Verkeersbord met een pijl naar twee kanten
EXAMENSTOF ENGLISH · READING · LINKS IN A TEXT
Verbanden in een tekst
Examenstof Engels vmbo
Verkeersbord met een pijl naar twee kanten
EXAMENSTOF ENGLISH · READING · LINKS IN A TEXT
Verbanden in een tekst
Examenstof Engels vmbo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: MVT/K/4 leesvaardigheid, relaties tussen delen van een tekst (verbanden herkennen en aangeven); BB/KB A2, GL/TL B1. Image credit: Pablo Garcia Saldaña / Wikimedia Commons, CC0
EXAMENSTOF ENGLISH · READING · LINKS IN A TEXT
Wat ga je kunnen?
Ik kan in een korte Engelse tekst zien hoe zinnen bij elkaar horen, door signaalwoorden en verwijswoorden te herkennen.
This item has no instructions
Welke kleine woordjes verbinden twee zinnen met elkaar?
Verwacht in het Nederlands: maar, omdat, dus, ook, en, daarna, eerst, hij, zij, het. Schrijf ze op het bord. Vraag dan of ze de Engelse versie kennen (but, because, so, also, first, then, he, she, it). Dat zijn precies de woorden van vandaag. Op het examen hoef je niet alles te vertalen: deze woorden wijzen de weg.
Verkeersbord met een pijl naar twee kanten
EXAMENSTOF ENGLISH · READING · LINKS IN A TEXT
Signaalwoorden
Een signaalwoord laat zien hoe twee delen van een tekst bij elkaar horen.
Het is een klein woord, zoals but, because of so.
Zo zie je het verband, ook als je niet elk woord kent.
Op het examen vragen ze vaak: wat is het verband?
Syllabus MVT/K/4: relaties tussen delen van een tekst herkennen en aangeven, ook bij alledaagse korte teksten. Een signaalwoord is een woord dat de lezer een richting wijst, zoals een bord. Veelgemaakte fout: het signaalwoord overslaan en alleen de losse zinnen lezen, waardoor het verband gemist wordt. Image credit: Pablo Garcia Saldaña / Wikimedia Commons, CC0
EXAMENSTOF ENGLISH · READING · LINKS IN A TEXT
Tegenstelling, reden, gevolg
But (maar) laat een tegenstelling zien: het tweede deel past niet bij het eerste.
Because (omdat) wijst naar de reden. Na dit woord staat waarom iets gebeurt.
So (dus) wijst naar het gevolg. Na dit woord staat wat er daarna gebeurt.
Voorbeeld: I was ill, so I stayed at home. Ziek zijn is de reden, thuisblijven is het gevolg.
Reden en gevolg zijn twee kanten van hetzelfde: bij because staat de reden erachter, bij so staat het gevolg erachter. Veelgemaakte fout: because en so door elkaar halen. Tip: zet de zin om met omdat of dus en kijk of hij nog klopt.
EXAMENSTOF ENGLISH · READING · LINKS IN A TEXT
Tekst 1: Mia and the beach
(1) Mia wants to go to the beach. But it is raining.
(2) She stays at home, because the weather is bad. So she plays a game with her brother.
Eigen tekst voor Examenstof
Korte voorbeeldtekst met drie signaalwoorden: but, because, so. 'Stays at home' betekent blijft thuis, 'weather' is het weer.
Wat doet 'But' hier?
Mia wants to go to the beach. But it is raining.
Het geeft een reden
Het laat een tegenstelling zien
Het noemt een volgorde
Het geeft een voorbeeld
Mia wil naar het strand, maar het regent: dat past niet bij elkaar. Dat is een tegenstelling. Verwachte fout: een reden, door het regenen als reden te zien. Maar het regenen is de tegenstelling, de reden volgt in alinea 2.
Vul in
Het woord because geeft een reden en het woord so geeft een gevolg.
Because geeft de reden, so het gevolg. Verwachte fout: de twee omdraaien. Gebruik de zin 'I was ill, so I stayed at home'.
Terras van een café in Easton Lodge Gardens, Essex (Engeland)
EXAMENSTOF ENGLISH · READING · LINKS IN A TEXT
Opsomming en voorbeeld
Also, too en and voegen iets toe: een opsomming.
For example (bijvoorbeeld) en like (zoals) kondigen een voorbeeld aan.
Een voorbeeld is maar een deel van de groep, niet alles.
Syllabus MVT/K/4: verbanden herkennen. Opsomming: de schrijver zet dingen naast elkaar (and, also, too). Voorbeeld: for example en like. Veelgemaakte fout: denken dat het voorbeeld de hele lijst is. Bij 'We have snacks, for example cake' zijn er ook nog andere snacks. Image credit: Acabashi / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF ENGLISH · READING · LINKS IN A TEXT
Volgorde van gebeurtenissen
First = eerst. Then en after that = daarna. Finally = tot slot.
Later = later. Before = voor. After = na. While = terwijl.
Voorbeeld: Before I eat, I wash my hands. Eerst handen wassen, dan eten.
Let op: de volgorde in de zin is niet altijd de volgorde in het echt.
Het signaalwoord bepaalt de volgorde, niet de plek in de zin. Bij 'Before I eat, I wash my hands' staat eten eerst in de zin, maar gebeurt het als tweede. Veelgemaakte fout: de gebeurtenissen aflezen in de volgorde van de zin.
