3K - Grammar 14

Hello everyone! 
Afgelopen vrijdag heb je tijdens de live les met Teams uitleg gehad over de verschillende soorten verleden tijd in het Engels. 

Die uitleg gaan we vandaag herhalen en er mee oefenen.
Gebruik hier ook je uitlegbriefje bij (in de bijlage van de agenda van vrijdag).
----->


1 / 30
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 3

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Hello everyone! 
Afgelopen vrijdag heb je tijdens de live les met Teams uitleg gehad over de verschillende soorten verleden tijd in het Engels. 

Die uitleg gaan we vandaag herhalen en er mee oefenen.
Gebruik hier ook je uitlegbriefje bij (in de bijlage van de agenda van vrijdag).
----->


Slide 1 - Slide

Present Perfect
We herhalen eerst de present perfect!

Wat weet je nog?
(Je mag de uitlegslides overslaan, maar je kunt ze ook nog even bekijken) 

Slide 2 - Slide

Present Perfect =
De voltooide tijd

Iets is begonnen in het verleden,
-  en nu nog aan de gang
- en heeft nu nog resultaat

Of als je het over een ervaring hebt.

Slide 3 - Slide

Present Perfect 

Slide 4 - Slide

Je maakt een present perfect door:

have/has + werkwoord met -ed erachter (of rij 3 van de irregular verbs)

Slide 5 - Slide

Even oefenen...
met de Present Perfect

Slide 6 - Slide

They ..............written a text
A
have
B
has

Slide 7 - Quiz

I............................
fed the hamster.
A
have
B
has

Slide 8 - Quiz

Victoria .......................
read the newspaper.
A
have
B
has

Slide 9 - Quiz

Maak present perfect:
Grandmother ....... (bake) a cake.

Slide 10 - Open question

Maak de present perfect:
Martha..... her homework. (finish)

Slide 11 - Open question

En nu de Past Simple
Dat is de gewone verleden tijd.

Iets was in het verleden, en het is nu klaar.

Je maakt de Past Simple door -ed achter het werkwoord te zetten (of rij 2 van de irregular verbs)

Slide 12 - Slide

Weer even oefenen
maar nu met de Past Simple

Slide 13 - Slide

Maak de past simple:
We _____(walk) the dog last night.

Slide 14 - Open question

Maak de past simple:
I __________ (see) him yesterday.

Slide 15 - Open question

Eens kijken of je deze twee uit elkaar kunt houden. 

Kies of je de present perfect of past simple moet gebruiken. 

Slide 16 - Slide

I ... new headphones, so I can listen to my music now
A
bought
B
have bought

Slide 17 - Quiz

When I was four I ... into the garden pond
A
fell
B
have fallen

Slide 18 - Quiz

Aranka ... here since she was seven years old.
A
lived
B
has lived

Slide 19 - Quiz

I still ... what I'm looking for.
A
didn't find
B
haven't found

Slide 20 - Quiz

Peter says he ... such a beautiful bird before.
A
never saw
B
has never seen

Slide 21 - Quiz

Past continuous
Als iets in het verleden een tijd lang aan de gang was. 

Voorbeeld: 
I was studying all day yesterday. 

was / were + ww + -ing



Slide 22 - Slide

Oefenen:
Maak de past continuous in deze twee zinnen:

Slide 23 - Slide

My teammates and I _____ _______ (try) so hard to score a goal that whole game.

Slide 24 - Open question

Tanya ____ ________ (spend) too much time on her phone during all the maths classes.

Slide 25 - Open question

Past continuous & past simple
De past continuous komt maar weinig alleen voor in een zin. 
Meestal is het een combinatie van deze beide. 

Voorbeeld:
My sister was working when her teacher called. 
                    continuous                                        simple

Slide 26 - Slide

Past continuous & past simple

Je gebruikt ze als twee dingen tegelijk gebeuren in het verleden. De kortste actie krijgt de 'simple'. De langere actie krijgt de 'continuous'. 

Kies de juiste optie:

Slide 27 - Slide

I didn't hear the phone ring,
because I _________________ my room.
A
cleaned
B
was cleaning

Slide 28 - Quiz

I was looking for my jacket when my mom _____________ "I found it!"
A
yelled
B
was yelling

Slide 29 - Quiz

All done!
Dit was je huiswerk voor vandaag.

Tot woensdag! 

Slide 30 - Slide