#6 BB Dichtheid KB H7.4

BB 6.1 KB7.4
Dichtheid
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 4

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

BB 6.1 KB7.4
Dichtheid

Slide 1 - Tekstslide

deze les: Leerdoelen
  • Ik ken de grootheden massa, volume en dichtheid
  • Ik kan uitleggen wat met het begrip dichtheid bedoeld wordt
  • Ik kan de dichtheid berekenen van een stof
  • Ik kan met de dichtheid van eens stof voorspellen welke stof het is

Slide 2 - Tekstslide

Planning Les

BB + KB     Begin in LessonUP
BB + KB     Oefening Examenopdracht
BB + KB     Maken werkboek
KB                evt. extra uitleg in LessonUp

Slide 3 - Tekstslide

Dichtheid
Dichtheid is de massa van 1 cm3 van de stof




In tabel 13 (basis) of 15 (kader) van de BINAS zien we een overzicht van de dichtheid van enkele vaste stoffen

Slide 4 - Tekstslide

Dichtheid
De dichtheid is de massa van 1 cm3 van een stof.

Slide 5 - Tekstslide

Je hebt proef A uitgevoerd. Welke cilinder was het zwaarst?
A
Messing
B
IJzer
C
Nylon
D
Ze hebben dezelfde massa

Slide 6 - Quizvraag

Welke cilinder heeft de grootste dichtheid
A
De grootste cilinder
B
De kleinste cilinder
C
De zwarte cilinder
D
Ze hebben dezelfde dichtheid

Slide 7 - Quizvraag

Proef B:
Welke cilinder heeft het grootste volume?
A
De koperen cilinder
B
De aluminium cilinder
C
De ijzeren cilinder
D
Ze hebben hetzelfde volume

Slide 8 - Quizvraag

Welke grootheden worden gebruikt om Dichtheid te berekenen?
A
Massa & Volume
B
Kracht & Oppervlakte
C
Temperatuur en Druk

Slide 9 - Quizvraag

Een rubberen slangetje valt in het water en zal ...
A
Zinken
B
Zweven
C
Drijven

Slide 10 - Quizvraag

Een rubberen slangetje valt in zwavelzuur en zal ...
A
Zinken
B
Zweven
C
Drijven

Slide 11 - Quizvraag

Een voorwerp van 20 kg valt in het water.
Wat gebeurt er?
A
Het voorwerp zal zinken
B
Het voorwerp zal drijven
C
Het voorwerp zal zweven
D
Dat kan ik met alléén deze informatie niet beantwoorden

Slide 12 - Quizvraag

Een steen van 40 gram valt in het water.
Wat gebeurt er?
A
Het voorwerp zal zinken
B
Het voorwerp zal drijven
C
Het voorwerp zal zweven
D
Dat kan ik met alléén deze informatie niet beantwoorden

Slide 13 - Quizvraag

Een blok piepschuim weegt 3 kilogram en valt in het water.
Wat gebeurt er?
A
Het voorwerp zal zinken
B
Het voorwerp zal drijven
C
Het voorwerp zal zweven
D
Dat kan ik met alléén deze informatie niet beantwoorden

Slide 14 - Quizvraag

Voorwerp B weegt 2,7 kg en zinkt in water.
Voorwerp A is zwaarder dan B en zinkt dus ook.
A
Dat is waar
B
Dat klopt niet

Slide 15 - Quizvraag


A
De beginstand is 0 ml
B
De beginstand is 10 ml
C
De beginstand is 17,8 ml

Slide 16 - Quizvraag


A
De eindstand is 0 ml
B
De eindstand is 10 ml
C
De eindstand is 18,8 ml

Slide 17 - Quizvraag


A
De steen heeft 0 ml verplaatst
B
De steen heeft 10 ml verplaatst
C
De steen heeft 18,8 ml verplaatst
D
De steen heeft 8,8 ml verplaatst

Slide 18 - Quizvraag

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Maken (BB)
blz. 23 en verder
Opgave 61 t/m 70




Maken (KB)
check: 7.1 is af

Maken:
Paragraaf 7.4
1 t/m 14

Lees de uitleg in je boek
Gebruik evt. de LessonUp
timer
20:00
Zelfstandig werken.
Heb je vragen? Check je boek eerst.
Na de timer bespreken we vragen.

Slide 21 - Tekstslide

deze les: Leerdoelen
  • Ik ken de grootheden massa, volume en dichtheid
  • Ik kan uitleggen wat met het begrip dichtheid bedoeld wordt
  • Ik kan de dichtheid berekenen van een stof
  • Ik kan met de dichtheid van eens stof voorspellen welke stof het is

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide