Globalisering (Aardrijkskunde havo), les 2: Examentraining

WERELD · GLOBALISERING

Examentraining

Globalisering: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorAardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining: gevolgen van globalisering relateren, gebieden vergelijken, het algemene en het bijzondere onderscheiden en afwenteling beoordelen met een bron.

Items in this lesson

WERELD · GLOBALISERING

Examentraining

Globalisering: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Frans Berkelaar / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

WERELD · GLOBALISERING

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over globalisering beantwoorden door gevolgen te relateren, gebieden te vergelijken en het algemene en het bijzondere te onderscheiden.

This item has no instructions

WERELD · GLOBALISERING

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat is het vraagwoord? Geef, beschrijf, leg uit, vergelijk of beargumenteer.

  • 2. Zoek: welk gebied, welk schaalniveau, welke bron? Is het centrum of (semi-)periferie?

  • 3. Verbind: gebruik een begrip uit de les en een dimensie: economie, politiek, cultuur, natuur of demografie.

  • 4. Schrijf: een ketting met doordat en daardoor, en noem gegevens uit de bron.

This item has no instructions

Kledingfabriek in Bangladesh: vrouwen aan de lopende band

WERELD · GLOBALISERING

Vraagtype 1: gevolgen relateren

  • Je krijgt een ontwikkeling, zoals een fabriek die verhuist, en moet de gevolgen uitleggen.

  • Denk aan twee gebieden: wat verandert er in het ene en wat in het andere?

  • Relateer economische en sociaal-culturele gevolgen: banen en lonen, maar ook taal, gewoonten en identiteit.

  • Schrijf de ketting: ontwikkeling, tussenstap, gevolg.

Werkwijze uit de syllabus: het relateren van economische en sociaal-culturele gevolgen van het proces van globalisering. Laat leerlingen een tabel maken met twee kolommen (gebied A, gebied B) en twee rijen (economisch, sociaal-cultureel). Veelgemaakte fout: alleen het gevolg voor één gebied noemen. Image credit: Tareq Salahuddin / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

Een kledingmerk laat voortaan naaien in Bangladesh. Wat volgt in Bangladesh?

A

Minder werk in de industrie van het land

B

Hogere lonen dan in het land van het merk

C

Meer fabriekswerk, vooral voor jonge vrouwen

D

Minder export van kleding naar Europa

Goed: offshoring naar een land met lage lonen levert daar industriële banen op; in de kledingindustrie werken veel jonge vrouwen. De tweede afleider klopt niet: de lage lonen zijn juist de reden van de verhuizing. De eerste en derde beschrijven het omgekeerde.

Hoe vergroot offshoring ongelijkheid in Nederland?

Goed: productiewerk met lage opleidingseisen verdwijnt naar lagelonenlanden; laagopgeleide werknemers verliezen hun baan of krijgen lagere lonen; hoogopgeleiden in ontwerp, marketing en management profiteren juist van goedkopere productie en hogere winsten; daardoor groeit het verschil tussen groepen. Verwachte fout: alleen 'banen gaan weg' zonder te zeggen welke groep wel profiteert.

De skyline van Pudong met de Shanghai Tower, Shanghai (China)

WERELD · GLOBALISERING

Vraagtype 2: gebieden vergelijken

  • Je vergelijkt twee gebieden of landen in de context van globalisering, vaak met een tabel.

  • Vergelijk op dezelfde kenmerken: lonen, soort werk, export, positie in de productieketen.

  • Gebruik vergelijkende woorden: hoger, lager, meer, minder, terwijl.

  • Verklaar het verschil met de positie van het gebied: centrum, semiperiferie of periferie.

Werkwijze uit de syllabus: vergelijken van gebieden en landen in de context van globalisering. Veelgemaakte fout: twee losse beschrijvingen geven in plaats van een echte vergelijking. Eis dat in elke zin beide gebieden voorkomen. Image credit: Ermell / Wikimedia Commons, CC0

Land A ontwerpt telefoons, land B assembleert ze. Wat klopt?

A

B verdient per telefoon meer dan A

B

A en B verdienen per telefoon evenveel

C

A verdient per telefoon meer dan B

D

B bepaalt de prijs van de telefoon

Goed: ontwerp, merk en marketing leveren het meeste op in de productieketen; assemblage is arbeid met lage toegevoegde waarde. Het centrum zit aan het begin en het eind van de keten, de (semi-)periferie in het midden. Wie B kiest, denkt dat het meeste werk ook het meeste geld oplevert.

Waarom gaan schoenfabrieken van China naar Vietnam?

Goed: de lonen in China zijn gestegen en liggen nu hoger dan in Vietnam; voor arbeidsintensieve productie zoals kleding en schoenen zijn loonkosten doorslaggevend; daarom verplaatst het bedrijf die productie naar Vietnam. Verwachte fout: geen vergelijking tussen de twee landen maken of alleen 'Vietnam is goedkoop' schrijven.

