9.4 Vergelijkingen + 9.5Bordjes leggen

Voor vandaag:
  • 9.1, 9.2, 9.3 herhalen
  • 9.4 Vergelijkingen
  • Oefenen
  • Afronden

1 / 44
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 44 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Voor vandaag:
  • 9.1, 9.2, 9.3 herhalen
  • 9.4 Vergelijkingen
  • Oefenen
  • Afronden

Slide 1 - Slide

Woordformule
In een woordformule staat op een korte en handige manier hoe je iets berekent. Ofwel een regel in woorden met wiskundige symbolen opgeschreven.

Bijvoorbeeld:   huurprijs fiets = 5 + 2 x aantal uren

Let op je uitwerking en de notatie!
Een formule heeft 
twee onbekenden.

Slide 2 - Slide

9.2 Formules vereenvoudigen
Alleen gelijksoortige termen kun je samenvoegen.
In gelijksoortige termen komen precies dezelfde variabelen voor. 








g = 3a - 4 - 2a + 6

Slide 3 - Slide

9.2 Formules vereenvoudigen
Alleen gelijksoortige termen kun je samenvoegen.
In gelijksoortige termen komen precies dezelfde variabelen voor. 








g = 3a - 4 - 2a + 6


Slide 4 - Slide

Schrijf de volgende formules korter.

a)  c = 5d - 4 - 4,8d + 8

b) m = -6b + 2b + 5 + 3b


Slide 5 - Slide

9.3 Werken met formules

  huurprijs fiets = 5 + 2 x aantal uren
                          p = 5 + 2a 
a = 4
Een formule heeft 
twee onbekenden.

Slide 6 - Slide

Volgorde bij berekening
Stappenplan
  1. tussen de Haakjes 
  2. Machten (dus ook Kwadateren)
  3. Vermenigvuldigen en Delen (v.l.n.r)
  4. Optellen en Aftrekken (v.l.n.r)

Help Mij Van Die Onvoldoendes Af!

Slide 7 - Slide

9.3 Werken met formules
Notatie in schrift


m=8        


l=3m+16

Slide 8 - Slide

Bereken van de volgende formule uitkomst p als n = 12.

p = 1 + 4(n - 9) 

Slide 9 - Slide

Je leert:
-wat een vergelijking is
-hoe je een vergelijking oplost

Slide 10 - Slide

9.4 Vergelijkingen 
De letter(s) waarvan je de waarde niet weet noemen we een variabele.


Een formule heeft twee variabelen.           = 3x + 2
Een vergelijking heeft één variabele.         8 = 3x + 2

Slide 11 - Slide

9.4 Vergelijkingen

  huurprijs fiets = 5 + 2 x aantal uren
                          p = 5 + 2a     of     5 + 2a = p 
p = 23
Een formule heeft 
twee onbekenden.

Slide 12 - Slide

Voor een open dag worden de ramen gewassen.
Voor een opendag, worden de ramen gewassen van de school. 
Elk raam kost €2,00 om schoon gemaakt te worden en de voorrijkosten zijn €120. 
Maak een formule waarmee je de kosten kunt berekenen als je het aantal gewassen ramen weet.


De school heeft een rekening van €260 gekregen.
Bereken hoeveel ramen er zijn gewassen.

9.4 Vergelijkingen

Slide 13 - Slide

9.4 maken (24 t/m 29)
klaar, dan:
o:o26
u: u7

Slide 14 - Slide

Los de volgende vergelijkingen op:

30a + 20 = 140                  11t = 88

Slide 15 - Slide

Welke notatie is goed?

Loon = 5 + 0,20 x aantal kranten
A
L = 5 + 0,20a
B
L = 5, 20a
C
L = 5 + a0,20
D
L = 0,20a + 5

Slide 16 - Quiz

Maak de volgende formule korter.
bedrag=aantal uur x 0,50 + 50

Slide 17 - Open question

Schrijf de volgende formule korter.
h = -2p + 13 - 5p - 10 - p + 12p

Slide 18 - Open question

Gegeven is de formule:
5(n - 12) = a

Bereken a als n = 6
A
56 - 12 = 44
B
5 - 12 = -7x6 = -42
C
5x(6 - 12) = -30
D
5x6 - 12 = 30 -12 = 18

Slide 19 - Quiz

De kosten van een rit met een taxi kunnen worden berekend met de formule : k = 15 + 0,25(a - 7)
k stelt de kosten in euro's en a aantal gereden km.
Bereken wat een rit van 17 km kost.
A
152,5
B
17,5
C
40
D
11,25

Slide 20 - Quiz

Voor vandaag:
  •  9.2, 9.3, 9.4 herhalen
  • 9.5 Vergelijkingen oplossen met bordjes- instructie
  • Oefenen
  • Afronden

Slide 21 - Slide

Lesdoel:
- Je kunt vergelijkingen oplossen met bordjes methode.

