Pruiken en revoluties (Geschiedenis vwo), les 2: Examentraining

TIJDVAK 7 · 1700-1800

Examentraining

Pruiken en revoluties: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorGeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Oefen examenvragen over tijdvak 7: ordenen, aspect in een bron, oorzaken en gevolgen en unieke en generieke begrippen.

Items in this lesson

TIJDVAK 7 · 1700-1800

Examentraining

Pruiken en revoluties: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: John Trumbull / Wikimedia Commons, publiek domein

TIJDVAK 7 · 1700-1800

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over tijdvak 7 beantwoorden: ordenen, een kenmerkend aspect in een bron herkennen, oorzaken en gevolgen onderscheiden en begrippen uniek of generiek gebruiken.

This item has no instructions

TIJDVAK 7 · 1700-1800

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: bron, maker, jaartal en vraag. Wie schreef dit, voor wie en waarom?

  • 2. Plaats: welk tijdvak, welk kenmerkend aspect en welk begrip past erbij?

  • 3. Redeneer: schrijf in meerdere stappen, met een term uit de stof en een verwijzing naar de bron

This item has no instructions

TIJDVAK 7 · 1700-1800

Vraagtype 1: ordenen en periodiseren

  • Tijdvak 6: regenten en vorsten. Tijdvak 7: pruiken en revoluties. Tijdvak 8: burgers en stoommachines. Tijdvak 9: wereldoorlogen

  • Gebruik de contexten als anker: 1672 voor de Republiek, 1776 voor Amerika, 1789 en 1792 voor Frankrijk

This item has no instructions

Zet de tijdvakken op volgorde, van vroeg naar laat

1

Tijd van de wereldoorlogen

2

Tijd van regenten en vorsten

3

Tijd van pruiken en revoluties

4

Tijd van burgers en stoommachines

Tijdvak 6, 7, 8, 9. Verwachte fout: tijdvak 7 en 6 verwisselen, omdat Rampjaar 1672 en Verlichting 1650 elkaar overlappen.

Een bron uit 1791 noemt een koning wiens macht door een grondwet is beperkt. Welke staatsvorm?

A

Republiek onder de jakobijnen

B

Verlicht absolutisme

C

Ancien régime

D

Constitutionele monarchie

In 1791 was Frankrijk een constitutionele monarchie. Fout: verlicht absolutisme, want daar bleef de vorst absoluut.

Antislavernij-medaillon van Josiah Wedgwood, ca. 1787

TIJDVAK 7 · 1700-1800

Vraagtype 2: kenmerkend aspect in een bron

  • Bij een onbekende bron bepaal je welk aspect (27 tot 30) het best past en motiveer je dat met de bron

  • Vraag ook: wie maakte de bron en met welk doel? Dat is de standplaats van de maker

Image credit: Josiah Wedgwood / Wikimedia Commons, publiek domein

Een Franse spotprent uit 1789 toont een boer die een bisschop en een edelman draagt. Wat is de beste lezing?

A

Steun voor het verlicht absolutisme

B

Kritiek van de derde stand op de standenmaatschappij

C

Lof voor het gezag van de adel

D

Pleidooi voor een scheiding der machten

De boer symboliseert de derde stand die de lasten draagt. Verwachte fout: de prent lezen als lof voor het ancien régime.

Het schip Brookes is afgebeeld door abolitionisten. Wat betekent dat voor de bron?

A

Onbruikbaar, want elke prent is onbetrouwbaar

B

Neutraal, want de prent komt uit dezelfde tijd

C

Toont de abolitionistische kijk, geen neutraal beeld

D

Alleen bruikbaar als de maker onbekend is

Een bron met een overtuigingsdoel is waardevol voor die opvatting, maar niet neutraal. Verwachte fout: een bron onbetrouwbaar noemen in plaats van de maker te betrekken.

TIJDVAK 7 · 1700-1800

Vraagtype 3: oorzaken en gevolgen

  • Onderscheid aanleiding en oorzaak op lange termijn, en politiek-bestuurlijk, sociaaleconomisch en cultureel-mentaal

  • Een goed antwoord verbindt oorzaak en gevolg met een woord als doordat of waardoor

This item has no instructions

De financiële crisis van 1789 was voor de Franse Revolutie:

A

Een directe aanleiding

B

Een cultureel-mentale oorzaak

C

Een indirecte oorzaak op lange termijn

D

Een gevolg van de revolutie

De crisis noodzaakte Lodewijk XVI de Staten-Generaal bijeen te roepen. Verlichte ideeën en kritiek op de standen waren lange-termijnoorzaken.

Verklaar met een oorzaak op lange en korte termijn waarom de koloniën in 1776 onafhankelijk werden.

Goed: lange termijn: verlichte ideeën over zelfbeschikking (cultureel-mentaal); korte termijn: nieuwe Britse belastingen en een onbuigzame koers van de koning (politiek-bestuurlijk). Verwachte fout: alleen de belasting noemen.

Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger, 1789

TIJDVAK 7 · 1700-1800

Vraagtype 4: unieke en generieke begrippen

  • Generiek: de betekenis geldt voor veel gevallen, zoals grondwet of democratische revolutie

  • Uniek: één specifieke gebeurtenis, persoon of tekst, zoals de Franse Revolutie

Image credit: Jean-Jacques-François Le Barbier / Wikimedia Commons, publiek domein

Welke zin gebruikt het begrip democratische revolutie generiek?

A

De revolutie van 1776 stichtte de Verenigde Staten

B

Een democratische revolutie draait om inspraak

C

De Franse revolutie begon met de Staten-Generaal

D

De revolutie van 1792 voerde de republiek in

Generiek betekent: geldt voor alle gevallen. De andere zinnen beschrijven één specifiek geval.

Het begrip staatsburgerschap veranderde van 1791 naar 1792. Leg uit hoe.

Goed: 1791: censuskiesrecht, stemrecht naar bezit, dus veel burgers uitgesloten. 1792: jakobijnse republiek met algemeen stemrecht. Verwachte fout: zeggen dat alle mensen al in 1789 gelijke rechten hadden.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Ordenen en periodiseren

2

Aspect in een bron herkennen

3

Oorzaken en gevolgen

4

Unieke en generieke begrippen

This item has no instructions

TIJDVAK 7 · 1700-1800

Tips voor op het examen

  • Leer 1672, 1776, 1789 en 1792 als ankers en weet wat er veranderde

  • Koppel elk voorbeeld aan één aspect (27 tot 30) en motiveer met de bron

  • Vraag bij elke bron: wie maakte dit, voor wie en waarom?

This item has no instructions