen in de tijd
Tijdvak 7 loopt van 1700 tot 1800 en heet de tijd van pruiken en revoluties
Gebruik jaartallen als ankers: 1776, 1789, 1807 en 1833
This item has no instructions
Zet op volgorde, van vroeg naar laat
1776, 1789, 1807, 1833.
Een bron uit 1750 beschrijft een verlichte salon. In welk tijdvak valt dit?
Tijdvak 6, tijd van regenten en vorsten
Tijdvak 8, tijd van burgers en stoommachines
Tijdvak 5, tijd van ontdekkers en hervormers
Tijdvak 7, tijd van pruiken en revoluties
1750 ligt tussen 1700 en 1800. Fout: tijdvak 6, de 17e eeuw.
Antislavernij-medaillon van Josiah Wedgwood, ca. 1787
TIJDVAK 7 · 1700-1800
Vraagtype 2: kenmerkend aspect herkennen
Je krijgt een onbekend voorbeeld en kiest welk kenmerkend aspect erin zit
Zoek signaalwoorden: vorst, rede, slavenhandel, grondwet
Image credit: Josiah Wedgwood / Wikimedia Commons, publiek domein
Jozef II geeft meer godsdienstvrijheid, maar houdt alle macht. Welk aspect?
Democratische revoluties
Verlicht absolutisme
Opkomst van het abolitionisme
Uitbouw van plantagekoloniën
Verlichte hervorming door een absolute vorst. Fout: democratische revoluties, want het volk kreeg geen macht.
Een pamflet eist met een beroep op de rede het einde van de slavenhandel. Aspect?
Voortbestaan van het ancien régime
Verlicht absolutisme
Opkomst van het abolitionisme
Democratische revoluties
Afschaffing van de slavenhandel hoort bij abolitionisme. Fout: ancien régime, dat gaat over de oude standenmaatschappij.
TIJDVAK 7 · 1700-1800
Vraagtype 3: oorzaken en gevolgen
Onderscheid directe en indirecte oorzaken en korte en lange termijn
Soorten: politiek-bestuurlijk, sociaaleconomisch, cultureel-mentaal
This item has no instructions
Verlichte ideeën droegen bij aan de opstand van 1776. Wat voor oorzaak?
Een cultureel-mentale oorzaak
Een politiek-bestuurlijke oorzaak
Een sociaaleconomische oorzaak
Een directe aanleiding
Ideeën en denkwijzen zijn cultureel-mentaal, en werkten op lange termijn. Fout: directe aanleiding.
Noem een gevolg van de Franse Revolutie voor het bestuur van Frankrijk.
Goed: een grondwet (1791) die de macht van de koning beperkte, of de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger. Verwachte fout: alleen zeggen dat de koning verdween, zonder uitleg.
Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger, 1789
TIJDVAK 7 · 1700-1800
Vraagtype 4: begrippen gebruiken
Een generiek begrip geldt voor veel gevallen, zoals revolutie of grondwet
Een uniek begrip is één specifieke gebeurtenis, zoals de Franse Revolutie
Image credit: Jean-Jacques-François Le Barbier / Wikimedia Commons, publiek domein
Welk begrip is uniek, dus slechts één gebeurtenis?
Grondwet
De Franse Revolutie
Abolitionisme
Staatsburgerschap
De Franse Revolutie is één specifieke gebeurtenis. De andere drie zijn algemene begrippen.
Wat is staatsburgerschap? Geef een voorbeeld uit de 18e eeuw.
Goed: lid zijn van een staat met rechten en plichten, bijvoorbeeld de burgers in de Franse Verklaring van 1789, waarbij vrouwen en slaafgemaakten vaak buiten beeld bleven. Verwachte fout: alleen een paspoort noemen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Ordenen in de tijd
Kenmerkend aspect herkennen
Oorzaken en gevolgen
Begrippen gebruiken
This item has no instructions
TIJDVAK 7 · 1700-1800
Tips voor op het examen
Leer de jaartallen 1776, 1789, 1807 en 1833 uit je hoofd
Koppel elk voorbeeld aan één kenmerkend aspect (27 tot 30)
Gebruik in je antwoord altijd een begrip uit de stof
This item has no instructions