Slide 22 - Slide

Aanpak:

  1. Leg het bordje over de term met de variabele erin.
  2. Reken uit wat er op het bordje moet staan.
  3. Bereken de oplossing, altijd delen door het getal vóór de letter. 
  4. Controleer je oplossing met de vergelijking.
Los op:
65 - 15p = 20 

Slide 23 - Slide

Aanpak:
  1. Vereenvoudig (gelijksoortige termen samenvoegen).
  2. Leg het bordje over de term met de variabele erin.
  3. Reken uit wat er op het bordje moet staan.
  4. Bereken de oplossing, (altijd delen door het getal vóór de letter).  
  5. Controleer je oplossing met de vergelijking.
Los op:
17b - 5b - 7 = -4

Slide 24 - Slide

Aanpak:

  1. Leg het bordje over de term met de variabele erin.
  2. Reken uit wat er op het bordje moet staan.
  3. Bereken de oplossing, altijd delen door het getal vóór de letter. 
  4. Controleer je oplossing met de vergelijking.
Los op:
2(a - 4) = 20

Slide 25 - Slide

Aanpak:

1.

2.

3.

4.




Los op:
50 - 8p = 18 

Slide 26 - Slide

Aanpak:

1.

2.

3.

4.

5.




Los op:
 - 6p - p + 12= -23 

Slide 27 - Slide

Aanpak:

1.

2.

3.

4.

5.




Los op:
 6(p + 7) = -24 

Slide 28 - Slide

19.5 maken (30 t/m 37)
klaar dan  o34 of u9

Slide 29 - Slide

Los deze vergelijking op met bordjes:
20a + 40 = 840

Slide 30 - Open question

Los deze vergelijking op met bordjes:
2a - 16 = 24
A
4
B
20
C
2
D
40

Slide 31 - Quiz

Los deze vergelijking op met bordjes:
14h - 17 = -31
A
h = 1
B
h = -14
C
h = -1
D
h = 48

Slide 32 - Quiz

Los op:
12 -10 = -c +4 +1,5c
A
-4
B
4
C
-0,25
D
1,25

Slide 33 - Quiz

Maak de volgende formule korter.
bedrag=aantal uur x 0,50 + 50

Slide 34 - Open question

Schrijf de volgende formule korter.
h = -2p + 13 - 5p - 10 - p + 12p

Slide 35 - Open question

klaar!

Slide 36 - Slide

Lesdoel?
De Computerspecialist komt thuis langs om een storing te verhelpen. De kosten worden berekend met de formule 
k = 60a + 40 
Hier is a de gewerkte tijd in uren en k de kosten in euro's. 
Het verhelpen van een storing kost € 310,-. 
Geef de vergelijking die hierbij hoort en los hem op. Controleer je antwoord.

Slide 37 - Slide

Los de volgende vergelijking op. Sleep de stappen in de juiste volgorde 
1
2
3
4
k = 19
2k = 38
2k + 8 = 46
.... + 8 = 46

Slide 38 - Drag question

Maak de volgende formule korter.
1. p = 3a - 4 - a + 6
2. q = 12 - 4 x b + 6 + 3 x b

Slide 39 - Open question

Gegeven is de formule:
5(n - 12) = a

Bereken a als n = 6
A
56 - 12 = 44
B
5 - 12 = -7x6 = -42
C
5x(6 - 12) = -30
D
5x6 - 12 = 30 -12 = 18

Slide 40 - Quiz

De kosten van een rit met een taxi kunnen worden berekend met de formule : k = 15 + 0,25(a - 7)
k stelt de kosten in euro's en a aantal gereden km.
Bereken wat een rit van 17 km kost.
A
152,5
B
17,5
C
40
D
11,25

Slide 41 - Quiz

Los de volgende vergelijking op met bordjes:
-20 + 4 x p = -30

Slide 42 - Open question

Los deze vergelijking op met bordjes:
9t - 10t + 10 = 1

Slide 43 - Open question

Weektaak:
maak de opdrachten van de weektaak

Slide 44 - Slide