Verbanden in een tekst (Nederlands havo), les 3: Terugblik quiz

Een lezer met een krant aan zee, Tarquinia Lido (Italië), 2007

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN

Quiz

Terugblik: Verbanden in een tekst

1 / 15
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblik met elf vragen over verwijswoorden, signaalwoorden en verbanden, met een korte leestekst. Geschikt als afsluiting of herhaling.

Onderdelen in deze les

Een lezer met een krant aan zee, Tarquinia Lido (Italië), 2007

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN

Quiz

Terugblik: Verbanden in een tekst

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Roberto Ferrari / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN

Tekst 7: Stage in de zorg

(1) Elke leerling in 4 havo loopt een week stage in de zorg. Zo leren jongeren hoe het is om voor een ander te zorgen. Ze ontdekken ook of dit werk bij hen past.

(2) Veel stagiaires vinden de week zwaarder dan verwacht. Ze werken vroeg en moeten zich snel aanpassen. Toch zeggen de meeste leerlingen dat ze er trots op zijn.

(3) Ouders vrezen soms dat de stage ten koste gaat van de lessen. Die zorg is niet nodig, want de gemiste lessen worden ingehaald.

Eigen tekst voor Examenstof

Korte bron bij vier quizvragen. Verzonnen tekst.

Waar slaat "Zo" op?

Zo leren jongeren hoe het is om voor een ander te zorgen.

A

op de zorg voor de ouders

B

op het ontdekken van een beroep

C

op de stage van een week in de zorg

D

op de lessen die worden ingehaald

"Zo" slaat terug op de hele eerste zin: de stage. Verwachte fout: het ontdekken van een beroep, dat volgt pas daarna.

Vul in

Een stagiair werkt vroeg. Toch is hij trots, omdat de week hem veel heeft geleerd.

Toch
omdat
Daarom
Zodat

Toch geeft een tegenstelling (vroeg werken en toch trots), omdat noemt de reden. Verwachte fout: "Daarom" kiezen.

Welk deel is hier het argument?

Die zorg is niet nodig, want de gemiste lessen worden ingehaald.

A

De gemiste lessen worden ingehaald

B

De zorg is niet nodig

C

Ouders vrezen voor de lessen

D

De stage duurt een week

Na "want" staat het argument. "De zorg is niet nodig" is het standpunt.

Welk doel heeft de stage volgens alinea 1? Noem er één.

Modelantwoord: leren hoe het is om voor een ander te zorgen, of ontdekken of het werk bij je past (1 punt voor één doel). Verwachte fout: het middel (de stage zelf) noemen.

Zet de stappen op volgorde

1

Bedenk zelf een signaalwoord als het ontbreekt

2

Controleer of het verband klopt

3

Lees de twee zinnen of alinea's

4

Zoek een signaalwoord

Dit is de werkwijze uit de les; controleren is altijd de laatste stap.

Welk signaalwoord past op de open plek?

De wedstrijd wordt gespeeld, ... het onweer te hevig wordt.

A

omdat

B

tenzij

C

zodat

D

want

Een voorwaarde: de wedstrijd gaat door als het onweer niet te hevig wordt. Verwachte fout: "omdat", maar dan wordt de zin onlogisch.

Welk verband is hier impliciet aanwezig?

Veel leerlingen vinden huiswerk nuttig. Anderen vinden het tijdverspilling.

A

oorzaak-gevolg

B

doel-middel

C

voorwaarde

D

tegenstelling

Er staat geen signaalwoord, maar de zinnen staan tegenover elkaar: nuttig tegenover tijdverspilling. Je kunt "maar" of "terwijl" ertussen zetten.

Welk verband hebben deze drie zinnen?

Ten eerste is de fiets goedkoop. Ten tweede is hij gezond. Bovendien is hij snel in de stad.

A

opsomming

B

oorzaak-gevolg

C

tegenstelling

D

algemene uitspraak-toelichting

Ten eerste, ten tweede en bovendien zetten losse redenen naast elkaar. Verwachte fout: oorzaak-gevolg.

Waar slaat "Dit" op? Antwoord in je eigen woorden.

De pauze is verkort. Dit heeft vooral gevolgen voor leerlingen die buiten school lunchen.

Modelantwoord: op het feit dat de pauze is verkort (1 punt). Verwachte fout: de leerlingen die buiten school lunchen noemen.

Vul de begrippen in

In "Jongeren moeten minder gamen, want het kost slaap" is het deel na "want" het argument en het deel ervoor het standpunt van de schrijver.

argument
standpunt
subargument
tegenargument

Na het signaalwoord want staat de onderbouwing, ervoor het standpunt. Verwachte fout: de twee verwisselen.

Welke bewering over signaalwoorden klopt?

A

Ze staan altijd aan het begin van een zin

B

Elk signaalwoord geeft hetzelfde verband

C

Ze kunnen ontbreken: het verband is dan impliciet

D

Ze verwijzen altijd naar een vorige alinea

Alleen de eerste bewering klopt: zonder signaalwoord blijft er een verband, dat je zelf moet afleiden.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN

Goed gedaan!

Je kunt nu verbanden in een tekst herkennen. Kijk bij elke leesvraag eerst naar signaalwoorden en verwijswoorden.

Deze slide heeft geen instructies