De Droomfabriek · Mixtape 6: Van Mumbai tot Mexico-Stad

DE DROOMFABRIEK · FILMROL 6

Van Mumbai tot Mexico-Stad

Azië en wereldcinema: playbacksterren, raga’s, Godzilla, anime en een nieuwe golf uit Seoul, ca. 1931–2021.

1

1 / 26
suivant
Slide 1: Slide
newEditorMuziekMuziekgeschiedenisHBOStudiejaar 1-4

Cette leçon contient 26 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 60 min
Signaler cette leçon

Introduction

Studenten volgen de filmmuziek buiten Hollywood: playbackzangers en raga’s in de Indiase film, Ray en Shankar, R.D. Burman en A.R. Rahman, Kurosawa, Godzilla, Takemitsu en anime, wuxia uit Hongkong en China, de ironische muziek van de Koreaanse film en Santaolalla, en herkennen die technieken in fragmenten.

Éléments de cette leçon

DE DROOMFABRIEK · FILMROL 6

Van Mumbai tot Mexico-Stad

Azië en wereldcinema: playbacksterren, raga’s, Godzilla, anime en een nieuwe golf uit Seoul, ca. 1931–2021.

1

Image credit: Antoine Taveneaux / CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons

DRAAIBOEK · LEERDOEL

Na deze les kun je…

uitleggen hoe filmmuziek in India, Japan, China, Korea en Latijns-Amerika anders werkt dan in Hollywood, van het filmlied en de raga tot de ironische wals, en die technieken herkennen in een fragment.

CENTRALE VRAAG

Wat gebeurt er als muziek niet met het beeld meegaat, maar ertegenin werkt of zwijgt?

Cet élément n'a pas d'instructions

Welke film of serie van buiten Hollywood ken je? Noem ook iets over de muziek.

Verwacht anime (Studio Ghibli, Cowboy Bebop), Parasite, Squid Game, Crouching Tiger, Hidden Dragon, Slumdog Millionaire of een Bollywoodfilm. Groepeer de antwoorden per land. Bewaar het woordweb voor de slotopdracht. Image credit: Antoine Taveneaux / CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons

AKTE 1 · 1931-2008

Het lied is het hart van de film

Alam Ara (1931), de eerste Indiase geluidsfilm, had zeven liedjes. Een Hindi-film uit de jaren 50 heeft er vaak zes tot tien, en zangers en componisten staan op de affiche.

Overzicht van de les: Akte 1 gaat over India (Bombay, Calcutta, Chennai), Akte 2 over Japan (Kurosawa, Godzilla, Takemitsu, anime), Akte 3 over Hongkong, China, Korea en Latijns-Amerika.

Alam Ara van Ardeshir Irani ging in 1931 in Bombay in première. De acteurs zongen de liedjes zelf, voor de camera; Irani had naar eigen zeggen niet meer dan een harmonium en een tablaspeler. Juist de liedjes werden het succes.

Rode draad van het hoofdstuk: in Azië werkt de muziek vaak niet met het beeld mee. Ze werkt ertegenin of zwijgt waar Hollywood een orkest zou laten aanzwellen. Image credit: Onbekend (Imperial Movietone) / Publiek domein, via Wikimedia Commons

AKTE 1 · SCÈNE 01   ·   1931-1960 · MUMBAI, LUCKNOW

Playback en raga

  • De playbackzanger neemt het lied op, de acteur beweegt zijn lippen mee

  • Een team maakt het lied: de music director, een tekstdichter, een arrangeur en een studio-orkest

  • Naushad bouwt liedjes op een raga: een melodisch raamwerk met eigen tonen en karakter

  • Het lied komt vóór de opnames: het lied stuurt het beeld

Lata Mangeshkar

Mohammed Rafi

Man Tarpat Hari Darshan Ko Aaj (1952)

Lata Mangeshkar

Pyar Kiya To Darna Kya (1960)

In de eerste jaren werd het geluid op de set opgenomen; een acteur die niet goed kon zingen had een probleem. In de jaren 50 was playback overal de norm: de acteur leverde het gezicht, de zanger de stem. Lata Mangeshkar, Mohammed Rafi, Mukesh en Kishore Kumar werden landelijke beroemdheden; Lata’s heldere, hoge stem werd de standaardstem van de heldin.

