Les 3 aanleggen watergangen Oeververdediging, stuwen, duikers & uitzetwerk

Les 3 aanleggen watergangen Oeververdediging, stuwen, duikers & uitzetwerk
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
GroenMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Les 3 aanleggen watergangen Oeververdediging, stuwen, duikers & uitzetwerk

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik les 2 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat wordt bedoeld met een talud verhouding 1:1,5
A
wordt voor elke meter diep 1,5 meter opzij gegaan.
B
Dit is de schaal waar op het talud getekend is
C
Word voor elke 1,5m diep 1m opzij
D
Dit is de afmeting van de bodem ten opzichte van de drooglegging.

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De talud verhouding is 1:1.
de sloot is 1m diep
de bodem breedte is 50 cm.
hoe breed is dan de sloot
boven in?
A
3m
B
1,50m
C
2,50m
D
2m

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De talud verhouding is 1:2 voor linker talud
De talud verhouding is 1:1 voor rechter talud
de sloot is 1m diep
de bodem breedte is 0,5 m.
hoe breed is dan de sloot
boven in?
A
3m
B
3,50m
C
2,50m
D
4m

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk talud past het best bij zandgrond
A
1:1
B
1:1,5
C
1:2
D
1:5

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat wordt er aangeduid
met het pijltje?
A
Insteek
B
Teen
C
Waterpeil
D
Onderhoudspad

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat wordt er aangeduid
met het pijltje?
A
Insteek
B
Teen
C
Waterpeil
D
Onderhoudspad

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Les 3 aanleggen watergangen Oeververdediging, stuwen, duikers & uitzetwerk

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen 
Na deze les:
  • kun je materialen in de waterbouw herkennen en benoemen
  • kun je verschillende soorten beschoeiingen herkennen en beschrijven
  • kun je uitleggen hoe je een oever beschermt tegen erosie
  • kun je aandachtspunten noemen bij het aanleggen van beschoeiingen
  • kun je verschillende soorten stuwen herkennen en beschrijven
  • kun je aandachtspunten noemen bij het plaatsen van stuwen en duikers
  • kun je een watergang uitzetten (basis)
  • kun je een eenvoudige duiker plaatsen (in simulatie)

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

“Waarom zakt een oever soms in en hoe voorkom je dat?”

Slide 11 - Tekstslide

erosie

zachte en harde oever 
“Vandaag leer je hoe je oevers beschermt én hoe je water stuurt met duikers en stuwen. 

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Beschoeiingen 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht beschoeiingen 
Opdracht – Kies de juiste oeververdediging. 
Terug te vinden in cumlaude onder aanvullingen, 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Duikers en stuwen 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Werking van een duiker
Kort:
Een buis waar water doorheen stroomt onder een weg of dam.

 Simpel:
“Water gaat onder iets door”

Wat gebeurt er:
water stroomt van de ene sloot naar de andere
zonder dat de doorgang (weg/brug) wordt onderbroken

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Werking van een stuw
Kort:
Een stuw houdt water tegen en regelt het waterpeil.

Simpel:
“Een stuw zorgt dat het water niet wegloopt”

Wat gebeurt er:
water wordt hoger vóór de stuw
water stroomt eroverheen of erdoorheen
stroming wordt rustiger

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

“Wat gebeurt als een duiker te hoog ligt?”

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

“Wat gebeurt als een duiker/stuw te hoog ligt?”
Wat betekent dit?
stuw moet op juiste hoogte staan
  • de hoogte van de stuw ligt vast in een tekening
  • vaak in meters t.o.v. NAP (Normaal Amsterdams Peil)
duiker moet goed aansluiten op sloot

Waarom belangrijk?
water stroomt anders niet goed
water blijft staan of stroomt te snel weg

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

“Wat gebeurt er als de buis scheef ligt?” en hoe ontstaat dit?

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

“Wat gebeurt er als de buis scheef ligt?” en hoe ontstaat dit?
Stabiele fundering:

 Wat betekent dit?
ondergrond moet stevig zijn (zandbed / steenslag)

Waarom belangrijk?
constructie zakt anders weg
duiker kan scheef liggen

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

“Wat gebeurt er als de buis scheef ligt?” en hoe ontstaat dit?
Afschot (heel belangrijk!)

Wat betekent dit?
lichte helling in de duiker

 Waarom belangrijk?
water moet vanzelf stromen
“Water stroomt altijd van hoog naar laag”

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gronddekking
Wat is het?
De hoeveelheid grond boven een duiker of constructie.

Waarom belangrijk?
Beschermt tegen belasting (bijv. machines).

Belangrijkste factoren:
Minimaal ± 0,5 meter grond
Zware belasting → meer dekking nodig
Grond goed verdichten, Voorkomt breuk of verzakking

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorkomen van erosie
Wat is het?
Voorkomen dat grond wegspoelt door water.

Waar gebeurt dit?
Bij inlaat/uitlaat van duiker en bij stuwen.

Belangrijkste factoren:
Bescherming met stenen / stortebed
Stroomsnelheid beperken
Talud niet te steil
Goede aansluiting op watergang

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zelfstandig online werken
Werk aan de volgende lessen in Terrallis:

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stelling 1 welke is fout?
Een duiker moet altijd recht liggen

Een duiker heeft afschot nodig

Een duiker mag zonder gronddekking liggen

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stelling 2 welke is fout?
Een stuw regelt waterpeil

Een stuw versnelt water 


Een stuw houdt water vast

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

“Een sloot in zandgrond zakt steeds in”

Vraag:
wat is het probleem?
welke oplossing kies je?
waarom?

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

volgende les 

Les 4 – Ecologische voorzieningen en 2e uur toets

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies