De Droomfabriek · Mixtape 1: Nooit stil

DE DROOMFABRIEK · FILMROL 1

Nooit stil

Stomme film en de eerste klanken: van bioscooppianist tot geluidsfilm, ca. 1895–1935.

1

1 / 32
suivant
Slide 1: Slide
newEditorMuziekMuziekgeschiedenisHBOStudiejaar 1-4

Cette leçon contient 32 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 60 min
Signaler cette leçon

Introduction

Studenten volgen de filmmuziek van ca. 1895 tot 1935: van bioscooppianist, theaterorgel en stemmingsbundels via de eerste originele partituren en de stomme symfonie naar de vroege geluidsfilm, met Satie en Chaplin als eigen geluiden, het lied als ster en nieuwe Europese en Sovjet-ideeën over beeld en klank.

Éléments de cette leçon

DE DROOMFABRIEK · FILMROL 1

Nooit stil

Stomme film en de eerste klanken: van bioscooppianist tot geluidsfilm, ca. 1895–1935.

1

Image credit: Boris Bilinsky (1900-1948) / Publiek domein, via Wikimedia Commons

DRAAIBOEK · LEERDOEL

Na deze les kun je…

uitleggen hoe filmmuziek tussen 1895 en 1935 veranderde van improvisatie en stemmingsstukken naar originele partituren met leidmotieven en montageritme, en hoe de geluidsfilm het lied centraal zette.

CENTRALE VRAAG

Hoe vertelt muziek het publiek hoe het naar de beelden moet kijken?

Cet élément n'a pas d'instructions

Welke muziek hoort bij een achtervolging, een sterfscène of een schurk? Noem een klank of instrument.

Verwacht snelle strijkers, tremolo, lage koperakkoorden, trommels. Bewaar het woordweb: bij de clichés (scène 01) blijkt dat bioscoopmusici rond 1915 al precies deze gebaren gebruikten. Image credit: Boris Bilinsky (1900-1948) / Publiek domein, via Wikimedia Commons

INLEIDING · CA. 1895-1935

De stomme film was nooit stil

Vanaf de eerste vertoningen klonk er muziek in de zaal: een pianist naast het doek, een organist achter een theaterorgel of een orkest. Elke voorstelling klonk anders, afhankelijk van wie er speelde.

Foto: bioscooporgel in Theater Tuschinski, Amsterdam. De muziek overstemde het geratel van de projector, maar vertelde vooral of een scène grappig of eng was, en of iemand een held of een schurk was. Drie fasen: improvisatie en stemmingsbundels, originele partituren (1908-1929), geluidsfilm vanaf 1927. Image credit: Sandra Fauconnier / CC BY 4.0, via Wikimedia Commons

AKTE 1 · SCÈNE 01   ·   VANAF 1895 · PARIJS, NEW YORK, BERLIJN

De pianist in het donker

  • De bioscooppianist speelt uren achter elkaar en improviseert op de beelden

  • In filmpaleizen staat een orkest of een theaterorgel: één organist doet een heel orkest na, met slagwerk en effecten

  • Bundels met stemmingsstukken: een hurry voor achtervolgingen, een misterioso voor spanning, een agitato voor gevaar

  • Filmmaatschappijen sturen cue sheets mee: per scène het soort muziek en de duur

Gaylord Carter

The Phantom of the Opera (1925)

Ann Leaf

Orphans of the Storm (1921)

Foto: speeltafel van het Wurlitzer-theaterorgel in de Gaumont State Cinema, Londen. Het theaterorgel werd ontworpen door Robert Hope-Jones en op grote schaal gebouwd door Wurlitzer, met registers als strijkers, fluiten en trompetten, een tremulant, xylofoon, klokken, sleebellen en zelfs een autotoeter. De reeks Sam Fox Moving Picture Music (vanaf 1913) bevatte muziek van John Stepan Zamecnik, een leerling van Dvořák. Gaylord Carter (geb. 1905) speelde op zijn 21e in het Million Dollar Theatre in Los Angeles; zijn opname is geen opname uit 1925, maar een latere begeleiding van iemand die het vak nog in de bioscoop leerde. Kernzin uit het hoofdstuk: de vorm van de muziek is de montage van de film.