De begeleiding is een mengvorm: sitar, tabla en shehnai (hobo-achtig rietinstrument van bruiloften en tempelfeesten) naast westerse strijkers, mandoline, accordeon en later Hammondorgel en elektrische gitaar.

Naushad Ali (1919, Lucknow) brak door met Rattan (1944). Baiju Bawra (1952) gaat over een zanger die aan het hof van Akbar de hofzanger Tansen uitdaagt. Shankar-Jaikishan schreven voor Awaara (1951) Awara Hoon, gezongen door Mukesh, een hit tot in de Sovjet-Unie en China. In Mughal-e-Azam (1960) van K. Asif verklaart Anarkali dansend voor de keizer haar liefde voor prins Salim.

Filmmuziek was in India tegelijk de popmuziek van het land.

Luistertips:

Mohammed Rafi – Man Tarpat Hari Darshan Ko Aaj: Baiju Bawra. Een filmlied in raga Malkauns, de pentatonische raga van de late nacht.Lata Mangeshkar – Pyar Kiya To Darna Kya: Mughal-e-Azam. Raga Durga met koor en westers orkest: luister hoe het koor de solostem beantwoordt.

Image credit: Ilovemuppets (LataRamdas.jpg); afgeleid werk: Hekerui / CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons

AKTE 1 · SCÈNE 02   ·   1946-1969 · KOLKATA, MUMBAI

Bengaalse eenvoud

  • S.D. Burman groeit op met de volksmuziek van Bengalen: bootsmannen, rondtrekkende zangers, boeren

  • Korte, zangbare melodieën met een volksliedachtige bouw

  • Lichte begeleiding: fluit, wat strijkers, mandoline, tabla of dholak

  • De stem krijgt alle ruimte: liever weglaten dan opvullen

S.D. Burman

Hemant Kumar

Jane Woh Kaise Log The (1957)

Kishore Kumar & Lata Mangeshkar

Gaata Rahe Mera Dil (1965)

Sachin Dev Burman (1906) kwam uit een tak van de koninklijke familie van Tripura. In Calcutta werkte hij voor radio en Bengaalse film; in 1944 verhuisde hij naar Bombay. Waar Naushad de klassieke raga zocht, zocht Burman het volkslied. De dholak is een tweezijdige handtrom uit de volksmuziek.

Met regisseur en acteur Guru Dutt maakte hij Baazi (1951, jazzy liedjes voor een misdaadfilm) en Pyaasa (1957), over een arme dichter die pas na zijn vermeende dood beroemd wordt. In Jinhe Naaz Hai Hind Par zingt Rafi bitter: waar zijn de mensen die trots zijn op India? In Jane Woh Kaise Log The krijgt de dichter een krans van doornen waar hij om bloemknoppen vroeg.

Met Dev Anand volgde onder meer Guide (1965), naar R.K. Narayan. Voor Aradhana (1969) koos Burman Kishore Kumar als stem van Rajesh Khanna (Mere Sapnon Ki Rani). Burman stierf in 1975.

Luistertips:

Hemant Kumar – Jane Woh Kaise Log The: Pyaasa. Hemant Kumar zingt rustig en diep over liefde die niet beantwoord wordt.Kishore Kumar & Lata Mangeshkar – Gaata Rahe Mera Dil: Guide. Een romantisch duet: luister hoe de twee playbacksterren elkaar afwisselen.

Image credit: Onbekend / Publiek domein, via Wikimedia Commons

AKTE 1 · SCÈNE 03   ·   1955-1964 · KOLKATA

Ray, Shankar en de stilte

  • Satyajit Ray maakt Pather Panchali (1955): het begin van de parallelle cinema

  • Ravi Shankar speelt de muziek in één nacht van ongeveer elf uur

  • Geen wisselende akkoorden, maar raga’s boven een bourdon: een liggende grondtoon

  • Veel scènes zonder muziek: wind, insecten, regen, een trein in de verte

Ravi Shankar

Ravi Shankar

Pather Panchali (1955)

Satyajit Ray

Charulata (1964)

Ray was grafisch ontwerper bij een reclamebureau en zag in 1950 in Londen Ladri di biciclette van De Sica (Filmrol 3). Met Aparajito (1956) en Apur Sansar (1959) werd het verhaal van Apu een trilogie.

