8.3 spelen met weerstand

8.3 Weerstand
  • Weerstand = tegenwerking

  • Hoe groter de waarde van de weerstand
  •  => hoe moeilijker de stroom er door gaat 
  • =>  hoe lager de stroomsterkte

  • Een weerstand zorgt ervoor dat de stroom moeilijker van + naar - kan


1 / 31
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 4

This lesson contains 31 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

8.3 Weerstand
  • Weerstand = tegenwerking

  • Hoe groter de waarde van de weerstand
  •  => hoe moeilijker de stroom er door gaat 
  • =>  hoe lager de stroomsterkte

  • Een weerstand zorgt ervoor dat de stroom moeilijker van + naar - kan


Slide 1 - Slide

 Wet van Ohm
<a href="https://www.youtube.com/embed/niYEYtKFAHM">Wet van Ohm</a>

Slide 2 - Slide

Symbool
Weerstanden

Slide 3 - Slide

Weerstand
Weerstand -> houdt de elektronen tegen. 

Geleiders hebben een kleine weerstand.

Isolatoren hebben een grote weerstand.

IJzer<div>Koper</div><div>Aluminium</div><div>Koolstof</div>
Rubber<div>Steen</div><div>Kunststof</div><div>Glas</div>

Slide 4 - Slide

Weerstand
De weerstand meet je in Ohm 
Je meet de weerstand met een multimeter. 

Weerstand = Spanning : Stroomsterkte          

Voorbeeld: 
Weerstand = 230 V : 2 A = 115 Ohm

Slide 5 - Slide

voorbeeld berekening
De spanningsbron levert 12 V. Er loopt een stroomsterkte van 2000 mA (2,0 A) doorheen. Bereken de grootte van de weerstand.
Gegeven
Gevraagd
Formule
Berekenen
Antwoord
  • 12 V en 2000 mA=2 A
  • Weerstand 
  • Weerstand=Spanning:Stroomsterkte
  • 12 : 2 = 6
  • Weerstand = 6 ohm

Slide 6 - Slide

voorbeeld berekening
Vraag 3 Een tosti apparaat werkt op een spanning van 230 V en een stroomsterkte van 6,5 A. Bereken de weerstand van het apparaat
Gegeven
Gevraagd
Formule
Berekenen
Antwoord
  • 230 V 6,5 A 
  • Weerstand 
  • Weerstand=Spanning:Stroomsterkte
  • 230 : 6,5 =  35,38
  • Weerstand = 35,38 ohm

Slide 7 - Slide

Aan de slag
Bladzijde 155
Opgave 1 t/m 10
Klaar? 11 t/m 14

Slide 8 - Slide

Formule weerstand
Opdracht: Zoek de formule voor weerstand in de BiNaS 
en zet deze formule in de driehoek 
--------------
:
X

Slide 9 - Slide

voorbeeld berekening
Opdracht 12 
Gegeven
Gevraagd
Formule
Berekenen
Antwoord

Slide 10 - Slide

NTC
Temperatuurafhankelijke weerstand
Temperatuur omhoog = weerstand omlaag

Wordt gebruikt als temperatuursensor

Slide 11 - Slide

NTC
  • Weerstand met een Negatieve Temperatuurs Coëfficient.
  • Hoe hoger de temperatuur, hoe lager de weerstand.
Weerstand
Stroomsterkte
Warm
klein
groot
Koud
groot
klein

Slide 12 - Slide

Aan de slag
Bladzijde 158
Opgave 11 t/m 21
18 overslaan

Slide 13 - Slide

NTC
  • Weerstand met een Negatieve Temperatuurs Coëfficient.
  • Hoe hoger de temperatuur, hoe lager de weerstand.
Weerstand
Stroomsterkte
Warm
klein
groot
Koud
groot
klein

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Een NTC wordt meestal in serie geschakeld met een gewone weerstand.


Leg uit waarom zo’n extra weerstand noodzakelijk is.


  • Als er stroom door een NTC loopt, wordt hij warmer. Daardoor daalt de weerstand van de NTC en neemt de stroom nog verder toe. Zonder een extra weerstand als stroombegrenzer zou de NTC snel doorbranden.




Slide 16 - Slide

Variabele weerstand
Weerstand die je in kan stellen.

Hiermee bepaal je de stroomsterkte 

Zit bijvoorbeeld in een dimmer of mengpaneel (schuifjes)

Slide 17 - Slide

Regelbare weerstanden
Door het verschuiven of draaien verander je de weerstand.

Als je een lamp wilt dimmen, maak je de weerstand groter, dan wordt de stroomsterkte kleiner
Symbool
Schuifweerstand

Slide 18 - Slide

LDR: Light Dependent Resistant
LDR is gevoelig voor? Lichtgevoelige weerstand.
Hoe meer licht er op de LDR valt:
       - des te kleiner is zijn weerstand, en des te groter                                                 is de stroomsterkte die de  stroommeter aangeeft.

Wordt gebruikt in:
  • Buitenlampen
  • camera met flitser, telefoonscherm ...

Slide 19 - Slide

LDR
  • Lichtgevoelige weerstand
  • In het donker is de weerstand hoog --> weinig stroom

  • Wordt gebruikt als een lichtsensor





Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Leg uit wat er gebeurt
stap voor stap

Slide 22 - Slide

Bijna alle stroom loopt via de LDR; de transistor staat in de UIT-stand.
Er loopt nu een klein stroompje via de basis; de transistor staat in de AAN-stand.

Slide 23 - Slide

Automatische schakelingen
voorbeelden:
  • automatische schuifdeur
  • inbrekersalarm
  • buitenverlichting die aan gaat als het donker wordt
  • buitenverlichting die aangaat als er beweging is


Slide 24 - Slide

Input - proces - output
Input: SENSOR
De sensor produceert een elektrisch signaal dat informatie geeft over zijn omgeving aan de verwerker


Slide 25 - Slide

Input - proces - output
Proces: Automatische schakelaar
verwerkt het signaal van de sensor en geeft informatie aan de actuator

Slide 26 - Slide

Input - proces - output
Output: ACTUATOR
onderneemt actie/doet iets

Slide 27 - Slide

Sensoren 
  • Lichtsensor (LDR) : hierbij wordt de weerstand  lager als de lichtsterkte groter wordt

  • Temperatuursensor (NTC) : hierbij wordt de weerstand lager worden als de temperatuur hoger wordt.

  • Bewegingssensor : Geef een stroompuls als beweging wordt geregistreerd

Slide 28 - Slide

Actuatoren
Voorbeelden:
  • Motor die een deur opent (schuifdeur)
  • Verwarmingselement dat aan gaat om aquarium te verwarmen
  • Lamp die aan gaat omdat het te donker is
  • etc.

          

Slide 29 - Slide

Aan de slag
Bladzijde 164
Opgave 31 t/m 36,  38 t/m 41

Klaar? Maak opgave 45 met de BiNaS
Laatste 5 minuten opgaven 40 bespreken

Slide 30 - Slide

Opgave 40
  • Het draadje heeft een lagere weerstand dus gaat de stroom langs het draad.
  • Het draadje
  • De transistor 
  • De zoemer

Slide 31 - Slide