Luistertips:

Gaylord Carter – The Phantom of the Opera: Eén organist draagt de hele griezelfilm: hoor hoe snel de stemming omslaat, zonder overgang.Ann Leaf – Orphans of the Storm: Let op de registerwisselingen: bij elke nieuwe scène een andere klankkleur, zoals een dirigent een andere instrumentgroep laat spelen.

Image credit: Nathan from London, United Kingdom / CC BY-SA 2.0, via Wikimedia Commons

SCÈNE 01 · 1910-1930 · DE TAAL VAN DE CLICHÉS

Een gedeelde taal van clichés

Tremolo in de strijkers betekent spanning, een verminderd septiemakkoord gevaar, een hobo het platteland, hoornsignalen jacht en strijd. Bioscoopmusici namen die taal mee naar de studio’s van de geluidsfilm.

Giuseppe Becce (geb. 1877 bij Vicenza) gaf vanaf 1919 in Berlijn de Kinothek uit, een bibliotheek van korte stukken geordend naar stemming en situatie. In 1927 publiceerde hij met Hans Erdmann en Ludwig Brav het Allgemeines Handbuch der Film-Musik. Een verminderd septiemakkoord bestaat uit gestapelde kleine tertsen en heeft geen duidelijke toonsoort. Leg de brug naar het woordweb: in tekenfilms, trailers en series klinken nog dezelfde gebaren. Image credit: Nathan from London, United Kingdom / CC BY-SA 2.0, via Wikimedia Commons

AKTE 1 · SCÈNE 02   ·   1908 · PARIJS

Saint-Saëns schrijft voor één film

  • Film d’Art wil film respectabel maken: L’assassinat du duc de Guise (1908)

  • Saint-Saëns (73) schrijft voor strijkers, piano en harmonium, scène voor scène

  • Een prelude en vijf tableaus, elk met een eigen karakter

  • De muziek volgt spanning en gevoel, geen losse geluiden

Camille Saint-Saëns

Camille Saint-Saëns

Prélude (1908)

Les Siècles & F.-X. Roth

Premier tableau (1908)

De film vertelt hoe koning Hendrik III in 1588 de hertog van Guise laat vermoorden; scenario Henri Lavedan, regie Charles le Bargy en André Calmettes, acteurs van de Comédie-Française. Première 17 november 1908 in Parijs, dirigent Fernand Le Borne; Saint-Saëns was er zelf niet bij. Hij gaf het werk later uit als opus 128. Weinig navolging (te duur, geen ensembles), maar het idee blijft: een film verdient eigen muziek, op maat geschreven. Kernvraag voor later: verdubbelt muziek wat je ziet, of voegt ze iets toe?

Luistertips:

Camille Saint-Saëns – Prélude: Een prelude als bij een toneelstuk: de film krijgt een eigen ouverture, plechtig en ernstig.Les Siècles & F.-X. Roth – Premier tableau: Korte motieven in de strijkers reageren op de handeling: luister naar de plotselinge accenten.

Image credit: Pierre Petit (gerestaureerd door Adam Cuerden) / Publiek domein, via Wikimedia Commons

AKTE 1 · SCÈNE 03   ·   1912-1916 · NEW YORK, LOS ANGELES

Een orkest voor Griffith

  • The Birth of a Nation (1915): een compilatiepartituur van drie uur, eigen muziek en citaten

  • Weber, Suppé, Beethoven, liederen uit de Burgeroorlog; bij de Klan Wagners Walkürenritt

  • De muziek koppelt elke groep aan een vaste klank en draagt zo het racistische verhaal mee

  • Het liefdesthema wordt als bladmuziek verkocht

Joseph Carl Breil

Joseph Carl Breil

The Battle Between the States (1915)

Gaylord Carter

Intolerance (1916)

Breil (geb. 1870, Pittsburgh) schreef in 1912 al muziek voor Queen Elizabeth met Sarah Bernhardt. The Birth of a Nation toont zwarte Amerikanen als bedreiging en verheerlijkt de Ku Klux Klan; de NAACP protesteerde al bij de première. Bespreek: de muziek werkt juist goed, en daarom helpt ze het racistische beeld over te brengen. Het liefdesthema werd The Perfect Song, later de herkenningsmelodie van Amos ’n’ Andy. New Yorkse première maart 1915 in het Liberty Theatre; in Los Angeles een maand eerder met muziek van Carli Elinor. Intolerance vertelt vier verhalen uit verschillende tijden. Breil overleed in 1926.

