Sales 5

Afsluitende les Sales analyse
1 / 28
next
Slide 1: Slide
salesMBOStudiejaar 2,3

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Afsluitende les Sales analyse

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Marge

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Vaste & Variabele kosten

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Conversie

Slide 13 - Slide

Conversie

Slide 14 - Slide

Quiz

Slide 15 - Slide

Hoe bereken je omzet?

Slide 16 - Open question

Wat is break-even-omzet?
A
omzet waarbij de totale kosten gelijk zijn aan totale opbrengsten
B
omzet waarbij totale kosten hoger zijn dan totale obprengsten
C
omzet waarbij totale kosten lager zijn dan totale opbrengsten
D
aantal verkochte producten waarbij er geen winst of verlies is

Slide 17 - Quiz

Wat is seizoenskorting?
A
korting op de prijs door een bepaald jaargetijde
B
korting om tijdelijk een product te stimuleren
C
korting voor snelle betalers
D
korting voor een vaste klant

Slide 18 - Quiz

De nettowinst is een hoger bedrag dan de brutowinst
A
waar
B
niet waar
C
nettowinst en brutowinst zijn gelijk

Slide 19 - Quiz

wat betekent de winstmarge?
A
percentage over de prijs wat je aan winst maakt
B
percentage over de bedrijfskosten wat je aan winst maakt
C
nettowinst+brutowinst
D
inkoopprijs x afzet

Slide 20 - Quiz

Wat is de kostprijs?
A
de totale kosten die je maakt voor een product
B
de totale omzet die je verdient
C
de bedrijfskosten
D
wat je overhoudt aan nettowinst

Slide 21 - Quiz

Wat is de terugverdientijd?
A
aantal dagen dat gemiddelde voorraad in bedrijf aanwezig is
B
aantal keren dat de BEO jaarlijks wordt behaald
C
tijd die het duurt om een investering terug te verdienen
D
aantal keren dat de gemiddelde voorraad jaarlijks verkocht wordt

Slide 22 - Quiz

van welke soort kosten zijn huurkosten een voorbeeld?
A
indirecte kosten
B
directe kosten
C
variabele kosten
D
geen van deze

Slide 23 - Quiz

van welk soort kosten zijn grondstofkosten een voorbeeld?
A
vaste kosten
B
directe kosten
C
indirecte kosten
D
geen van deze

Slide 24 - Quiz

van welke soort kosten zijn telefoonkosten een voorbeeld?
A
indirecte kosten
B
directe kosten
C
variabele kosten
D
geen van deze

Slide 25 - Quiz

Tot welke kostensoort behoort de inkoopwaarde van de omzet?
A
constante kosten
B
indirecte kosten
C
variabele kosten
D
brutowinst

Slide 26 - Quiz

van welk soort kosten zijn verzendkosten een voorbeeld?
A
vaste kosten
B
variabele kosten
C
indirecte kosten
D
geen van deze

Slide 27 - Quiz

Wat is conversieverhouding?
A
hoeveel van het totaal aantal bezoekers gaat over tot actie?
B
hoeveel klanten hebben de enquête ingevuld?
C
je hebt 3 klantcontacten nodig om een nieuwe lead te werven
D
aantal klantcontacten dat nodig is om een order binnen te halen

Slide 28 - Quiz