Containerkranen van APM Terminals op de Maasvlakte, Rotterdam

WERELD · GLOBALISERING

Vraagtype 3: algemeen en bijzonder

  • Het algemene: wat geldt bij globalisering bijna overal, zoals industrie die naar lagelonenlanden trekt.

  • Het bijzondere: wat alleen voor dit gebied geldt, zoals een ligging, beleid of een eigen cultuur.

  • Examenvraag: welk kenmerk van dit gebied past bij het algemene patroon, en welk wijkt af?

  • Noem bij een afwijking altijd een oorzaak die bij het gebied zelf hoort.

Werkwijze uit 4b.2: gebieden in context plaatsen en relaties leggen tussen het algemene en het bijzondere. Voorbeeld: dat Nederland veel industrie kwijtraakte past in het algemene patroon van global shift; dat Rotterdam juist groeit als haven is bijzonder en hangt samen met de ligging aan zee en de Rijn. Veelgemaakte fout: iets bijzonders noemen zonder oorzaak. Image credit: Spielvogel / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Welk kenmerk van Nederland past bij het algemene patroon van global shift?

A

Veel textielfabrieken zijn gesloten

B

De haven van Rotterdam is gegroeid

C

Nederland spreekt veel Engels

D

Amsterdam heeft een grote luchthaven

Goed: het verdwijnen van arbeidsintensieve industrie uit oude industrielanden is het algemene patroon. De groei van Rotterdam is juist bijzonder, door de ligging. Engels en de luchthaven gaan over culturele globalisering en netwerken, niet over global shift.

Waarom profiteert Rotterdam van global shift?

Goed: door global shift wordt er meer in Azië geproduceerd en per containerschip naar Europa vervoerd; Rotterdam ligt aan diep water en aan de Rijn, met goede verbindingen naar het achterland; daardoor komen veel van die goederen via Rotterdam Europa binnen. Dat is het bijzondere tegenover het algemene verlies van industrie. Verwachte fout: alleen 'Rotterdam is een grote haven' zonder verband met global shift.

Elektronisch afval op de schroothandelsplaats Agbogbloshie in Accra (Ghana)

WERELD · GLOBALISERING

Vraagtype 4: afwenteling beoordelen

  • Je krijgt een bron over een nadeel van globalisering en moet het herkennen en beoordelen.

  • Afwenteling in ruimte: het nadeel komt in een ander gebied. In tijd: het nadeel komt later.

  • Kijk kritisch naar de bron: wie is de zender, wat is het doel en voor wie is de tekst?

  • Bij een waardeervraag: geef een oordeel en onderbouw met een argument uit de bron.

Combineert het begrip afwenteling in ruimte en tijd met de vaardigheid om bronnen kritisch te gebruiken (zender, doel, doelgroep, standplaatsgebondenheid). Veelgemaakte fout: ruimte en tijd verwisselen. Vraag steeds: waar komt het nadeel terecht, en wanneer? Image credit: Muntaka Chasant / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Uitstoot van containerschepen warmt de aarde op voor later. Welke afwenteling?

A

Afwenteling in ruimte

B

Reshoring naar het eigen land

C

Global shift van de industrie

D

Afwenteling in tijd

Goed: de gevolgen van de uitstoot van nu komen vooral bij latere generaties terecht. Wie ruimte kiest, heeft een punt als de gevolgen ook elders vallen, maar in deze vraag staat 'voor later'. De andere twee zijn geen vormen van afwenteling.

Waarom noemt een merkfolder alleen voordelen?

Goed: de zender is het bedrijf zelf; het doel is een goed imago en verkoop; daarom laat het nadelen zoals lage lonen of vervuiling weg. Een betrouwbaarder beeld krijg je met een bron van een onafhankelijke zender, zoals een vakbond, onderzoeksinstituut of journalist. Verwachte fout: alleen 'de bron is niet betrouwbaar' zonder zender en doel te noemen.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Gevolgen relateren

2

Gebieden vergelijken

3

Algemeen en bijzonder

4

Afwenteling beoordelen

This item has no instructions

WERELD · GLOBALISERING

Tips voor op het examen

  • Noem bij een gevolg altijd welk gebied het treft, en vergeet het andere gebied niet.

  • Maak het verschil tussen offshoring (één bedrijf) en global shift (wereldschaal).

  • Bij vergelijken komen in elke zin beide gebieden voor.

  • Bij afwenteling: vraag je af waar en wanneer het nadeel terechtkomt.

  • Gebruik gegevens uit de bron in je antwoord, en noem bij een bron de zender en het doel.

This item has no instructions