Luistertips:

Joseph Carl Breil – The Battle Between the States: Eigen strijdmuziek en citaten wisselen elkaar snel af: let op de bekende melodieën die voorbijkomen.Gaylord Carter – Intolerance: Dezelfde Griffith-wereld, nu op het theaterorgel zoals in de meeste bioscopen.

Image credit: Bain News Service / Publiek domein, via Wikimedia Commons

Wat stond er op een cue sheet?

A

De volledige partituur voor orkest

B

Per scène het soort muziek en hoe lang het moest duren

C

De teksten van de tussentitels

D

De registers van het theaterorgel

B. Soms stond er ook de titel van een bestaand stuk bij, bijvoorbeeld: twee minuten pastorale, dan een misterioso bij de schurk, dan een hurry. Image credit: Boris Bilinsky (1900-1948) / Publiek domein, via Wikimedia Commons

Breil gaf de Klan de heroïsche klank van Wagner. Wat doet muziek hier met het oordeel van het publiek?

Goede antwoorden zien dat muziek zonder woorden een oordeel over personages stuurt: bekende melodieën geven houvast, en de vaste koppeling van groep en klank volgt het racistische beeld van de film. Juist omdat de muziek zo goed werkt, versterkt ze het verhaal. Image credit: Boris Bilinsky (1900-1948) / Publiek domein, via Wikimedia Commons

DE DROOMFABRIEK · FILMROL 1

De stomme symfonie

In Berlijn, Parijs en Leningrad wordt filmmuziek een samenhangend symfonisch geheel.

2

Image credit: Sergej Eisenstein / Goskino / Publiek domein, via Wikimedia Commons

AKTE 2 · SCÈNE 04   ·   1924-1927 · BERLIJN, LOS ANGELES

Machines en sprookjes

  • Gottfried Huppertz schrijft voor Fritz Lang: Die Nibelungen en Metropolis (1927)

  • De kern is het leidmotief: een thema voor personage, plek of idee, dat terugkomt en verandert

  • Het machinemotief is geen melodie maar een stampend ritme

  • Citaten: de Marseillaise en het Dies irae

Gottfried Huppertz

Maschinen (Metropolis) (1927)

Mortimer Wilson

The Thief of Bagdad (1924)

Foto: repetitie voor Metropolis (1926) met Brigitte Helm, Huppertz aan de piano en Fritz Lang. Huppertz (geb. 1887, Keulen) schreef laatromantisch, in de klank van Wagner en Richard Strauss. Een motief kan aankondigen wat nog niet in beeld is. Het Dies irae, uit de middeleeuwse dodenmis, werd later een vast teken voor dood en onheil. Première 10 januari 1927 in het UFA-Palast am Zoo; de film werd daarna ingekort. Bij de restauratie van 2010, na de vondst van een bijna volledige kopie in Buenos Aires (2008), wees de partituur aan waar de beelden hoorden. Mortimer Wilson schreef in opdracht van Douglas Fairbanks en zat urenlang in de montagekamer. Dit model komt terug in Filmrol 2.

Luistertips:

Gottfried Huppertz – Maschinen (Metropolis): Het orkest wordt machine: luister naar het stampende, herhaalde figuur, als een zuiger.Mortimer Wilson – The Thief of Bagdad: Een Hollywood-sprookje met een volledig eigen orkestscore en leidmotieven per personage.

Image credit: Horst von Harbou (1879-1953) / Publiek domein, via Wikimedia Commons

AKTE 2 · SCÈNE 05   ·   1926-1930 · BERLIJN

Meisel volgt de montage

  • Muziek voor de Duitse première van Pantserkruiser Potemkin van Eisenstein (1926)

  • Montage: shots zo aan elkaar zetten dat er een nieuwe betekenis ontstaat

  • Meisel volgt de film shot voor shot: harde ritmes, korte herhaalde motieven, dissonanten

  • De muziek neemt het ritme van de montage over

Edmund Meisel

Edmund Meisel

Berlin: Die Sinfonie der Großstadt (1927)

LUISTERTIP De trein rijdt de stad binnen: het begint stil en afwachtend, dan versnelt het herhaalde ritme.

