De Kwestie · 5.1 Wie vangt je op als het tegenzit?

De Kwestie

MAATSCHAPPIJLEER · HAVO/VWO

THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT

PARAGRAAF 5.1

Wie vangt je op als het tegenzit?

Wat een verzorgingsstaat is, wat hij voor je doet en wie hem betaalt.

Het koffertje van de Miljoenennota: elk jaar laat de regering zien hoeveel geld ze uitgeeft en ophaalt.

1 / 14
suivant
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappijleerMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4,5

Cette leçon contient 14 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 40 min
Signaler cette leçon

Introduction

De Kwestie, methode maatschappijleer voor de bovenbouw havo/vwo. Thema 5 (Verzorgingsstaat), paragraaf 5.1: Hoeveel moet de overheid voor je zorgen als het tegenzit? Wat een verzorgingsstaat is, wat hij voor je doet en wie hem betaalt. Les van 40 minuten met een stelling als discussiemoment.

Éléments de cette leçon

De Kwestie

MAATSCHAPPIJLEER · HAVO/VWO

THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT

PARAGRAAF 5.1

Wie vangt je op als het tegenzit?

Wat een verzorgingsstaat is, wat hij voor je doet en wie hem betaalt.

Het koffertje van de Miljoenennota: elk jaar laat de regering zien hoeveel geld ze uitgeeft en ophaalt.

Eerste les van thema 5, Verzorgingsstaat. De kwestie komt aan het eind terug. Het kernconcept verzorgingsstaat hangt in het examenprogramma samen met welvaart, sociale ongelijkheid en sociale cohesie. Image credit: Fotograaf Onbekend / Anefo / Wikimedia Commons (CC0)

De Kwestie

THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT

DE KWESTIE

Hoeveel moet de overheid voor je zorgen als het tegenzit?

NA DEZE LES KUN JE

  • uitleggen wat een verzorgingsstaat is en wat bestaanszekerheid betekent

  • welvaart en welzijn, en klassieke en sociale grondrechten uit elkaar houden

  • uitleggen hoe solidariteit, belastingen en premies de verzorgingsstaat betalen

§ 5.1 Wie vangt je op als het tegenzit?

Cet élément n'a pas d'instructions

1

Ikzelf, met mijn spaargeld

2

Mijn familie

3

De overheid

4

Een mix van alle drie

De Kwestie

THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT

Je bent 20 en je wordt langdurig ziek. Wie moet er dan vooral voor zorgen dat je kunt rondkomen?

Activatie, hooguit 3 minuten. Er is geen goed antwoord: de keuze laat zien welke rol je de overheid geeft. Onthoud de uitslag; bij de stelling en de exitvraag komt dezelfde vraag terug. In Nederland is het in de praktijk een mix: een uitkering van de overheid, maar ook eigen geld en hulp van familie.

De Kwestie

THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT

EEN GEWONE DAG

Je hele dag zit vol verzorgingsstaat

Je fietst naar een school die de overheid betaalt. Je oma krijgt elke maand AOW. Je buurman kreeg een WW-uitkering toen hij zijn baan verloor. Je verstuikt je enkel bij het voetballen en gaat naar de huisarts, betaald uit de zorgverzekering.

Dat is de verzorgingsstaat: de overheid zorgt ervoor dat iedereen bestaanszekerheid heeft. Je kunt eten, wonen, zorg krijgen en rondkomen, ook als je ziek, oud of werkloos bent.

§ 5.1 Wie vangt je op als het tegenzit?

Laat leerlingen zelf nog twee voorbeelden uit hun eigen week noemen: kinderbijslag, studiefinanciering, zorgtoeslag, de bibliotheek, het openbaar vervoer. Misvatting: de verzorgingsstaat is er alleen voor arme mensen. Bijna iedereen maakt er in zijn leven gebruik van.

De Kwestie

THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT

TWEE DOELEN

Het gaat om welvaart én om welzijn

Welvaart

De mate waarin mensen kunnen voorzien in hun behoeften met de middelen die ze hebben. Het gaat om geld en spullen: je inkomen, je huis, wat je kunt kopen.