Shankar (1920, Benares) leerde bij Allauddin Khan. Hij zag ongeveer de helft van de film in ruwe montage. Het hoofdthema, een volkse melodie die hij voor Ray neuriede, klinkt meestal op een bamboefluit. Solostukken op raga Desh (regen) en raga Todi (somber). De bourdon klinkt meestal op de tanpura.

De beroemdste scène: de vader hoort dat Durga is gestorven. Zijn klacht hoor je niet; in plaats daarvan klinkt raga Patdeep op de tar shehnai (Dakshina Mohan Tagore). De muziek neemt de plaats in van de stem.

Later werkte Ray met Vilayat Khan (Jalsaghar, 1958) en Ali Akbar Khan op sarod (Devi, 1960). Vanaf Teen Kanya (1961) schreef hij zelf. In Charulata (1964) zingt Charulata op een schommel het Tagore-lied Fule Fule Dhole Dhole. Shankar werd via George Harrison (vanaf 1966) wereldberoemd en schreef met George Fenton de muziek voor Gandhi (1982).

Luistertips:

Ravi Shankar – Pather Panchali: Sitar in plaats van Hollywoodorkest. Luister naar de liggende grondtoon onder de melodie.Satyajit Ray – Charulata: De regisseur als componist: westerse melodie en harmonie samen met Bengaalse volksmuziek en Tagore.

Image credit: Onbekend / Publiek domein, via Wikimedia Commons

AKTE 1 · SCÈNE 04   ·   1966-1994 · MUMBAI

Pancham: rock, funk en disco

  • R.D. Burman, zoon van S.D., haalt rock, jazz, Latijns-Amerikaanse ritmes, funk en disco binnen

  • Hij experimenteert met klanken: blazen in bierflesjes, een kam over een ruw oppervlak

  • Asha Bhosle is zijn stem: de verleidster, de danseres, de rebel

  • De zanglijn met haar versieringen blijft Indiaas

R.D. Burman

Asha Bhosle

Dum Maro Dum (1971)

R.D. Burman

Mehbooba Mehbooba (1975)

Bijnaam Pancham: volgens een van de verhalen klonk zijn huilen als kind op pa, de vijfde toon van de Indiase toonladder. Hij leerde mondharmonica en sarod en werkte jaren in het team van zijn vader. Doorbraak: Teesri Manzil (1966), liedjes op een basis van rock-’n-roll.

Asha Bhosle is de jongere zus van Lata Mangeshkar; Burman en Bhosle trouwden in 1980. Dum Maro Dum opent met de transichord (Charanjit Singh), gitaren van Bhupinder Singh, Usha Iyer in het koor.

Sholay (1975) van Ramesh Sippy ontleent veel aan de westerns van Leone (Filmrol 3). Mehbooba Mehbooba leverde Burman zijn enige Filmfare-nominatie als playbackzanger op.

In de jaren 80 maakte Bappi Lahiri synthesizerdisco populair (Disco Dancer, 1982). Burmans laatste score, 1942: A Love Story, kwam uit kort na zijn dood in 1994. Later gebruikten dj’s en producers zijn breaks en riffs als samples.

Luistertips:

Asha Bhosle – Dum Maro Dum: Hare Rama Hare Krishna. Een elektronische toon aan het begin, dan psychedelische gitaren onder een Indiase zanglijn.R.D. Burman – Mehbooba Mehbooba: Sholay. De componist zingt zelf, op een melodie naar Demis Roussos. Vergelijk met de playbackzangers.

