Natuurwetenschappen: Druk

Herhaling : Krachten
* Wat is kracht? --> Statische/dynamisch effect - vector
* Zwaartekracht! ( Fz = m.g)
* Resulterende kracht
* Fn = Fg = Fz = m.g
* Massa<-->gewicht
* Wrijvingskracht? --> tegenwerkende krachten
* Veerkracht
* Versnellen - vertragen - constante snelheid/stilstaan

1 / 51
next
Slide 1: Slide
NatuurwetenschappenSecundair onderwijs

This lesson contains 51 slides, with interactive quizzes, text slides and 5 videos.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Herhaling : Krachten
* Wat is kracht? --> Statische/dynamisch effect - vector
* Zwaartekracht! ( Fz = m.g)
* Resulterende kracht
* Fn = Fg = Fz = m.g
* Massa<-->gewicht
* Wrijvingskracht? --> tegenwerkende krachten
* Veerkracht
* Versnellen - vertragen - constante snelheid/stilstaan

Slide 1 - Slide

* Krachtmoment ( M = F.r.sin(hoek)) ( enkel SpWe)
* Evenwichts wet --> ( translatie/rotatie) ( enkel SpWe)
--> Som van de momenten =0
--> M1 = M2


Maak de oefeningen in je classroom en op Lernova --> Toets. 

Slide 2 - Slide

DRUK 
Druk op een vaste stof/vloeistof/gas
BV2_06.43.BV2_06.43.01 Ik leg uit hoe druk, oppervlakte en kracht samenhangen met voorbeelden uit het dagelijks leven en gebruik de formule p = F ÷ A.
BV2_06.43.BV2_06.43.02 Ik leg uit hoe dichtheid, zwaartekracht, diepte en luchtdruk samen bepalen hoe hoog de druk in een vloeistof is met de formule p = p₀ + ρ × g × h.
BV2_06.43.BV2_06.43.03 Ik leg uit hoe druk, luchtdruk en waterdruk dingen in het dagelijks leven beïnvloeden.

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Druk

Slide 5 - Mind map

Duk op een vaste stof

Slide 6 - Slide

Bepalende factoren bij druk op een vaste stof
opdracht: 
Veroorzaak een zo groot mogelijke vervorming met 3 voorwerpen op een spons zonder je handen te gebruiken. 

Slide 7 - Slide

Formule druk
AF=p
Kracht
Kracht (F) wordt uitgedrukt in Newton (N). De kracht kan je berekenen met de formule F=m . g
oppervlakte
Oppervlakte (A) in m²
noteer op p73 de formules voor de oppervlakte van een vierkant, een rechthoek, een driehoek en een cirkel
druk
druk (p) wordt uitgdrukt met de eenheid Pascal (Pa).
Hectopascal (hPa) is een veelgebruikt voorbeeld.
1hPa = 100Pa = 1 . 10²Pa
1 bar = 1 . 105Pa

Slide 8 - Slide

Formules?
* Kracht?
* Volume?

--> Noteer. 

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Omzetting?

Slide 11 - Slide

Aan de slag:
* Verlengde instructie?
* Maak de opbouw en schrijf bij in je cursus

* Maak oefenreeks A en B 
* Check Out 
timer
20:00

Slide 12 - Slide

Druk OP een vloeistof
* Wet van Pascal kennen
* Hydraulische pers kunnen/kennen

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Video

Wet van Pascal

De drukverandering die op een afgesloten hoeveelheid vloeistof wordt uitgeoefend, wordt ongewijzigd doorgegeven in alle richtingen.

Slide 16 - Slide

Toepassingen?
--> Hydraulische pers

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Aan de slag
* Verlengde instructie?
* Maak de opbouw en schrijf bij in je cursus
* Maak oefenreeks A en B
* Check Out

Slide 20 - Slide

Druk bij gassen
* Wat is de normdruk?
* Atmosferische druk?
* Druk in een gas?
* Bovendruk en onderdruk?

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Video

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Video

Slide 26 - Slide

Druk IN een vloeistof
= Hydrostatische druk. ( p hydro)

Slide 27 - Slide

Hoe beïnvloedt de diepte de hydrostatische druk?
EXPERIMENT

We prikken op verschillende hoogten gaten in een plastic flesje. We sluiten het NIET af en dompelen het tot net onder de rand onder in een bak met water.

Slide 28 - Slide

Hoe beïnvloedt de aard van de vloeistof de hydrostatische druk?
* Zoek op

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

Hoe beïnvloedt de atmosferische druk de totale druk in een vloeistof?

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Video

Toepassingen
* Wet van de verbonden vaten
* Uitstroomsnelheid
* Archimedeskracht ( Spwe)

Slide 33 - Slide

Archimedeskracht

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Slide

Slide 37 - Slide

Slide 38 - Slide

Zinken - zweven - drijven?

Slide 39 - Slide

aan het werk
* Verlengde instructie?
* Opbouw 5.5 --> toepassingen!

klaar? : oefenreeks A & B 

Slide 40 - Slide

Vraagstukken/oefeningen

Slide 41 - Slide

Vorm de formule voor druk om zodat je de oppervlakte kan berekenen.

Slide 42 - Open question

Indien je de kracht wil berekenen kan je volgende formule gebruiken
A
F=p/A
B
F=A/p
C
F=P . A
D
F = p . A

Slide 43 - Quiz

Het contactoppervlak tussen deze damesschoen en de vloer is (geschat) 1,7 dm². De zwaartekracht op de dame die 2 schoenen draagt is 730 N. Hoe groot is de druk op de vloer?

Slide 44 - Open question

Welke factoren bepalen de druk?
A
kracht en oppervlakte
B
kracht en hoogte van voorwerp
C
oppervlakte en hoogte van voorwerp
D
enkel de kracht

Slide 45 - Quiz

Is de druk op de vloer groter of kleiner als een dame naaldhakken draagt in plaats van de sportschoenen
A
Groter
B
Kleiner
C
gelijk
D
ik weet het niet

Slide 46 - Quiz


Slide 47 - Open question

naald
Vrachtwagen
Geldt voor beide voorbeelden
p = F/A
Door de grote oppervlakte verlaagt de druk
Er is weinig kracht nodig voor een grote druk
verkleinde druk
Vergrote druk
Eenheid is Pa

Slide 48 - Drag question

In het Boudewijn Seapark zwemmen de dolfijnen in een bassin met een wateroppervlakte van 480 m² en een diepte van 6,0 m. Het is gevuld met 3 miljoen liter zeewater (rho zeewater = 1,03.10³ kg/m³)In dit bassin zwemt dolfijn Ivy en er werkt een hydrostatische druk op de dolfijn van 50,3 kPa. Bereken op welke diepte de dolfijn zich bevindt wanneer hij deze druk ondervindt.

Slide 49 - Open question

Voor de verplaatsing van goederen in een magazijn gebruik je een transpallet. Met dat hulpmiddel verplaats je goederen met een gewicht van 10 000 N. Het transpallet heeft een kleine zuiger met een oppervlakte van 55 cm² en een zuiger met een oppervlakte van 195 cm². Hoeveel kracht moet de kleine zuiger van het transpallet uitoefenen om de massa op te tillen?

Slide 50 - Open question

OEFENING

Je gaat duiken in de steengroeve van Vodelée (Fr.: Carrière de Vodelée), die onder water staat en een maximum diepte heeft van 40 m. Ga uit van een atmosfeerdruk van 100 kPa.

Toon aan dat de figuur correct is en dat de druk op jouw lichaam ...( Totale druk)

ongeveer 2 bar is op een diepte van 10 m.

Slide 51 - Open question