Samenklank en akkoorden (Muziek havo), les 3: Terugblik quiz

VAKTHEORIE · SAMENKLANK

QUIZ

Terugblik: Samenklank en akkoorden

1 / 16
suivant
Slide 1: Slide
newEditorMuziekMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

Cette leçon contient 16 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min
Signaler cette leçon

Introduction

Terugblik met een quiz van elf vragen over samenklank en akkoorden, waarvan twee luistervragen. Bevat meerkeuze, invullen, volgorde en open vragen.

Éléments de cette leçon

VAKTHEORIE · SAMENKLANK

QUIZ

Terugblik: Samenklank en akkoorden

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Onbekende maker / Wikimedia Commons, publiek domein

Video: Mozart: strijkkwartet K. 465, de Dissonanten, Adagio, door het Amadeus Quartet (kanaal: Amadeus Quartet - Topic). Wat hoor je? Het langzame begin van het kwartet: de stemmen komen na elkaar binnen en botsen, dat schuurt. Goede antwoord: dissonant, met veel spanning. Het kwartet draagt de bijnaam de Dissonanten vanwege dit begin.

Wat past het best bij de samenklank in dit fragment?

A

Consonant, rustig en stabiel

B

Unisono, alle stemmen dezelfde toon

C

Dissonant, met veel spanning

D

Close harmony, stemmen dicht bij elkaar

Het begin van het kwartet klinkt schurend: de stemmen botsen. Dat is dissonant. Wie consonant kiest, hoort de stabiele eindklank niet als doel.

Video: B.B. King: The Thrill Is Gone (kanaal: B.B. King - Topic). Wat hoor je? Een langzame bluessong op het twaalfmatig bluesschema: telkens twaalf maten, daarna begint het weer. Goede antwoord: twaalfmatig bluesschema. Wie orgelpunt of bourdon kiest, verwart het schema met een lange basnoot.

Welke vorm ligt aan dit nummer ten grondslag?

A

Het twaalfmatig bluesschema

B

Een gebroken drieklank

C

Een orgelpunt

D

Een bourdon

De song herhaalt telkens twaalf maten op het bluesschema. Wie orgelpunt of bourdon kiest, verwart het met een lange basnoot.

Zet de intervallen van klein naar groot

1

Reine kwint

2

Kleine terts

3

Rein octaaf

4

Reine kwart

5

Reine prime

De prime is de kleinste afstand, daarna de kleine terts (drie halve tonen), de kwart (vijf), de kwint (zeven) en het octaaf (twaalf). Fout: kwart en kwint omdraaien.

Vul in: drieklank

In een gebroken drieklank klinken de tonen na elkaar, in een gewoon akkoord klinken ze tegelijk en vormen ze samen een klank.

gebroken drieklank
tegelijk
bourdon
na elkaar

Veelgemaakte fout: bourdon invullen, dat is een aanhoudende lage toon.

Welk begrip hoort bij een lange basnoot onder wisselende akkoorden?

A

Close harmony

B

Orgelpunt

C

Unisono

D

Akkoordsymbool

Een orgelpunt is een lange of herhaalde basnoot terwijl de akkoorden erboven wisselen. Bij close harmony gaat het om zangstemmen, unisono om dezelfde tonen.

Welke drie akkoorden gebruikt een twaalfmatig bluesschema in C?

A

C, Dm en Am

B

C, E en A

C

F, Am en D

D

C, F en G

Het bluesschema gebruikt I, IV en V: in C zijn dat C, F en G. De andere reeksen bevatten akkoorden die niet in het schema horen.

Wat betekent de m in het akkoordsymbool Am?

A

Mineur: een kleine drieklank

B

Majeur: een grote drieklank

C

Eenstemmig: één melodielijn

D

Gebroken: de tonen na elkaar

Een m achter de letter betekent mineur, dus Am is A-mineur. Wie majeur kiest, denkt dat de letter alleen al een grote drieklank aanduidt.

Wat hoor je bij een dissonant akkoord?

Goed: een schurende, onrustige klank die verder wil en moet oplossen. Verwachte fout: alleen zeggen dat het hard of hoog klinkt.

Welke zin beschrijft close harmony het best?

A

Alle stemmen zingen precies dezelfde tonen

B

Een lage toon klinkt onder de melodie

C

Stemmen zingen dicht bij elkaar in hetzelfde ritme

D

De tonen van een akkoord klinken na elkaar

Close harmony: de stemmen liggen dicht bij elkaar en zingen samen hetzelfde ritme. De andere zinnen beschrijven unisono, bourdon en gebroken drieklank.

Hoe klinkt mineur anders dan majeur?

Goed: mineur klinkt somberder of donkerder, majeur helderder. Dat komt door de kleine terts. Verwachte fout: zeggen dat mineur zachter gespeeld wordt; het gaat niet om het volume.

Een schurende samenklank wordt gevolgd door een rustige. Wat ervaar je dan?

A

Spanning

B

Unisono

C

Ontspanning

D

Eenstemmigheid

De dissonant geeft spanning, de consonant daarna geeft ontspanning. Wie spanning kiest, denkt aan de eerste klank.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

♪ VAKTHEORIE · SAMENKLANK

GOED GEDAAN!

Je herkent nu stemmen, intervallen, drieklanken en akkoordenschema's. Kijk de vragen na die je fout had en zoek het begrip op in les 1.

Cet élément n'a pas d'instructions