Image credit: Aditijain / Publiek domein, via Wikimedia Commons

AKTE 1 · SCÈNE 05   ·   1976-2008 · CHENNAI

Ilaiyaraaja en Rahman

  • De Tamil-film heeft een eigen industrie, met Karnatische muziek als achtergrond

  • Ilaiyaraaja zet Tamil-volksmelodieën in het moderne filmorkest, met contrapunt rond de stem

  • A.R. Rahman bouwt zijn muziek laag voor laag op in zijn eigen studio

  • Slumdog Millionaire (2008) levert Rahman twee Oscars op

A.R. Rahman

Ilaiyaraaja

Thenpandi Cheemayile (1987)

Minmini (A. R. Rahman)

Chinna Chinna Asai (1992)

Madras heet sinds 1996 Chennai. Karnatische muziek: andere raga’s en ritmische systemen dan in het noorden, en veel nadruk op gecomponeerde liederen.

Ilaiyaraaja was sessiemuzikant op gitaar en toetsen en studeerde klassieke gitaar via het Trinity College of Music. Debuut: Annakkili (1976). Meer dan duizend films. Met Mani Ratnam: Mouna Ragam (1986), Nayakan (1987), Thalapathi (1991). Van Thenpandi Cheemayile bestaan twee versies: door Ilaiyaraaja zelf en door Kamal Haasan.

Rahman (1967) speelde als jonge toetsenist in het orkest van Ilaiyaraaja en maakte reclamejingles in een eigen studio. Chinna Chinna Asai wordt gezongen door Minmini. Daarna Bombay (1995), Dil Se.. (1998, Chaiyya Chaiyya op een rijdende trein) en Lagaan (2001). Oscars voor de score van Slumdog Millionaire en, met Gulzar, voor het lied Jai Ho.

Luistertips:

Ilaiyaraaja – Thenpandi Cheemayile: Nayakan. Het titellied keert door de hele film terug op belangrijke momenten.Minmini (A. R. Rahman) – Chinna Chinna Asai: Roja. Het eerste lied uit Rahmans eerste film, laag voor laag opgebouwd.

Image credit: Bollywood Hungama / CC BY 3.0, via Wikimedia Commons

Wat doet een playbackzanger in de Indiase film?

A

Hij zingt live op de set voor de camera

B

Hij neemt het lied op, de acteur beweegt zijn lippen mee

C

Hij vertaalt de liedjes voor het buitenland

D

Hij schrijft de melodie en leidt het orkest

B. A was de praktijk in de eerste jaren, zoals in Alam Ara. D is de taak van de music director. Image credit: Antoine Taveneaux / CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons

Luister naar Pather Panchali. Wat klinkt er onder de melodie?

A

Wisselende akkoorden van een strijkorkest

B

Een walking bass

C

Een liggende grondtoon, de bourdon

D

Een ostinato in de pauken

C. Een raga werkt niet met wisselende akkoorden zoals een westerse filmscore. De bourdon klinkt meestal op de tanpura. Image credit: Antoine Taveneaux / CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons

DE DROOMFABRIEK · FILMROL 6

Japan

Kurosawa, Godzilla, Takemitsu en de anime als album.

2

Image credit: Toho / Publiek domein, via Wikimedia Commons

AKTE 2 · SCÈNE 06   ·   1948-1964 · TOKIO

Kurosawa en het monster

  • Fumio Hayasaka schrijft voor Rashōmon (1950) een bolero naar Ravel

  • In Shichinin no samurai (1954) zwijgt de muziek in de laatste veldslag

  • Gojira (1954): Ifukube bouwt het thema op een ostinato in de lage instrumenten

  • Hij maakt ook de brul van Godzilla, met een contrabas en een leren handschoen

Akira Ifukube

Fumio Hayasaka

Rashomon (Suite) (1950)

Akira Ifukube

Main Title (1954)

Rashōmon won in 1951 de Gouden Leeuw in Venetië: de ontdekking van de Japanse film. Hayasaka (1914) was grotendeels autodidact en vanaf Yoidore tenshi (1948) de vaste componist van Kurosawa. Voor Ugetsu monogatari (1953) van Mizoguchi gebruikte hij geza-muziek uit het kabuki, en de harp alleen bij het bovennatuurlijke. Voor Shichinin no samurai schreef hij zo’n driehonderd orkestschetsen, al ziek van tuberculose. Hij stierf in 1955; leerling Masaru Sato maakte de score af en schreef daarna Yōjinbō (1961): Japanse fluiten en bigband, met Henry Mancini als voorbeeld. Leone maakte er zonder rechten een western van (Filmrol 3).