Meisel (geb. 1894, Wenen) schreef de Potemkin-muziek in twaalf dagen. De film werd in Duitsland verboden of gecensureerd; de muziek droeg bij aan de ophef. Daarna Oktober (1928). Berlin: Die Sinfonie der Großstadt van Walter Ruttmann is een documentaire zonder verhaal, in vijf akten één dag in Berlijn; partituur voor 75 musici, met stadsklanken en jazz. Meisel overleed in november 1930, 36 jaar oud. De Potemkin-partituur werd pas in de jaren negentig gereconstrueerd. Image credit: Suse Byk / Publiek domein, via Wikimedia Commons

AKTE 2 · SCÈNE 06   ·   1923-1934 · PARIJS

Honegger en het stomme epos

  • Lid van Les Six: heldere vormen en scherpe ritmes tegen de laatromantiek

  • La roue (1923) van Abel Gance: een spoorwegdrama met snelle montage

  • Contrapuntisch, zwaar koper en een motorisch ritme, zoals in zijn Pacific 231

  • Napoléon (1927): de Marseillaise live gezongen in de zaal

Arthur Honegger

Arthur Honegger

La roue: Ouverture (1923)

Arthur Honegger

Les misérables: Générique (1934)

Honegger (geb. 1892, Le Havre, Zwitserse ouders). Andere leden van Les Six: Milhaud, Poulenc, Auric, Tailleferre. Napoléon ging op 7 april 1927 in première in de Opéra van Parijs; Alexandre Koubitzky (Danton) zong de Marseillaise live. Latere restauraties kregen nieuwe muziek van Carmine Coppola en Carl Davis. Les misérables (1934) van Raymond Bernard is een vroege volwaardige symfonische partituur in de geluidsfilm. Later ook Pygmalion (1938). Honegger liet zien dat een serieuze componist voor film kon schrijven zonder zijn stijl op te geven (vervolg in Filmrol 3).

Luistertips:

Arthur Honegger – La roue: Ouverture: Motorische ritmes van een concertcomponist voor een spoorwegdrama: een puls die nooit stilvalt.Arthur Honegger – Les misérables: Générique: Elf jaar later: dezelfde kracht, nu vastgelegd op de geluidsband en bij elke vertoning gelijk.

Image credit: Agence de presse Meurisse / Publiek domein, via Wikimedia Commons

AKTE 2 · SCÈNE 07   ·   1924 · PARIJS

Satie en de film in de pauze

  • Satie (geb. 1866) schrijft korte, eenvoudige stukken met veel herhaling, zoals de Gymnopédies

  • Musique d’ameublement: meubelmuziek die niet om aandacht vraagt

  • René Clair maakt Entr’acte (1924), een absurde film voor de pauze van het ballet Relâche

  • Saties partituur Cinéma: tien delen met herhalingen die je kunt rekken tot het volgende beeld

Erik Satie

Relâche: Entr’acte cinématographique (1924)

LUISTERTIP Korte melodieën die terugkomen: de muziek wacht op het volgende beeld zonder het te becommentariëren.

Foto: Satie, Francis Picabia, René Clair en Jean Börlin bij de opnamen voor Relâche. Saties enige filmmuziek. Relâche (Ballets suédois van Rolf de Maré, choreografie Börlin) is het woord op een Franse affiche als een voorstelling niet doorgaat: een dadaïstische grap. De première van 27 november 1924 ging echt niet door omdat Börlin ziek was; eerste voorstelling 4 december in het Théâtre des Champs-Élysées. Een proloog van ongeveer anderhalve minuut voor het doek opging, de rest (bijna negentien minuten) in de pauze. Kleine rollen voor Satie, Picabia, Duchamp, Man Ray en Börlin; aan het eind een lijkwagen getrokken door een dromedaris. De musici herhalen een stuk tot er in de film iets gebeurt: een van de vroegste voorbeelden van muziek die nauwkeurig met een film samenvalt. Waar Meisel het ritme van de montage overnam, laat Satie de beelden langs zijn muziek glijden. Satie overleed op 1 juli 1925; voorloper van de minimal music (Filmrol 5), invloed op John Cage. Image credit: Onbekend / Publiek domein, via Wikimedia Commons

AKTE 2 · SCÈNE 08   ·   1929 · LENINGRAD

Sjostakovitsj aan de piano

  • Als student speelt hij piano bij stomme films en leert hij snel schakelen

  • Novyi Vavilon (1929): eerste filmpartituur, op zijn 22e, zo’n negentig minuten muziek

  • Ironie: dansmuziek die net te snel, te luid of te vals klinkt

  • De Marseillaise tegelijk met de cancan van Offenbach: muzikale montage

Dmitri Sjostakovitsj

Dmitri Sjostakovitsj

New Babylon, Act 1 (1929)

LUISTERTIP Hoor de ironie: vrolijke dansmuziek die net iets te scherp klinkt, zodat de vrolijkheid een karikatuur wordt.

