3.5 Het immuunsysteem deel 1

H3 De bloedsomloop




3.5 Het immuunsysteem
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

H3 De bloedsomloop




3.5 Het immuunsysteem

Slide 1 - Tekstslide

Aan het einde van de les...
1. Kun je beschrijven hoe antistoffen bescherming bieden tegen infecties;
2. Kun je omschrijven wat er aan de hand is bij een allergie.
3. Kun je beschrijven op welke manieren immuniteit werkt en hoe dat kan ontstaan;

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Bacteriën, virussen en schimmels
Sommige bacteriën en schimmels zijn goed, maar soms zijn ze slecht (>ziekteverwekkers) en veroorzaken ze een infectie 



    E. coli  (bacterie)        Coronavirus        Griepvirus                         Candida schimmel

Slide 4 - Tekstslide

Infectie
Stap 1: Opeten                                             Stap 2: antistoffen maken.
(langzame bestrijding).                          (snelle bestrijding)
               

Slide 5 - Tekstslide

0

Slide 6 - Video

Antigenen en antistoffen
Cellen kunnen herkend worden door antigenen. Wanneer je witte bloedcellen de lichaamsvreemde stoffen gaat eten, leert het de antigenen kennen. Zo maken ze voor dat antigen een antistof.

Een antistof is specifiek voor één antigen. > sleutel en slot

Slide 7 - Tekstslide

Je eigen lichaam
Ook onze cellen hebben antigenen in het celmembraan, zo herkent je lichaam welke cellen van jou zijn en welke cellen lichaamsvreemd zijn.

Dit kan helaas ook fout gaan. Hoe heten de ziektes waar je lichaam je eigen cellen kapot maakt?

Slide 8 - Tekstslide

Immuniteit
Immuun:
  • Na een infectie blijft de antistof in bloed aanwezig
  • Je wordt niet ziek van de ziekteverwekker
Hoe kun je immuniteit opbouwen?
  • Natuurlijke immuniteit
  • Kunstmatige immuniteit

Slide 9 - Tekstslide

Natuurlijke immuniteit
  • Op een natuurlijke manier
  • Wanneer iemand ziek is geweest
  • Lichaam maakt zelf antistoffen aan
  • Levenslange immuniteit

- Bij eerste infectie: een beetje antistoffen
- Ziekteverwekkers zitten nu in geheugen van witte             bloedcellen
- Bij tweede infectie: sneller antistoffen + meer antistoffen

Slide 10 - Tekstslide

   Kunstmatige immuniteit
  • Op een kunstmatige manier
  • Door inenting / vaccinatie
  • Spuit met dode of verzwakte ziekteverwekkers (dit heet een vaccin)
  • Witte bloedcellen gaan nu antistoffen maken
  • Wanneer later de echte ziekteverwekkers binnendringen, heeft iemand al voldoende antistoffen

Voorbeeld: 
  • Griepspuit (voor mensen met zwak immuunsysteem zoals ouderen en jonge kinderen)
  • Coronavaccinatie

Slide 11 - Tekstslide

Vaccinatieschema Rijksvaccinatieprogramma

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Maar waarom heb je toch steeds een verkoudheid of een griepje?
Sommige virussen veranderen bijna nooit, sommige virussen veranderen helaas heel snel. 

Slide 14 - Tekstslide

En tot slot: zijn vaccinaties gevaarlijk?
Kort antwoord: Nee. 

Lang antwoord: Nee, ze zijn zorgvuldig getest en onderzocht. Maar net als heel veel andere stoffen kun je er bijvoorbeeld een allergische reactie op krijgen. 

Nog langere antwoord: Nee, want:
(4.00 t/m. het einde):

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Heb jij een allergie? Zo ja, waarvoor?

Slide 17 - Open vraag

Allergie
Ook een allergie is een foutje in je immuunsysteem. Je immuunsysteem reageert dan heftig op bepaalde stoffen die eigenlijk niet gevaarlijk zijn (allergische reactie).

                                                                                                                       Anafylactische shock

Slide 18 - Tekstslide

Wat zijn de genummerde delen in de afbeelding?
A
1 antistof 2 ziekteverwekker 3 antigeen
B
1 antigeen 2 ziekteverwekker 3 antistof
C
1 ziekteverwekker 2 antistof 3 antigeen
D
1 antigeen 2 antistof 3 ziekteverwekker

Slide 19 - Quizvraag

Wat zijn antistoffen?
A
de eiwitten op de buitenkant van de ziekteverwekker
B
object dat zich hecht aan de ziekteverwekker

Slide 20 - Quizvraag

Leg uit waarom je eerst wel even ziek wordt van een ziekteverwekker en later weer opknapt

Slide 21 - Open vraag

Hoe kan het dat je na een vaccinatie niet meer ziek wordt van de desbetreffende ziekteverwekker?

Slide 22 - Open vraag

Slide 23 - Tekstslide

Wat ga je doen?
- Basisstof 5 lezen
- Maken t/m opdracht 5
- Leren basisstof 1 t/m 3

Slide 24 - Tekstslide