Gojira (Ishirō Honda): het monster ontwaakt door Amerikaanse kernproeven, een beeld van de atoombom. Ifukube (1914, Hokkaido) studeerde bosbouw; Ainu- en volksmuziek vormden zijn klankwereld. Hij had een week en zag de definitieve film niet. Het thema was bedoeld voor de troepen tegen het monster. Tegenover het geweld: een gebed voor vrede door schoolmeisjes. De contrabassnaren werden losgedraaid, met hars bewreven en vertraagd afgespeeld. Zo kreeg tokusatsu een eigen stem.

Luistertips:

Fumio Hayasaka – Rashomon (Suite): Een bolero zo dicht bij Ravel dat de uitgever van de Boléro protesteerde. Herken je hem?Akira Ifukube – Main Title: Het motief dat het thema van Godzilla werd. Luister naar het ostinato in het laag.

Image credit: Tadashi Fujiwara / Publiek domein, via Wikimedia Commons

AKTE 2 · SCÈNE 07   ·   1962-1987 · TOKIO

Biwa, ruis en stilte

  • Takemitsu werkt als een geluidsontwerper: muziek, geluid en stilte zijn één geheel

  • In Seppuku (1962) werken losse akkoorden op de biwa als leestekens

  • In Ran (1985) zwijgt de strijd, je hoort alleen treurmuziek

  • Sakamoto zet in Merry Christmas, Mr. Lawrence een pentatonische melodie op wisselende akkoorden

Tōru Takemitsu

Toru Takemitsu

Harakiri Theme (1962)

Ryuichi Sakamoto

Merry Christmas Mr. Lawrence (1983)

Takemitsu (1930) was vrijwel autodidact en in 1951 medeoprichter van Jikken Kōbō (tape, elektronica, licht, beeld). Hij werkte voor Ōshima, Kobayashi en Teshigahara. Seppuku was de eerste film waarin hij Japanse instrumenten gebruikte; lang vermeed hij ze omdat ze hem aan de oorlog herinnerden. De rest van de score is grotendeels elektronisch. In Suna no onna (1964) drijft de muziek volgens Roger Ebert eerder de spot met de handeling.

Ran is King Lear in middeleeuws Japan. Kurosawa wilde een groot orkest; Takemitsu schreef iets dat aan Mahler doet denken. Bij de val van het derde kasteel zwijgen alle geluiden tot er een schot klinkt. Takemitsu stierf in 1996.

Sakamoto zat in Yellow Magic Orchestra en speelde in de film zelf de kampcommandant, naast David Bowie. De akkoorden doen denken aan Debussy. Oscar voor The Last Emperor (1987, met David Byrne en Cong Su); later The Revenant (2015) met Alva Noto. Hij stierf in 2023.

Luistertips:

Toru Takemitsu – Harakiri Theme: De biwa als leesteken. Luister naar de nagalm na iedere aanslag.Ryuichi Sakamoto – Merry Christmas Mr. Lawrence: Een pentatonische melodie in belletjesklank. Let op de akkoorden die onder dezelfde melodie wisselen.

Image credit: Shinchosha Publishing Co., Ltd. / Publiek domein, via Wikimedia Commons

AKTE 2 · SCÈNE 08   ·   1974-2002 · TOKIO

Anime: de score als album

  • Anime-muziek verschijnt als album, met openings- en eindliedjes als popsingles

  • Akira (1988): gamelan, boeddhistische gezangen, synths en noh

  • Kenji Kawai mengt in Ghost in the Shell trommels en een koor met Bulgaarse samenklanken

  • Yoko Kanno richt voor Cowboy Bebop (1998) een eigen band op: The Seatbelts

Yoko Kanno

Kenji Kawai

Making of Cyborg (1995)

Seatbelts

Tank! (1998)

Voor Uchū Senkan Yamato (1974) schreef Hiroshi Miyagawa orkestmuziek en een titellied met koor; de soundtrack werd een succes op zich. Componisten schrijven niet alleen cues (korte stukken voor een scène), maar complete nummers. Studio Ghibli staat in Filmrol 7.

