P2 Spelling les 4

Tussenletters
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Tussenletters

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dictee
Schrijf het meervoud op van de woorden die worden voorgelezen.

Slide 2 - Tekstslide

  1. cursus
  2. fotograaf
  3. bureau
  4. medium
  5. museum
  6. slimmerik
  7. bacterie
  8. collega
  9. perzik
  10. zee
  11. baby
  12. spray
  13. cd
  14. accu
  15. vaas
  16. groente
  17. kalf
  18. trolley
  19. idee
  20. olie

  1. cursussen
  2. fotografen
  3. bureaus
  4. media
  5. museums / musea
  6. slimmeriken
  7. bacteriën
  8. collega’s
  9. perziken
  10. zeeën

11. baby’s
12. sprays
13. cd’s
14. accu’s
15. vazen
16. groentes / groenten
17. kalveren
18. trolleys
19. ideeën
20. oliën


Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf het meervoud op van decennium

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf het meervoud op van monnik

Slide 6 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf het meervoud op van dromedaris

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf het meervoud op van etage

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Samenstelling - tussenletter

Is het eerste woord een zn met alleen een meervoud op -en? Dan schrijf je -en in een samenstelling
                        band + spanning = bandenspanning

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uitzonderingen

Het eerste woord:
  • heeft een meervoud op -en en -s
groenten en groentes = groentesoep
  • heeft geen meervoud
tarwebrood, roggebrood
  • is iets waarvan er maar één is
zonnestelsel, maneschijn




  • is een bijvoeglijk naamwoord of een werkwoord
platteland, hebbeding, rodekool
  • versterkt het tweede woord
reuzeleuk, apetrots, beresterk
EN:
  • in veel ouderwetse samenstellingen
bakkebaard, nachtegaal, schattebout

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer -s als tussenletter?

  • Als je het hoort: stadsdeel, meningsverschil
  • Dubbel? Schrijf -s, als je die klank in een andere samenstelling ook hoort.
                                 Geluidsinstallatie, dus ook geluidssterkte; 
                                 Maar examenboek, dus ook examenstress



Wat is juist? 
beleidsstuk of beleidstuk ?
Aan het woord beleid(s)stuk is niet goed te horen of het met één s of met twee s’en moet worden geschreven. Samenstellingen die met beleid- beginnen, krijgen vaak een s als verbindingsklank. Zo zijn beleidsnota, beleidsmedewerker en beleidslijn veel gebruikelijker dan beleidnota, beleidmedewerker en beleidlijn. Om die reden kan ook het best worden gekozen voor beleidsstuk, met een tussen-s. 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In de herfst gaan we padd..stoelen plukken in het bos.
A
paddenstoel
B
paddestoel

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Lily vindt Storm een reuz..leuke gozer.
A
reuzeleuke
B
reuzenleuke

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Die groent..soep is wel heel gemakkelijk te maken.
A
groentesoep
B
groentensoep

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Cijfer van de criminaliteit is een..
A
criminaliteitcijfer
B
criminaliteitscijfer

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zaak van een kapper is een..
A
kapperzaak
B
kapperszaak

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak 3.4 Tussenletters
3F Taalverzorging

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noteer twee
samenstellingen

Slide 18 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Ik heb deze les geleerd.....

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Leg uit waarom het op deze manier geschreven wordt: erwtensoep

Slide 20 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Leg uit waarom het op deze manier geschreven wordt: groentepakket

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Leg uit waarom het op deze manier geschreven wordt: beregoed

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Leg uit waarom het op deze manier geschreven wordt: rijstevlaai

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Leg uit waarom het op deze manier geschreven wordt: zonnebank

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik heb deze les geleerd.....

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak 4.2 Tussenletters
3F GRAM4: spellingsregels

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies