2G ch2 semaine 5 2026

Préparation
Log in op lessonup.app                                 
Code staat linksonder

Sur la table
-chromebook
-cahier d'activités 
-stylo
timer
2:00
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 2

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Préparation
Log in op lessonup.app                                 
Code staat linksonder

Sur la table
-chromebook
-cahier d'activités 
-stylo
timer
2:00

Slide 1 - Tekstslide

SO


  • Schrijf je naam op
  • Tijd: 15 minuten
  • Fini? M: blok H opdr 31 t/m 33
praten en spieken = 1

Slide 2 - Tekstslide

Préparation
Sur la table
-chromebook
-cahier d'activités 
-stylo
timer
2:00

Slide 3 - Tekstslide

Me voilà
chapitre 2

Slide 4 - Tekstslide

Buts de la semaine 3
Chapitre 2: Me voilà 


Ik kan een tekst over huizen begrijpen 
Ik ken woorden die te maken hebben met wonen
Ik kan vertellen over mijn huis en mijn kamer
Ik kan een spiekbriefje maken voor een spreekopdracht
















Slide 5 - Tekstslide

Phrases-clés 
Tu habites où?


J'habite à Pau
J'habite à La Haye


Slide 6 - Tekstslide

Phrases-clés 
Tu habites dans un appartement?


Non, j'habite dans une ferme


Slide 7 - Tekstslide

Phrases-clés 
Comment est ta chambre?

Elle est grande



Slide 8 - Tekstslide

F lire 
M: opdr 23 t/m 26a 

= devoirs

Klaar?  Leren voca E en/of F

Slide 9 - Tekstslide

Wat je gaat leren?

  • Aan het eind van deze paragraaf kun je over je droomkamer schrijven. (A1)
  • Je gaat oefenen met de regelmatige werkwoorden op -er en het vervangen van het onderwerp. Aan het eind van deze paragraaf kun je dit gebruiken. (A1)

Slide 10 - Tekstslide

Buts de la semaine 4
Chapitre 2: Me voilà 


Ik kan mijn droomkamer beschrijven
Ik kan de werkwoorden op –er gebruiken 

















Slide 11 - Tekstslide

Blok H
ik kan de regelmatige werkwoorden in een zin gebruiken

Boek open p. 84

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

je (ik)
+ e
tu (jij)
+ es
il (hij)
+ e
elle (zij)
+ e
on (men/we)
+ e
nous (wij)
+ ons
vous (jullie/u)
+ ez
ils (zij, mnl)
+ ent
elles (zij, vrl)
+ ent
UITGANGEN

van de 
werkwoorden
op

-ER

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

De uitgangen van regelmatige werkwoord op -er

Slide 16 - Tekstslide

Wat is de stam van parler?

Slide 17 - Open vraag

Wat is de stam van marcher?

Slide 18 - Open vraag

Wat is de stam van danser?

Slide 19 - Open vraag

Wat is de stam van inviter?

Slide 20 - Open vraag

donner - tu ...
A
donner
B
donne
C
donnes
D
donnons

Slide 21 - Quizvraag

demander - nous ...
A
demandez
B
demandent
C
demandons
D
demande

Slide 22 - Quizvraag

manger - je ...
A
manger
B
mangez
C
manges
D
mange

Slide 23 - Quizvraag

danser - elle ...
A
dansons
B
danses
C
danse
D
dansez

Slide 24 - Quizvraag

parler - vous ...
A
parlez
B
parlons
C
parlent
D
parle

Slide 25 - Quizvraag

vertaal:
hij praat
A
il parles
B
il parlons
C
il parler
D
il parle

Slide 26 - Quizvraag

vertaal:
jij zoekt
A
tu cherches
B
tu cherche
C
tu cherchons
D
tu cherchez

Slide 27 - Quizvraag

Ik kan de belangrijkste info uit een film halen
Blok E: online maken
Af = aftekenen week 2

Slim stampen blok E

Slide 28 - Tekstslide

2G ch2 semaine 5 2026

Slide 29 - Tekstslide