Akira (Katsuhiro Otomo) kreeg muziek van Geinoh Yamashirogumi, een collectief van honderden mensen met allerlei beroepen.

Kawai (1957) stopte met een studie kerntechniek en een muziekopleiding, speelde in de fusionband Muse en werd de vaste componist van Mamoru Oshii. Het lied moet boze invloeden verdrijven. Hij wilde eerst Bulgaarse zangers, maar koos Japanse volkszangers: dicht naast elkaar liggende tonen, scherpe stem zonder vibrato.

Kanno (1963) schreef als studente voor de game Nobunaga’s Ambition en maakt geen onderscheid tussen genres. Macross Plus (1994): orkest, pop en elektronica. The Seatbelts speelden jazz, blues, funk en country, met Kanno op toetsen. Tank!: hardbopriffs en een lange saxsolo.

Luistertips:

Kenji Kawai – Making of Cyborg: Een oud Japans bruiloftslied, trommels en koor. Luister naar de schurende samenklanken.Seatbelts – Tank!: Bas, percussie en een bigband: de blazers en de bas beantwoorden elkaar steeds.

Image credit: Flickr-gebruiker Ferricide / CC BY-SA 2.0, via Wikimedia Commons

1

Rashōmon

2

Merry Christmas, Mr. Lawrence

3

Cowboy Bebop

4

Alam Ara

5

Pather Panchali

6

Gojira

Zet deze films en series in de volgorde waarin ze uitkwamen.

1931, 1950, 1954, 1955, 1983, 1998. Image credit: Toho / Publiek domein, via Wikimedia Commons

Luister naar Making of Cyborg. Waar komen de schurende samenklanken in het koor vandaan?

A

Uit de Bulgaarse volkszang

B

Uit de gregoriaanse zang

C

Uit de Indiase raga

D

Uit de gospel

A. Kawai gebruikte harmonieën naar het voorbeeld van Bulgaarse volkszang, maar koos uiteindelijk Japanse volkszangers. De tekst is een oud Japans bruiloftslied. Image credit: Toho / Publiek domein, via Wikimedia Commons

DE DROOMFABRIEK · FILMROL 6

Hongkong, Seoul, Mexico-Stad

Wuxia, ironische walsen en de ronroco.

3

Image credit: 밥풀떼기 / CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons

AKTE 3 · SCÈNE 09   ·   1972-2006 · HONGKONG, BEIJING

Kungfu, Cantopop en wuxia

  • In Hongkong is filmmuziek verbonden met de Cantopop; filmsterren zijn vaak popzangers

  • In In the Mood for Love keert een trage wals steeds terug, met pizzicato

  • Tan Dun laat in Wo hu cang long (2000) Yo-Yo Ma een Chinese lijn spelen

  • Met de erhu, Chinese percussie en westerse solisten wordt de wuxia internationaal

Tan Dun

Shigeru Umebayashi

Yumeji's Theme (2000)

Tan Dun & Yo-Yo Ma

The Eternal Vow (2000)

Bruce Lee in Jing wu men (1972), muziek van Joseph Koo. In Ying hung boon sik (1986) van John Woo zingt Leslie Cheung het titellied van Koo; de melodie is in de film het motief op emotionele momenten.

De vijfde generatie uit Beijing (Chen Kaige, Zhang Yimou): in Huang tu di (1984) zet Zhao Jiping de volksliederen van de boeren tegenover de revolutionaire liederen van de partij.

Yumeji’s Theme van Shigeru Umebayashi was geschreven voor Yumeji (1991) van Seijun Suzuki. Wong Kar-wai liet het steeds terugkeren als de twee hoofdpersonen elkaar vertraagd passeren: de herhaling laat voelen hoe ze vastzitten.