De verzorgingsstaat zorgt dat iedereen een minimuminkomen heeft.

Welzijn

Hoe goed het met je gaat, breder dan geld: je gezondheid, je veiligheid, je opleiding, je vrienden en of je je gelukkig voelt.

Daarom regelt de verzorgingsstaat ook zorg, onderwijs en hulp in de buurt.

§ 5.1 Wie vangt je op als het tegenzit?

Het CBS meet sinds 2018 ook brede welvaart: niet alleen inkomen, maar ook gezondheid, milieu en vertrouwen. Doorvraag: kun je veel welvaart en weinig welzijn hebben? (Iemand met een hoog inkomen die altijd gestrest en eenzaam is.)

De Kwestie

THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT

IN DE GRONDWET

Klassieke en sociale grondrechten

Klassieke grondrechten

Ze beschermen je tegen de overheid. De overheid moet zich erbuiten houden: je mag zeggen wat je denkt en geloven wat je wilt.

Je kunt ze bij de rechter afdwingen.

Sociale grondrechten

De overheid moet juist iets doen, voor werk, onderwijs, wonen en zorg. Artikel 20 zegt: "De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid."

Je kunt ze meestal niet afdwingen.

§ 5.1 Wie vangt je op als het tegenzit?

Het citaat is artikel 20 lid 1 van de Grondwet. Andere sociale grondrechten: artikel 19 (werkgelegenheid), 22 (volksgezondheid en woongelegenheid) en 23 (onderwijs). Sociale grondrechten zijn opdrachten aan de overheid: je kunt niet naar de rechter stappen omdat je geen huis hebt. Dit sluit aan bij thema 2, Rechtsstaat.

De Kwestie

THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT

Welke regel uit de Grondwet (in eigen woorden) is een sociaal grondrecht?

A

De overheid zorgt dat er genoeg woningen zijn

B

Iedereen mag vrij zijn eigen godsdienst belijden

C

Niemand mag zomaar van zijn vrijheid beroofd worden

D

Iedereen mag zonder toestemming zijn mening uiten

Het goede antwoord is de regel over genoeg woningen (artikel 22 lid 2: bevordering van voldoende woongelegenheid): de overheid moet iets doen. De andere drie zijn klassieke grondrechten (godsdienstvrijheid, persoonlijke vrijheid, vrijheid van meningsuiting) die je beschermen tegen de overheid.

De Kwestie

THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT

TAKEN VAN DE OVERHEID

Vier terreinen van de verzorgingsstaat

Inkomen

Een uitkering als je oud, ziek of werkloos bent: AOW, WW, bijstand. Dat heet sociale zekerheid.

Zorg

Een verplichte zorgverzekering voor iedereen, en hulp voor ouderen en mensen met een beperking.

Onderwijs

Scholen betaald door de overheid, leerplicht en studiefinanciering voor studenten.

Wonen

Sociale huurwoningen, huurtoeslag en regels die huurders beschermen.

§ 5.1 Wie vangt je op als het tegenzit?

Dit zijn ook de onderwerpen van de volgende paragrafen: ontwikkeling (5.2), onderwijs (5.3), zorg (5.4), werk (5.5) en sociale zekerheid (5.6). Het meeste geld van de rijksbegroting gaat naar sociale zekerheid en zorg; laat leerlingen dat eventueel opzoeken in de Miljoenennota van dit jaar (controleer het actuele cijfer).

De Kwestie

THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT

DE REKENING

Samen betalen voor wie het nodig heeft

De verzorgingsstaat kost veel geld. Dat komt op twee manieren binnen.

Belasting betaal je aan de overheid, zonder dat je er direct iets voor terugkrijgt. Daarvan betaalt de overheid collectieve voorzieningen: scholen, dijken, politie, bijstand.

Premie betaal je, of je werkgever, voor een verzekering zoals de AOW of de WW. Gebeurt het risico, dan krijg je een uitkering.

Het idee erachter is solidariteit: gezonden betalen mee voor zieken, werkenden voor werklozen, jongeren voor ouderen.

