Bijvoeglijk naamwoord

Bijvoeglijk naamwoord
Ik leer het bijvoeglijk naamwoord.



1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsISK

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Bijvoeglijk naamwoord
Ik leer het bijvoeglijk naamwoord.



Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Wat is goed?
A
De langzaame fietser
B
De langzame fietser

Slide 3 - Quizvraag

Wat is goed?
A
De snele fietser
B
De snelle fietser

Slide 4 - Quizvraag

Wat is goed?
A
Wij wandelen langzaam
B
Wij wandelen langzame

Slide 5 - Quizvraag

Wat is goed?
A
Zij wandelen snel
B
Zij wandelen snelle

Slide 6 - Quizvraag

Wat is goed?
A
De schilder is vrolijk
B
De schilder is vrolijke

Slide 7 - Quizvraag

Wat is goed?
A
De vrolijk schilder
B
De vrolijke schilder

Slide 8 - Quizvraag

Wat is goed?
A
De lekker maaltijd
B
De lekkere maaltijd
C
De lekkerre maaltijd
D
De lekkerder maaltijd

Slide 9 - Quizvraag

Oefenen met zinnen 

Slide 10 - Tekstslide

Een ... man (groot) .

Typ de hele zin (met hoofdletter en punt)

Slide 11 - Open vraag

De ..... koffie. (warm)

Typ de hele zin (met hoofdletter en punt)

Slide 12 - Open vraag

Haar .... handtas. (duur)

Typ de hele zin (met hoofdletter en punt)

Slide 13 - Open vraag

Deze ..... directeur. (boos)

Typ de hele zin (met hoofdletter en punt)

Slide 14 - Open vraag

de .....straat. (smal)

Typ de hele zin (met hoofdletter en punt)

Slide 15 - Open vraag

Geen .... rozen. (wit)

Typ de hele zin (met hoofdletter en punt)

Slide 16 - Open vraag

...... weer. (prachtig)

Typ de hele zin (met hoofdletter en punt)

Slide 17 - Open vraag

Het ..... raam. (open)

Typ de hele zin (met hoofdletter en punt)

Slide 18 - Open vraag

Hoe gaat de les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 19 - Poll