Wo hu cang long is van de Taiwanese regisseur Ang Lee. Tan Dun (1957, Hunan) studeerde in Beijing en New York en experimenteerde met water, papier en stenen. Hij won er een Oscar mee. In Ying xiong (2002) van Zhang Yimou: Itzhak Perlman en de taikogroep Kodo.

Luistertips:

Shigeru Umebayashi – Yumeji's Theme: In the Mood for Love. Een vioolmelodie boven een getokkeld ritme in driekwartsmaat.Tan Dun & Yo-Yo Ma – The Eternal Vow: Wo hu cang long. De cello zingt een Chinese lijn: twee tradities in één melodie.

Image credit: Iluv2write (en.wikipedia) / CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons

AKTE 3 · SCÈNE 10   ·   2003-2021 · SEOUL

Elegante muziek bij wreedheid

  • Park Chan-wook en Bong Joon-ho mengen genres; de muziek werkt vaak tegen het beeld in

  • Oldboy (2003): een wals voor strijkers in een wraakfilm, anempathische muziek

  • Parasite (2019): Jung Jae-il schrijft ‘onzinnige barok’ bij een gemene list

  • Squid Game (2021): blokfluit, castagnetten en het 3-3-7-klapritme

Jung Jae-il

Jo Yeong-wook

The Last Waltz (2003)

Jung Jae-il

The Belt of Faith (2019)

Jo Yeong-wook (1962) is de vaste partner van Park Chan-wook. Bij Oldboy werkte hij met Shim Hyeon-jeong, Lee Ji-soo en Choi Seung-hyun; de stukken dragen bijna allemaal de titel van een bestaande film, vaak een film noir. The Last Waltz is het thema van Mi-do. Voor Jo brengt de wals blijdschap en verdriet samen. Blue Dragon-prijs voor Bakjwi (2009); ook Ah-ga-ssi (2016).

Jung Jae-il (1982, Seoul) werkt in pop en film; voor Bong schreef hij Okja (2017) en Parasite. Bong luisterde bij het schrijven veel barok; Jung bestudeerde elke dag Vivaldi en Bach. The Belt of Faith duurt ruim zeven minuten en klinkt als het arme gezin de huishoudster wegwerkt.

Squid Game (Way Back Then): de blokfluit speelde Jung zelf. An der schönen blauen Donau kondigt elk spel aan, het trompetconcert van Haydn wekt de spelers.

Kern: de mooie vorm verbergt de wreedheid niet, maar maakt haar zichtbaar.

Luistertips:

Jo Yeong-wook – The Last Waltz: Oldeuboi. Een wals in een wraakfilm: elegant en droevig, wat er ook gebeurt.Jung Jae-il – The Belt of Faith: Gisaengchung. Barokke deftigheid bij een gemeen plan: luister hoe ordelijk de muziek blijft.

Image credit: 쿄다방_ / CC BY 3.0, via Wikimedia Commons

AKTE 3 · SCÈNE 11   ·   2000-2006 · MEXICO-STAD, BUENOS AIRES

Weinig noten, veel ruimte

  • Gustavo Santaolalla is geen orkestcomponist: hij speelt zelf gitaar en ronroco

  • Een paar tonen, lang laten naklinken, wachten: de muziek geeft het landschap een klank

  • Oscars voor Brokeback Mountain (2005) en Babel (2006)

  • Javier Navarrete bouwt El laberinto del fauno (2006) op één wiegelied

Gustavo Santaolalla

Gustavo Santaolalla

De Ushuaia a la Quiaca (2004)

Javier Navarrete

Long, Long Time Ago (2006)

Rond 2000: Iñárritu, Cuarón en Del Toro (Mexico), Walter Salles (Brazilië). Santaolalla (1951) speelde in Arco Iris (rock met Argentijnse volksmuziek), vertrok in 1978 vanwege de dictatuur naar Los Angeles en werd producer van rock en español. Zijn album Ronroco (1998) bracht hem bij de film; Iñárritu vroeg hem voor Amores perros (2000).