De film van Kozintsev en Trauberg speelt in 1871 tijdens de Parijse Commune: de liefde tussen Louise, verkoopster in warenhuis Het nieuwe Babylon, en Jean, soldaat van het regeringsleger. Première 18 maart 1929 in Leningrad. De censuur knipte een groot deel weg, de bioscooporkesten vonden de muziek moeilijk; de partituur raakte zoek en werd pas na 1975 teruggevonden. Sjostakovitsj bleef zijn hele leven voor de film schrijven, ook als veilig inkomen toen hij onder politieke druk stond; laat nog Hamlet (1964) en King Lear (1971) van Kozintsev. Image credit: Onbekend / Publiek domein, via Wikimedia Commons

Waarom is het machinemotief in Metropolis geen melodie?

A

Huppertz kon geen melodieën schrijven

B

Een ritmisch patroon klinkt als een zuiger: het orkest wordt zelf een machine

C

Het orkest in het UFA-Palast was te klein

D

Melodieën waren verboden in de stomme film

B. Het motief is een stampend, herhaald figuur dat doorgaat als een zuiger die op en neer gaat.

Luistertips:

Gottfried Huppertz – Maschinen: Het machinemotief: een stampend, herhaald figuur.

Image credit: Sergej Eisenstein / Goskino / Publiek domein, via Wikimedia Commons

Wat deed Meisel bij Potemkin en Berlin, dat toen nieuw was?

A

Hij gebruikte alleen bestaande muziek

B

Hij liet de muziek het ritme van de montage overnemen

C

Hij schreef voor een theaterorgel

D

Hij schreef een lied voor de hoofdrolspeler

B. Wat de montage met beelden doet, doet de muziek met klank. Dat is nog altijd een basistechniek van de filmmuziek. Image credit: Sergej Eisenstein / Goskino / Publiek domein, via Wikimedia Commons

DE DROOMFABRIEK · FILMROL 1

Het geluid komt

Gesynchroniseerd geluid maakt het lied tot ster en zet Europa en Moskou aan het denken.

3

Image credit: Warner Bros. (The Vitaphone Corporation) / Publiek domein, via Wikimedia Commons

AKTE 3 · SCÈNE 09   ·   1927-1930 · NEW YORK, LOS ANGELES

De film leert zingen

  • The Jazz Singer (1927): Al Jolson zingt zes liedjes en spreekt zo’n twee minuten, via Vitaphone

  • Duizenden bioscoopmusici verliezen hun werk

  • The Broadway Melody (1929): eerste volledig sprekende musical, met playback

  • Muziek klinkt vooral als bronmuziek: een zanger, een orkest of een radio in beeld

Charles King

The Broadway Melody (1929)

Lawrence Tibbett

The Rogue Song (1930)

Foto: May McAvoy en Al Jolson in The Jazz Singer. Première 6 oktober 1927 bij Warner Bros. in New York. Vitaphone: geluid op grote grammofoonplaten, gelijk met de projector. Don Juan (1926) had al een orkestpartituur, maar geen stemmen. Jolson trad op in blackface, een racistische traditie uit het Amerikaanse variététheater. The Broadway Melody (MGM, liedjes van Nacio Herb Brown en Arthur Freed) won als eerste geluidsfilm de Oscar voor beste film; de musicalfilm komt terug in Filmrol 4. The Rogue Song was MGM’s eerste gesproken kleurenfilm (Technicolor), met muziek van Herbert Stothart en Franz Lehár; alleen fragmenten van de film bestaan nog, de geluidsplaten wel. Stothart won later een Oscar voor The Wizard of Oz (1939).

Luistertips:

Charles King – The Broadway Melody: Een filmhit van het eerste uur: let op de dunne opnameklank, met weinig laag en hoog en een stem dicht op de microfoon.Lawrence Tibbett – The Rogue Song: Een operastem van de Metropolitan Opera in de geluidsfilm: Hollywood laat horen wat het nu kan.