§ 5.1 Wie vangt je op als het tegenzit?

Belasting en premie worden in de praktijk vaak samen van je loon ingehouden (de loonheffing), dus leerlingen merken het verschil niet op hun loonstrook. Solidariteit is hier vooral gedwongen solidariteit: je moet meebetalen, ook als je het zelf nooit nodig hebt. Doorvraag: waarom zou je daarmee instemmen? (Je weet nooit of jij het morgen nodig hebt.)

Maak de zinnen af

Van je loon gaat geld naar de overheid, zonder dat je er direct iets voor terugkrijgt: dat is belasting. Daarmee betaalt de overheid collectieve voorzieningen zoals scholen en dijken. Voor de AOW betaal je premie. Dat gezonde mensen meebetalen aan de zorg van zieken, heet solidariteit.

belasting
collectieve voorzieningen
premie
solidariteit
subsidie
toeslag
bestaanszekerheid

De Kwestie

THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT

Let op de volgorde: scholen en dijken worden uit belasting betaald, de AOW uit premie. De WW-premie betaalt de werkgever. Leerlingen verwarren premie en toeslag: een toeslag krijg je juist van de overheid.

1

Eens

2

Oneens

De Kwestie

THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT

Stelling: Wie zijn hele leven hard werkt, moet een hogere AOW krijgen dan wie nooit gewerkt heeft.

Het discussiemoment van de les, ongeveer 5 minuten. Nu krijgt bijna iedereen dezelfde AOW, of je nu gewerkt hebt of niet: je bouwt hem op door in Nederland te wonen. Doorvraag 1: welke waarde weegt voor jou zwaarder, gelijkheid of verdienste? Doorvraag 2: wat gebeurt er met iemand die niet kon werken, bijvoorbeeld door een handicap of omdat hij voor zijn kinderen zorgde?

De Kwestie

THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT

TERUG NAAR DE KWESTIE

Hoeveel moet de overheid voor je zorgen als het tegenzit?

WAT JE NU WEET

  • In een verzorgingsstaat zorgt de overheid voor bestaanszekerheid: inkomen, zorg, onderwijs en wonen, ook als het tegenzit.

  • Sociale grondrechten in de Grondwet geven de overheid die opdracht, maar hoe ver ze gaat, is een politieke keuze.

  • We betalen het samen met belastingen en premies: solidariteit tussen gezond en ziek, werkend en werkloos, jong en oud.

§ 5.1 Wie vangt je op als het tegenzit?

Cet élément n'a pas d'instructions

De Kwestie

THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT

Noem twee momenten in je eigen leven waarop de verzorgingsstaat je helpt. Wie betaalt daarvoor?

Exitvraag. Een goed antwoord noemt twee concrete voorzieningen (school, kinderbijslag, zorg, straks studiefinanciering of zorgtoeslag) en koppelt die aan belasting of premie en aan solidariteit: anderen betalen mee. Veelgemaakte fout: zeggen dat "de overheid" betaalt, zonder te zien dat dat geld van burgers komt.

De Kwestie

THEMA 5 · VERZORGINGSSTAAT

BEGRIPPEN

Woorden van deze les

Verzorgingsstaat: staat waarin de overheid zorgt voor de bestaanszekerheid en het welzijn van de burgers

Bestaanszekerheid: zekerheid dat je kunt voorzien in eten, wonen, zorg en inkomen, ook als het tegenzit

Welvaart: mate waarin mensen met hun middelen kunnen voorzien in hun behoeften

Welzijn: hoe goed het met iemand gaat, breder dan geld: gezondheid, veiligheid, geluk

Sociale grondrechten: grondrechten die de overheid opdragen iets te doen, zoals zorgen voor werk en woningen

Collectieve voorzieningen: voorzieningen voor iedereen, betaald uit belastingen en premies

Solidariteit: bereidheid om samen de lasten te dragen en elkaar te steunen

§ 5.1 Wie vangt je op als het tegenzit?

Cet élément n'a pas d'instructions