De ronroco is een luit uit de Andes met vijf dubbele snaren, een lager gestemd lid van de charangofamilie. Diarios de motocicleta (Salles) volgt de jonge Ernesto Guevara; BAFTA voor de muziek. De Oscar voor het beste lied ging naar Al otro lado del río van Jorge Drexler.

In El laberinto del fauno neuriet de huishoudster Mercedes het wiegelied voor het meisje; de hele score is eromheen gebouwd en aan het eind klinkt het als afscheid. Santaolalla schreef later The Last of Us (2013), zie Filmrol 8.

Luistertips:

Gustavo Santaolalla – De Ushuaia a la Quiaca: Diarios de motocicleta. Een paar tonen op snaren en veel lucht: hoe lang mag elke toon naklinken?Javier Navarrete – Long, Long Time Ago: El laberinto del fauno. Een wiegelied als sprookjesthema: volg de melodie door de instrumenten.

Image credit: Festival Internacional de Cine en Guadalajara / CC BY 2.0, via Wikimedia Commons

Waarom klinkt in Parasite deftige barokmuziek bij een gemene list?

A

Bong Joon-ho had geen geld voor nieuwe muziek

B

Het contrast maakt de scène ironisch

C

De film speelt in de achttiende eeuw

D

Barok was in Korea populaire filmmuziek

B. De keurige muziek past bij het huis van de rijken; het arme gezin maakt zich die stijl eigen terwijl het bedriegt. Vergelijk de wals in Oldboy: anempathische muziek. Image credit: 밥풀떼기 / CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons

Vul in

In de Indiase film beweegt de acteur zijn lippen op de stem van een playbackzanger. Een raga legt vast welke tonen en wendingen je gebruikt. Onder de melodie klinkt een liggende grondtoon, de bourdon. Het thema van Godzilla rust op een ostinato in het laag. Muziek die onverschillig lijkt tegenover het beeld heet anempathische muziek.

playbackzanger
raga
bourdon
ostinato
anempathische
music director
toonladder
pizzicato
leidmotief
empathische

Image credit: 밥풀떼기 / CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons

Kies een film of serie van buiten Hollywood. Werkt de muziek mee met het beeld of ertegenin? Geef een voorbeeld.

Slotopdracht. Goede antwoorden noemen een concrete scène en een muzikaal kenmerk (raga, bourdon, stilte, ostinato, pentatoniek, wals, barok, ronroco) en leggen uit wat het contrast of de samenwerking met het beeld doet. Gebruik het woordweb van het begin. Image credit: 밥풀떼기 / CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons

DRAAIBOEK · BEGRIPPEN

Begrippen

Playbackzanger: neemt het lied op waarop de acteur in beeld de lippen beweegt

Music director: in de Indiase film: de componist die liedjes schrijft en opnames leidt

Raga: melodisch raamwerk met eigen tonen, wendingen en stemming

Bourdon: liggende grondtoon onder een melodie, meestal op de tanpura

Parallelle cinema: Indiase arthousefilm zonder de liedjes en sterren van Bombay

Contrapunt: twee of meer zelfstandige melodieën tegelijk

Noh en gagaku: klassiek Japans muziektheater en oude Japanse hofmuziek

Ostinato: kort motief dat steeds herhaald wordt

Cet élément n'a pas d'instructions

DRAAIBOEK · BEGRIPPEN

Begrippen

Tokusatsu: Japanse film of serie met speciale effecten, zoals Godzilla

Biwa: Japanse luit met een scherpe, percussieve klank

Pentatoniek: toonladder van vijf tonen

Cantopop: Kantonese popmuziek uit Hongkong

Wuxia: Chinees genre over vechtkunstenaars en ridderlijke helden

Erhu: Chinese tweesnarige strijker met een nasale, zingende klank

Anempathische muziek: muziek die onverschillig lijkt tegenover het beeld

Ronroco: Andes-luit met dubbele snaren uit de charangofamilie

Cet élément n'a pas d'instructions