Image credit: Warner Bros. / Publiek domein, via Wikimedia Commons

“

Wait a minute, wait a minute, you ain’t heard nothin’ yet!

AL JOLSON IN THE JAZZ SINGER, 1927

Juist de losse gesproken zinnen maakten de meeste indruk. Binnen een paar jaar schaften studio’s en bioscopen geluidsinstallaties aan, en kwam het geluid als smal spoor op de filmstrook zelf. Image credit: Warner Bros. / Publiek domein, via Wikimedia Commons

AKTE 3 · SCÈNE 10   ·   1931-1936 · LOS ANGELES

Chaplin houdt de film stil

  • City Lights (1931): geen woord dialoog, wel een gesynchroniseerde partituur op de film zelf

  • Chaplin neuriet zijn melodieën, arrangeurs schrijven ze uit

  • Modern Times (1936): stemmen alleen uit apparaten, Chaplin zingt in brabbeltaal

  • Het liefdesthema wordt in 1954 het lied Smile

Charlie Chaplin

City Lights (1931)

Charlie Chaplin

Modern Times (1936)

Chaplin (Londen, 1889) vond de sprekende film armer, zag zichzelf als pantomimespeler en vreesde voor zijn Tramp. City Lights werd gedraaid van december 1928 tot september 1930, première 30 januari 1931 in Los Angeles, ruim drie jaar na The Jazz Singer. Arthur Johnston noteerde de geneuriede melodieën; met Alfred Newman orkestreerd en in vijf dagen opgenomen. Voor het blinde bloemenmeisje gebruikte Chaplin La violetera van José Padilla als leidmotief; Padilla werd niet vermeld en won de rechtszaak. Modern Times: satire op fabriek en lopende band; aan het eind zingt de Tramp Je cherche après Titine in nonsenstaal. Newman vertrok na ruzie; David Raksin maakte de orkestpartituur (met Edward B. Powell vermeld als arrangeurs; Raksin: Filmrol 2). Smile: tekst van John Turner en Geoffrey Parsons, Nat King Cole haalde in 1954 de tiende plaats in de Billboard-lijst. Eerste echt sprekende film: The Great Dictator (1940). Limelight (1952): Terry’s Theme werd het lied Eternally; omdat de film pas in 1972 in Los Angeles draaide, kregen Chaplin, Raymond Rasch en Larry Russell in 1973 alsnog de Oscar.

Luistertips:

Charlie Chaplin – City Lights: Een stomme film met een eigen, vaste orkestscore: de muziek neemt de plaats van de stem in.Charlie Chaplin – Modern Times: Het liefdesthema in de strijkers: dezelfde melodie werd later het lied Smile.

Image credit: Fotograaf niet vermeld (United Artists) / Publiek domein, via Wikimedia Commons

Hoe gebruikte Chaplin het geluid in City Lights (1931)?

A

Voor gesproken dialoog, zoals in The Jazz Singer

B

Voor een vaste orkestpartituur met geluidseffecten, zonder dialoog

C

Alleen voor liedjes als bronmuziek

D

Helemaal niet: een pianist speelde live in de zaal

B. Wat de personages zeggen, staat op tussentitels. Het geluidsspoor bevat alleen Chaplins eigen muziek met geluidseffecten, die zo in elke bioscoop hetzelfde klinkt.

Luistertips:

Charlie Chaplin – Overture / Unveiling the Monument: City Lights: een vaste orkestscore zonder dialoog.

Image credit: Warner Bros. (The Vitaphone Corporation) / Publiek domein, via Wikimedia Commons

AKTE 3 · SCÈNE 11   ·   1930-1932 · PARIJS, BERLIJN

Europa zet het lied centraal

  • René Clair maakt het chanson tot rode draad in Sous les toits de Paris en speelt met geluid

  • Marlene Dietrich zingt in Der blaue Engel een cabaretlied als bronmuziek dat het hele drama vertelt

  • Hanns Eisler schrijft met Brecht een strijdlied voor Kuhle Wampe

  • Drie Europese antwoorden: licht, ironisch, politiek

Albert Préjean

Sous les toits de Paris (1930)

