Overal NaSk 1.3

1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 24 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Praktisch
Agenda: SO 1.3 op 29 september.
Deze week en volgende week dinsdag theorie.
Volgende week vrijdag start onderzoeksproject.

Vandaag: uitleg (maak aantekeningen), opdrachten, 
certificaat branderpracticum

Slide 2 - Tekstslide

1.3 Meten en meetinstrumenten

Slide 3 - Tekstslide

leerdoelen
  • meetinstrumenten, grootheden en eenheden noemen voor het meten van aantal, massa, volume, lengte, tijd en temperatuur;
  • eenheden hebben in elkaar omrekenen 
  • een meetinstrument aflezen waarbij je let op schaal en meetbereik;
  • de onderdompelmethode toepassen om het volume van een voorwerp te meten.


Slide 4 - Tekstslide

Wat zijn Grootheden?
Een grootheid is iets wat je kunt meten.
Bijvoorbeeld: 
  • massa
  • volume
  • afstand
  • temperatuur
  • tijd

Slide 5 - Tekstslide

Wat zijn eenheden?
Een eenheid is de mate waarin je een grootheid meet.
Een eenheid staat altijd achter het getal en hoort bij een bepaalde grootheid.

Vb colablikje
m = 10,9 g

Slide 6 - Tekstslide

Recept Pannenkoeken
250 gram bloem
500 mL melk
2 grote eieren
zout naar smaak
boter om in te bakken

Welke grootheden zie je hier? Welke eenheden horen daarbij?

Slide 7 - Tekstslide

Grootheid
eenheid
recept
Aantal
2 eieren
Volume
mL
200 mL melk
Massa 
g
250 g bloem

Slide 8 - Tekstslide

Grootheden, eenheden en symbolen
Grootheid
Symbool
Eenheid
Symbool
Massa
m
Kilogram
kg
Volume
V
Liter
L
Afstand
s
Meter
m
Temperatuur
T
graden Celsius/
Kelvin
  C
K
Tijd
t
uur
h
°

Slide 9 - Tekstslide

massa 
Hoe meet je die? door te wegen met een weegschaal 
  • Geeft aan hoe zwaar iets is 
  • Meet je in kilogram (kg) of gram (g) of milligram (mg)

Slide 10 - Tekstslide

Manier 3: volume
  • Hoe meet je die? door in een maatbeker te gieten of met de onderdompelmethode
  • Geeft aan hoeveel ruimte het inneemt
  • Meet je in liter (L) of milliliter (mL)

Slide 11 - Tekstslide

Voorvoegsels, zie p. 17

Slide 12 - Tekstslide

Opdrachten maken
Wat: Opdracht 21, 22, 24, 26. Brandercertificaat?

Hulp: Kijk eerst of er uitleg in de tekst staat. Nee? Steek je vinger op

Klaar? Nakijken



Slide 13 - Tekstslide

Brandercertificaat

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Welk meetinstrument gebruik je?
Grootheid:                                          Meetinstrument:
Lengte
Tijd
Temperatuur
Massa
Volume

Slide 16 - Tekstslide

volume
of lxbxh

Slide 17 - Tekstslide

Meetinstrumenten bij het meten
Grootheid
Symbool
Eenheid
Symbool
Meetinstrument
Massa
m
Kilogram
kg
Weegschaal
Volume
V
Liter
L
Maatcilinder
Afstand
s
Meter
m
Liniaal/rolmaat
Temperatuur
T
graden Celsius/
Kelvin
  C
K
Thermometer
Tijd
t
uur
h
klok/stopwatch
°

Slide 18 - Tekstslide

Tijd meten

Slide 19 - Tekstslide

Temperatuur meten

Slide 20 - Tekstslide

omrekenen, blz 17!

Slide 21 - Tekstslide

Meetinstrumenten aflezen
Schaaldeel: waarde tussen twee streepjes op een meetinstrument
Wat is de afstand tussen elk streepje op de liniaal?



cm

Slide 22 - Tekstslide

Meetinstrumenten aflezen
Meetbereik: de waardes die gemeten kunnen worden met het meetinstrument
Wat is het meetbereik van de liniaal?
cm

Slide 23 - Tekstslide

Opdrachten maken
Wat: Opdracht 21-32 (vorige les al: 21, 22, 24, 26)

Hulp: Kijk eerst of er uitleg in de tekst staat. Nee? Steek je vinger op
Klaar? Nakijken



Slide 24 - Tekstslide