EXAMENSTOF ENGLISH · READING · LINKS IN A TEXT
Tekst 2: A Saturday
(1) On Saturday Tom gets up at eight. First he eats breakfast. Then he cleans his room.
(2) After that he goes to the shop with his dad. They buy bread, milk and eggs. Later he plays football with his friends.
(3) Finally, Tom watches a film. He also calls his grandmother before bed.
Eigen tekst voor Examenstof
Voorbeeld met volgorde (first, then, after that, later, finally) en opsomming (and, also). 'Clean' is schoonmaken of opruimen, 'grandmother' is oma.
Wat laat 'for example' hier zien?
Tom loves sports, for example football and tennis.
Een tegenstelling
Een reden
Een volgorde
Een voorbeeld van sporten
Football en tennis zijn voorbeelden van sports. Verwachte fout: een volgorde, omdat er twee dingen na elkaar staan. Maar hier staan het voorbeelden naast elkaar, niet na elkaar in de tijd.
Zet op volgorde, wat doet Tom op zaterdag?
Volgorde van de tekst: first (ontbijt), then (kamer), after that (winkel), later (voetbal), finally (film). Let op de signaalwoorden. Verwachte fout: de film te vroeg zetten.
Standbeeld met een paraplu in Londen
EXAMENSTOF ENGLISH · READING · LINKS IN A TEXT
Verwijswoorden
Een verwijswoord staat in plaats van een woord dat al genoemd is.
He, she (personen), it (zaak of dier), they (meer dan één).
Ook: this (dit), them (hen) en him (hem).
Zo hoeft de schrijver niet steeds dezelfde naam te herhalen.
Syllabus MVT/K/4: relaties tussen delen van een tekst, ook verwijzingen. Verwijswoorden zoals he, she, it, they en this verwijzen naar iets wat eerder in de tekst staat. Veelgemaakte fout: 'it' lezen als 'het' in elke betekenis, zonder te zoeken welk woord ermee bedoeld wordt. Image credit: Sanshiro Kubota / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
EXAMENSTOF ENGLISH · READING · LINKS IN A TEXT
Waar slaat het op?
Kijk terug: het woord waar 'it' naar verwijst staat meestal in de zin ervoor.
Let op enkelvoud en meervoud: it is één ding, they is meer dan één.
He is een man of jongen, she een vrouw of meisje.
This wijst vaak naar een hele zin: de gebeurtenis die net genoemd is.
Test: zet jouw antwoord in de zin op de plek van het verwijswoord. Klopt de zin nog?
Stappen: zoek het verwijswoord, kijk naar het woord ervoor, controleer enkelvoud of meervoud en persoon of zaak, en vervang. Veelgemaakte fout: het dichtstbijzijnde zelfstandig naamwoord kiezen zonder de vervangtest.
EXAMENSTOF ENGLISH · READING · LINKS IN A TEXT
Tekst 3: A new dog
(1) Lisa and Eva have a new dog. It is small and very fast.
(2) They walk it every morning. They like the park best, because there it can run.
(3) The dog also barks at night. This is a problem for Lisa's brother, because he cannot sleep.
Eigen tekst voor Examenstof
Voorbeeld met it (de hond), they (Lisa en Eva), this (dat de hond 's nachts blaft) en he (Lisa's broer). 'Barks' is blaft, 'sleep' is slapen.
Waar slaat 'It' op?
Lisa and Eva have a new dog. It is small and very fast.
Op Lisa
Op Eva
Op Lisa en Eva samen
Op de hond
It is één ding of dier, dus de hond. Lisa en Eva zijn personen. Verwachte fout: Lisa of Eva, omdat die als eerste in de zin staan.
Waar slaat 'This' op in alinea 3?
Dat de hond klein en snel is
Dat de hond 's nachts blaft
Dat Lisa en Eva in het park lopen
Dat de broer van Lisa niet houdt van honden
This verwijst naar de hele vorige zin: The dog also barks at night. Daarom kan de broer niet slapen. Verwachte fout: de hond is klein en snel, omdat dat eerder in de tekst staat.
Wat vind jij het lastigst bij verbanden in een tekst?
Reden en gevolg uit elkaar houden
De volgorde van gebeurtenissen
Weten waar 'it' of 'they' op slaat
Signaalwoorden snel zien
Bespreek de uitkomst en neem het gekozen onderdeel extra mee in de examentraining.
Welk Engels signaalwoord zie jij vaak in games of apps?
Verwacht: but, so, also, first, then, because, for example. Laat een leerling de zin voorlezen en vraag welk verband het woord aangeeft.
EXAMENSTOF ENGLISH · READING · LINKS IN A TEXT
Begrippen (1/2)
signaalwoord: een klein woord dat laat zien hoe delen van een tekst bij elkaar horen
verwijswoord: een woord als he, it of they dat verwijst naar iets wat eerder is genoemd
tegenstelling: een verband waarbij iets niet past bij het vorige, met but
reden: het waarom van iets, met because
gevolg: wat er daardoor gebeurt, met so
This item has no instructions
EXAMENSTOF ENGLISH · READING · LINKS IN A TEXT
Begrippen (2/2)
opsomming: dingen naast elkaar zetten, met and, also of too
voorbeeld: een deel van een groep, met for example of like
volgorde: wat eerst en wat later gebeurt, met first, then, finally
This item has no instructions