Marlene Dietrich

Ich bin von Kopf bis Fuß auf Liebe eingestellt (1930)

Ernst Busch

Solidaritätslied (1932)

Foto: Marlene Dietrich in Der blaue Engel. Clair stond sceptisch tegenover de talkie; maar een kwart van zijn film heeft dialoog, een ruzie achter glas zie je wel maar hoor je niet. Der blaue Engel van Josef von Sternberg, naar Heinrich Mann, liedjes van Friedrich Hollaender. Eisler (geb. 1898) studeerde bij Schönberg maar brak met de moeilijke concertmuziek. Kuhle Wampe van Slatan Dudow werd kort na de première verboden. Eisler vluchtte in 1933 en schreef later met Adorno Composing for the Films (Filmrol 2).

Luistertips:

Albert Préjean – Sous les toits de Paris: Het chanson als rode draad: het lied opent de film en komt steeds terug.Marlene Dietrich – Ich bin von Kopf bis Fuß auf Liebe eingestellt: Een lage, koele stem, bijna onverschillig: juist dat maakt het verleidelijk.Ernst Busch – Solidaritätslied: Een marslied in een strakke, stampende maat: filmmuziek als politieke oproep.

Image credit: Onbekend (UFA) / Publiek domein, via Wikimedia Commons

AKTE 3 · SCÈNE 12   ·   1929-1939 · PARIJS

Jaubert: een poëtische laag

  • Componist van het poëtisch realisme: Vigo, Clair, Duvivier, Carné

  • Muziek hoeft niet elke emotie te onderstrepen, maar staat naast het beeld

  • Zéro de conduite: een opname achterstevoren onder een vertraagd kussengevecht

  • L’Atalante: een klein ensemble, walsen en straatliedjes

Maurice Jaubert

Maurice Jaubert

Zéro de conduite (1933)

Maurice Jaubert

L’Atalante (1934)

Jaubert (geb. 1900, Nice) schreef ook Quatorze Juillet, Drôle de drame, Le quai des brumes en Le jour se lève. Het poëtisch realisme: sombere films over gewone mensen in havens en achterbuurten, vaak met dialogen van Jacques Prévert. De omgekeerde opname is een vroeg voorbeeld van een techniek die de elektronische muziek later systematisch gebruikte (Filmrol 5). Ook Germaine Tailleferre schreef voor tientallen films; haar filmwerk is nauwelijks opgenomen. Jaubert sneuvelde in juni 1940, 40 jaar oud. Truffaut gebruikte zijn muziek opnieuw in vier films.

Luistertips:

Maurice Jaubert – Zéro de conduite: Een onwerkelijke klank: de tonen zwellen aan in plaats van weg te sterven.Maurice Jaubert – L’Atalante: Klein ensemble, wals en straatlied: licht en weemoedig tegelijk.

Image credit: Vellones / Publiek domein, via Wikimedia Commons

AKTE 3 · SCÈNE 13   ·   1934-1938 · MOSKOU

Prokofjev en Eisenstein

  • Luitenant Kizje (1934): satire met heldere, ironische muziek, daarna een suite in vijf delen

  • Aleksandr Nevski (1938): componist en regisseur werken samen aan beeld en klank

  • Verticale montage: beeld en muziek als twee lagen die op elkaar aansluiten

  • De slag op het ijs: van stilte naar chaos

Sergej Prokofjev

Sergej Prokofjev

Luitenant Kizje: Troika (1934)

Sergej Prokofjev

Alexander Nevsky: The Battle on Ice (1938)

Prokofjev (geb. 1891) woonde na 1917 jaren in het Westen en keerde in de jaren dertig terug. Kizje: door een schrijffout ontstaat een officier die niet bestaat. In Troika een tenorsaxofoon en een kornet, ongewoon in een symfonieorkest. Bij Nevski componeerde Prokofjev soms op de ruwe montage, soms filmde Eisenstein op de muziek. De Duitse ridders klinken vreemd: hoorns zo dicht bij de microfoon dat de klank vervormt, koper en koor apart opgenomen. Later een cantate (mei 1939) en Ivan de Verschrikkelijke (1944).

Luistertips:

Sergej Prokofjev – Luitenant Kizje: Troika: Sleebellen, pizzicato en een meezingmelodie: filmmuziek die de concertzaal veroverde.Sergej Prokofjev – Alexander Nevsky: The Battle on Ice: Muziek en montage samen bedacht: volg de opbouw van stilte naar chaos, tot het ijs breekt.

