6.1 De Middeleeuwse stad

6.1 De middeleeuwse stad

Leerdoel(en):

  1. Je kunt uitleggen waarom in Europa vanaf de elfde eeuw steden ontstonden en bestaande steden groeiden.

  2. Je kunt beschrijven hoe burgers hun stad bestuurden.

  3. Je kunt beschrijven hoe ambachtslieden en handelaren zich organiseerden

1

minute

00

second

  1. De telefoon blijft thuis of in de kluis

  2. We respecteren elkaar en elkaars spullen; we laten elkaar uitspreken en behandelen elkaar met respect.

  3. Je komt goed voorbereid naar de les; materiaal goed voor elkaar, ingelezen, huiswerk gemaakt.

  4. Eten, drinken of naar het toilet doen we na de les of in de pauze

  5. We gebruiken de laptop uitsluitend voor schooldoeleinden

1 / 8
next
Slide 1: Slide
New lesson editorGsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 8 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

6.1 De middeleeuwse stad

Leerdoel(en):

  1. Je kunt uitleggen waarom in Europa vanaf de elfde eeuw steden ontstonden en bestaande steden groeiden.

  2. Je kunt beschrijven hoe burgers hun stad bestuurden.

  3. Je kunt beschrijven hoe ambachtslieden en handelaren zich organiseerden

1

minute

00

second

  1. De telefoon blijft thuis of in de kluis

  2. We respecteren elkaar en elkaars spullen; we laten elkaar uitspreken en behandelen elkaar met respect.

  3. Je komt goed voorbereid naar de les; materiaal goed voor elkaar, ingelezen, huiswerk gemaakt.

  4. Eten, drinken of naar het toilet doen we na de les of in de pauze

  5. We gebruiken de laptop uitsluitend voor schooldoeleinden

Vanaf 11e eeuw grotere landbouw opbrengst:

  1. Meer landbouwgrond door ontginning (kappen bossen en droogleggen moerassen)

  2. Efficiënter gebruik van het land door drieslagstelsel (land verdelen in drie stukken, waarvan één elk jaar braak laten liggen)

  3. Uitvinding van de ploeg

Van het platteland naar de stad

Gevolg: voedseloverschot

Specialisatie

Handel

Bevolkingsgroei

Minder mensen hoeven boer (horige) te zijn en gaan zich specialiseren in andere beroepen: smid, kledingmaker, meubelmaker, bakker, etc.


Zowel het overschot aan voedsel als nijverheidsgoederen worden verkocht op markten.

Ontstaan steden

Wat is geen reden voor de toename van de landbouwopbrengst

A

Meer landbouwgrond door ontginning

B

Efficiënter gebruik van het land door drieslagstelsel

C

Uitvinding van de ploeg

D

Gebruik van kunstmest

Wat is geen gevolg van het voedseloverschot?

A

Opkomst van de handel

B

Verstedelijking

C

Bevolkingsgroei

D

Specialisatie

Ambachtsgilden en (internationale) handel

In de steden verenigden de burgers met hetzelfde beroep zich in gilden.


  1. Alleen als je bij het gilde hoorde mocht je het beroep uitoefenen

  2. Ze maakten afspraken over de prijs

  3. Controleerden op kwaliteit

  4. Zorgde voor de leden bij ziekte of overlijden.

Tussen 1000 en 1500 nam de handel verder toe. Men ging grotere afstanden afleggen om te handelen, eerst via land, daarna via rivieren en uiteindelijk over zee.


Ook handelaren gingen zich verenigen, de belangrijkste van deze verenigingen is de Hanze. Verschillende Europese steden waren aangesloten bij de Hanze.


  1. Afspraken over de kwaliteit en prijzen

  2. Beschermen elkaar schepen

  3. Betere prijzen en geen tol in de steden.


Leerdoelen

1) Je kunt uitleggen waarom in Europa vanaf de elfde eeuw steden ontstonden en bestaande steden groeiden.

Rond de 11e eeuw groeide de oogsten, doordat men: 1) bossen gingen kappen voor landbouwgrond, 2) verdelen in drieslagstelsel, 3) ontwikkeling van de ploeg. Hierdoor ontstond er een landbouwoverschot, hierdoor hoefde niet iedereen meer boer (horige) te zijn, en kon men zich specialiseren in een ambacht. Op plekken waar veel gehandeld werd ontstonden zo langzaam steden. Dit proces noemen we verstedelijking.

2) Je kunt beschrijven hoe burgers hun stad bestuurden.

Steden stonden onder het bestuur van een heer (graaf, hertog, bisschop), maar naarmate steden groeiden wilden zij meer zeggenschap. In ruil voor meer belasting, gaf de heer de steden stadsrechten. Zo mochten zij bijvoorbeeld zichzelf besturen. In de steden hadden de edelen (schepenen) het vaak voor het zeggen, de leider van een stad was de burgermaster (burgemeester). Mensen die in stad woonden waren burgers, zij hadden vaak meer vrijheid en rechten dan de mensen op het platteland.


3) Je kunt beschrijven hoe ambachtslieden en handelaren zich organiseerden.

Mensen met het zelfde beroep (ambacht) verenigden zich in een gilde. Gildes maken afspraken over kwaliteit en de prijs van producten, maar helpen elkaar bijvoorbeeld ook bij ziekte of overlijden. De bekendste gilde is de hanze, dit was een handelaarsgilde die zich over heel Europa verspreidde.