Image credit: Onbekend / Publiek domein, via Wikimedia Commons

Wat deed Jaubert met de muziek onder het kussengevecht in Zéro de conduite?

A

Hij liet een opname achterstevoren afspelen

B

Hij liet een orkest live improviseren

C

Hij gebruikte alleen geluidseffecten

D

Hij liet een bestaand chanson klinken

A. Het beeld is vertraagd, de muziek omgekeerd: samen maken ze van een kussengevecht een droom.

Luistertips:

Maurice Jaubert – Zéro de conduite: Luister naar de klank die aanzwelt in plaats van wegsterft.

Image credit: Warner Bros. (The Vitaphone Corporation) / Publiek domein, via Wikimedia Commons

1

The Birth of a Nation

2

Aleksandr Nevski

3

The Jazz Singer

4

Metropolis

5

L’assassinat du duc de Guise

6

Kuhle Wampe

Zet deze films in de goede volgorde.

1908, 1915, januari 1927, oktober 1927, 1932, 1938. Image credit: Warner Bros. (The Vitaphone Corporation) / Publiek domein, via Wikimedia Commons

AFTITELING · CA. 1935

Filmmuziek wordt een eigen vak

De bioscooppianist verdwijnt, maar zijn clichés leven voort. Leidmotief, citaat en montageritme gaan mee naar de geluidsfilm, en Frankrijk en de Sovjet-Unie laten horen dat muziek naast het beeld kan staan.

In Hollywood staat een nieuwe generatie componisten klaar om met een vast studio-orkest de grote symfonische filmpartituur te maken: dat is Filmrol 2. Image credit: Warner Bros. (The Vitaphone Corporation) / Publiek domein, via Wikimedia Commons

Vul in

Bij een achtervolging speelde de pianist een hurry. Huppertz gaf in Metropolis personages en plekken een eigen leidmotief. Meisel liet de muziek het ritme van de montage volgen. The Jazz Singer gebruikte het Vitaphone-systeem. Muziek die in de filmwereld zelf klinkt, heet bronmuziek.

hurry
leidmotief
montage
Vitaphone
bronmuziek
misterioso
tableau
cue sheet
Technicolor
playback

Image credit: Warner Bros. (The Vitaphone Corporation) / Publiek domein, via Wikimedia Commons

Kies een recente filmscène. Verdubbelt de muziek het beeld, of voegt ze een eigen laag toe? Leg uit waaraan je dat hoort.

Slotopdracht. Goede antwoorden noemen een concreet kenmerk (een cliché zoals tremolo of een verminderd septiemakkoord, een leidmotief, muziek op het ritme van de montage, bronmuziek, ironie) en koppelen dat aan een componist of film uit deze les. Image credit: Warner Bros. (The Vitaphone Corporation) / Publiek domein, via Wikimedia Commons

DRAAIBOEK · BEGRIPPEN

Begrippen

Theaterorgel: bioscooporgel dat een orkest nadoet, met slagwerk en effecten

Hurry, misterioso, agitato: stemmingsstukken voor achtervolging, spanning en gevaar

Cue sheet: lijst met per scène het soort muziek en de duur

Kinothek: Becces bibliotheek van stukken, geordend naar stemming

Tableau: afgerond deel van een vroege film of partituur

Compilatiepartituur: bestaande stukken en eigen thema’s samen

Leidmotief: thema voor een personage of idee dat terugkeert en verandert

Montage: shots aan elkaar zetten tot ritme of nieuwe betekenis

Vitaphone: geluid op grote platen, gelijk met de film

Talkie: vroege geluidsfilm met spraak en zang

Playback: zingen of dansen op vooraf opgenomen muziek

Bronmuziek: muziek met een bron in de filmwereld zelf

Gesynchroniseerde partituur: orkestmuziek op de film zelf, gelijk met het beeld

Les Six: jonge Franse componisten rond 1920, onder wie Honegger

Musique d’ameublement: Saties meubelmuziek: achtergrond, vraagt geen aandacht

Poëtisch realisme: Franse sombere, sfeervolle films over gewone mensen

Verticale montage: beeld en muziek als twee lagen die aansluiten

Cet élément n'a pas d'instructions